VVV Sittard en het museum

Langzaam werd het in de streek bekend dat een stadswandeling in Sittard bijzonder interessant is. Op een betrekkelijk klein oppervlak biedt de stad een gevarieerde hoeveelheid geschiedenis en cultuur. Vrienden en kennissen vertelden het verder en soms kwamen er wandelaars, omdat een van beide dagbladen een leuke route, eventueel met korting bon, uitschreef. Free publicity, aandacht in de media, is goud waard. Het nieuws in de redactionele kolommen ervaart de lezer als geloofwaardig. Dit belangrijke voordeel van free publicity maakt het tot één van de meest effectieve manieren om je doelgroep te overtuigen. Mond-tot-mond reclame is gratis, geloofwaardig en doelgericht. Het aantal bezoekers is echter zeer onregelmatig zodat we daarmee geen beleid konden maken. We hadden graag met de horeca een contract willen afsluiten om bij voldoende toeloop samen de advertentiekosten te betalen. Daarvoor heb je startgeld nodig. De gemeente zag er niets in en weigerde de startkosten te betalen. Integendeel, we moesten bijbetalen om de schijn te vermijden dat we bevoordeeld werden. Toch bereidde de VVV Sittard zich voor op een grote toeloop van stadswandelaars. We hadden een schema dat het mogelijk maakte dat vier wandelingen tegelijkertijd konden plaatsvinden. Toen Ed van de Ende zich bij ons voegde, was dat een verrijking, want hij had veel verstand van planten en bomen. We konden nu ook een natuurwandeling presenteren over de wallen, het park en de Kollenberg. We hadden vijf verschillende wandelingen in de aanbieding. Vanaf de heroprichting in 1971 had de VVV er bij de gemeente op aangedrongen om de bouwval Den Tempel na restauratie als stadsmuseum in te richten. Het werd het tweede museum in Sittard. Het eerste museum ‘Het Land van Sittard’ in het Kritzraedthuis was in 1938 gesticht door professor Timmers. Het was een kort leven beschoren, maar de collectie was wel bewaard gebleven. Voor VVV Sittard was een nieuw museum een aanwinst, omdat we weer een pleisterplaats erbij kregen. Pleisterplaatsen waren noodzakelijk bij grote toeloop van wandelaars. Gus Roebroek had Den Tempel als educatief museum ingericht. Dat vonden onze gasten buitengewoon prettig. Fort Sanderbout en Den Tempel waren noodzakelijke vertelplaatsen. Sittard afficheert zichzelf als historische stad; een stadsmuseum en vestingwerk zijn daarbij onmisbaar. Het industrieel verleden en daarbij een pittoresk stadsgezicht was helaas al rond de jaren zeventig ingeruild voor een vol trots uit de grond gestampt stadskernplan met kunst-leien. Wat zagen onze gasten in Den Tempel? Een korte samenvatting van wat museumconservator Gus Roebroek de VVV vertelde over zijn museum: ‘Onze museale collectie omvat geologische vondsten uit Zuid-Limburg en laat de evolutie zien. De prehistorie is vertegenwoordigd met onder andere een maquette van een bandkeramisch dorp uit 5.000 vóór Christus, zo genoemd naar het aardewerk dat er is gevonden. De Romeinse beschaving komt aan bod. Bijvoorbeeld een borstbeeld van Jupiter Dat willen ze in Maastricht hebben. Nooit van zijn leven!!! We hebben voorwerpen uit de Frankische beschaving. Verder zijn er antieke houten beelden; Middeleeuws aardewerk, glas en sieraden; en voorwerpen van de joodse eredienst 0udaica), waaronder kostbare Thorarollen, die in de oorlog in het museum tijdig in veiligheid zijn gebracht. Het fotomuseum vertelt de geschiedenis van de fotografie. In alle bescheidenheid mogen we zeggen dat wij Nederlands eerste Fotomuseum in huis hebben. In Leiden staat er ook één, maar dat hoort bij de universiteit. De geschiedenis en de hele ontwikkeling van de fotografie, collecties historische opnames en glasnegatieven, apparatuur vanaf de beginperiode; het is allemaal hier te vinden. Zelfs de allereerste filmprojector, type Edison, staat in ons museum. Het is de bedoeling dat wij het fotomuseum gaan uitbreiden met een fotodocumentatiecentrum’. Zoals gezegd de VVV Sittard was klaar voor massaal bezoek van toeristen voor een gezellig en informatief’ Dagje Sittard’. Maaseik was ons grote voorbeeld. Maaseik mocht voor 20.000 gulden reclame maken voor stadswandelingen in de daartoe geëigende bladen. De VVV van Maaseik kreeg het aanbod nauwelijks te verwerken. Helaas stierf Gus Roebroek, vriend van de oude stad en daarmee ook van de VVV Sittard. Behalve succesvol onbezoldigd conservator van museum Den Tèmpel was hij betrokken bij de oprichting van het succesvolle jaarboek Land van Zwentibold, stadsarcheoloog en vrijwilliger bij het gemeentearchief Coen Eggen werd zijn opvolger als conservator. In die tijd volgden bij de gemeente enkele benoemingen die hun stempel op de komende tijd zouden drukken. Tonnaer benoemt Jean Dols in 1991 tot hoofd sector Onderwijs en Cultuur. Jean Dols benoemt in 1992 Stijn Huijts(tegenwoordig directeur Bonnefanten Maastricht)   tot beleidsmedewerker sector Onderwijs en Cultuur. Houd die twee in gedachten. We gaan eerst kennis maken met Coen Eggen, de conservator van het Fotomuseum. Hij maakt veel werk van het museum voor fotografie. Hij gaat de boer op en verzamelt materiaal om de door Roebroek aangelegde collectie verder uit te breiden, onder meer van AGFA Nederland, het Militair Luchtvaartcentrum in Soesterberg… Hij heeft veelbelovende contacten met uitgeverij Spaarnestad, die over een enorme collectie glasplaten en negatieven beschikt. De schenkingen betekenen voor het fotomuseum, Limburgs Centrum voor Fotografie in Sittard ‘een nieuwe stap in de goede richting. Conservator Coen Eggen van het Sittardse Tempelmuseum geeft hiermee te kennen dat het fotografisch centrum met elke aanwinst van enige omvang steeds succesvoller kan meedraaien in het landelijk circuit. Het museum heeft in de loop der jaren veel fotomateriaal gekocht en geschonken gekregen. Coen Eggen noemt steeds met respect zijn voorganger Gus Roebroek die de basis heeft gelegd van deze indrukwekkende collectie fotografica.

De gemeenteraad van Sittard nam eind 1989 het besluit een aantal culturele functies onder te brengen in een voor dat doel te restaureren gebouw in de binnenstad. In 1993 wordt de voormalige Stadsschool, nadat het enige jaren het jongerencentrum Donkiesjot heeft gehuisvest en de harmonie Sint Joep en het Petruskoor, grondig verbouwd. Na bijna een jaar breken en verbouwen en een investering van vier miljoen van de gemeente heet de oude stadsschool nu Het Domein. Het is de overkoepelende naam van het complex dat, naast het Centrum Beeldende Kunst, de Kunstuitleen en het Filmhuis, ook Het Nederlands Fotomuseum onderdak verleent.

Onder de laatste naam begint het voormalig Limburgs Centrum voor Fotografica een nieuw leven. Er is afscheid genomen van Den Tempel, een niet bijzonder geschikte huisvesting, waarin de historische collectie fotografica slechts ten dele aan bod kwam en het presenteren van de steeds groeiende verzameling contemporaine fotografie nog moeilijker was.

In oktober 1993 opent minister d’Ancona het fraai ingerichte museaal gebouw en de ingerichte tentoonstelling. In haar openingstoespraak noemde d’Ancona Het Nederlands Fotomuseum ‘een waardevolle aanvulling voor de fotografische infrastructuur’. Zij prijst het gebouw vanwege zijn mooie lichtinval, waardoor de geëxposeerde foto’s goed tot hun recht komen. In het negentiende-eeuwse schoolgebouw heeft het Fotomuseum een permanente opstelling, waarin aandacht wordt besteed aan de technische ontwikkeling van de fotografie. Daarnaast worden tentoonstellingen georganiseerd van met name hedendaagse fotografen. Het museum had de beschikking over een jaarlijks aankoopbudget van 100.000 gulden, en bezit inmiddels een collectie van ruim zeshonderd fotowerken van tachtig in Nederland wonende fotografen en met fotografie werkende beeldend kunstenaars. Terwijl conservator Coen Eggen hard werkt om het fotomuseum nog meer tot een succes te maken, werkt de sector Onderwijs en Cultuur andere plannen uit, die de doodsteek voor het Fotomuseum worden. In januari 1995 maakt de gemeente een nieuw beleidsplan voor cultuurcentrum Het Domein bekend: Het museum heeft te weinig bezoekers, het fotomuseum moet verdwijnen. De landelijke pers heeft er lucht van gekregen. Een fotomuseum dat anderhalf jaar bestaat en tienduizend bezoekers heeft, wordt opgedoekt. Dols en Huijts worden geïnterviewd.

Citaat uit de NRC: “Het anderhalf jaar oude Nederlands Fotomuseum in Sittard wordt nog dit jaar opgeheven om plaats te maken voor een nieuw ‘Euregionaal museum voor hedendaagse kunst’. Het museum moet van Sittard een ‘doorgeefluik’ maken voor internationale cultuurcentra als Keulen, Bonn, Antwerpen en Brussel. In Sittard is over het plan grote beroering ontstaan. Een meerderheid van de raadscommissie Cultuur heeft de voorkeur het Fotomuseum te vervangen door een streek historisch museum, dat wel bestaansrecht heeft. De Cultuurwethouder wordt verweten ‘de ene te grote broek in te ruilen voor de andere’. B&W hebben zich inmiddels achter het voorstel ‘moderne kunst’ geschaard, dat vervat is in een rapport geschreven door Stijn Huijts, interimmanager van kunstcentrum Het Domein, waarvan ook het Fotomuseum deel uitmaakt. Coen Eggen, initiatiefnemer en conservator van het Fotomuseum, kreeg naar eigen zeggen een spreekverbod opgelegd. Het Fotomuseum heeft haar belofte niet waar kunnen maken. Bezoekersaantallen en publiciteit bleven achter bij de verwachtingen. In zijn beleidsnota noemt Huijts de ambities daarom ‘niet realistisch’ en stelt voor het Centrum Beeldende Kunst uit te bouwen tot een ‘Euregionaal museum voor hedendaagse kunst’. Het museum moet een ‘bovenlokale, nationale en internationale’ uitstraling hebben en een ‘voorhoedefunctie in de kunstwereld’ vervullen. Het museum moet 20.000 bezoekers per jaar trekken, het dubbele van het huidige bezoekersaantal. Voor het Fotomuseum in zijn huidige vorm is binnen dit plan geen plaats; de kunstuitleen (een dependance van de kunstuitleen in het Bonnefantenmuseum) zal vermoedelijk elders ondergebracht worden. De verzameling fotografica (historische apparatuur en toepassingen) zal worden afgestoten. In zijn nota noemt Huijts het ‘aannemelijk’ dat de aangelegde fotografiecollectie wel behouden zal blijven binnen het nieuwe museum. Over de status ervan wil Huijts zich echter niet uitlaten.” Tot zover de NRC van maart 1995. De Volkskrant bericht; “Van onze kunstredactie AMSTERDAM – Het anderhalfjaar geleden geopende Nederlands Fotomuseum In Sittard wordt midden dit jaar weer gesloten. Dat heeft het gemeentebestuur van Sittard besloten. De historische apparatuur, een deel van de totale collectie, wordt afgestoten. In plaats van het Fotomuseum moet het Centrum Beeldende Kunst zich ontwikkelen tot Euregionaal museum voor moderne kunst. Als reden voor de sluiting noemt de gemeente de tegenvallende bezoekersaantallen. Voor het museum was getekend op 20 000 a 25 000 bezoekers per jaar, maar in het eerste jaar kwam dat getal uit op 10 000. Conservator Coen Eggen vindt de beslissing om het museum te sluiten desastreus. ‘Nederland heeft al zo bitter weinig instellingen die zich met fotografie bezighouden. Bovendien komt er een einde aan een collectie in opbouw, die in Nederland als ambassadeur voor de fotografie had kunnen fungeren. Maar bovenal is het pure kapitaalsvernietiging.’ Adriaan Monshouwer, directeur van het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam, heeft geen goed woord over voor het besluit ‘Het is onzorgvuldigheid van bestuur en dan druk ik me nog zacht uit. Je kunt een museum toch niet zo snel sluiten, omdat het bezoek tegenvalt. Iedereen weet toch dat een museum vier of vijf jaar nodig heeft om bekend te raken bij het publiek. Ik twijfelde altijd al over de motieven van de gemeente Sittard om het Fotomuseum op te richten. Maar nu is duidelijk dat het hen niet ging om de kunst, maar om het toerisme aan te wakkeren.’ Het Euregionaal museum voor moderne kunst moet nog dit jaar zijn beslag krijgen, zo willen B en W van Sittard. Ze willen dat er vaart achter hun(?) plannen wordt gezet. Het deel van het museum waar de af te stoten fotografica te zien zijn, wordt midden dit jaar gesloten, aldus Jean Dols, directeur Onderwijs, Cultuur en Welzijn van de gemeente. De raadscommissie Cultuur heeft volgens hem in grote lijnen ingestemd met het plan. Bij de voorbereiding is verkeerd ingeschat welke uitstraling het Fotomuseum zou kunnen krijgen, aldus Dols. Dat heeft volgens hem niet alleen te maken met de aantrekkingskracht van het museum, maar ook met andere ontwikkelingen zoals de totstandkoming van het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam. Voorts bleek de Mondriaanstichting, die rijkssubsidies verdeelt, niet bereid uitbreiding van het andere deel van de collectie, fotowerken als beeldende kunst, te subsidiëren. De collectie onderscheidt zich te weinig van wat elders in het land voorhanden is. Het museum maakt deel uit van het stedelijk kunstcentrum Het Domein, waarin ook het Centrum voor Beeldende Kunst, de kunstuitleen en een filmhuis zijn.” Tot zover de persberichten die zonder uitzondering van mening zijn dat de beslissing van het gemeentebestuur om verschillende redenen onbegrijpelijk is. Wat had de coup van de heren Dols en Huijts met de VVV Sittard te maken? Er kwam een nieuwe conservator in Het Domein. Deze dame wilde niet met de VVV samenwerken. Fort Sanderbout werd leeggehaald en voor de entree van het museum moest betaald worden. VVV Sittard kon de promotie van de Historische Stad wel vergeten. Terwijl Het Domein een hoop geld kreeg, kreeg de VVV nog eens te horen dat als ze geld wilden voor promotie van hun Historische Stad, ze er zelf voor moesten zorgen. Bijna twintig jaar geleden beloofden Dols en Huijts de gemeente 20.000 bezoekers voor de moderne kunst. Zijn die gekomen? Moeten we de talloze schoolkinderen die een historische of archeologische workshop volgden, ook meetellen? De tegenwoordige conservator vond bij het aanvaarden van haar functie de overblijfselen van de vorige musea. Er ontbraken stukken. Waar zijn die gebleven?

Hub Geurts