Philips Sittard

In Sittard, tussen de Rijksweg Noord, Dr. A. Philipsstraat en Nusterweg, daar waar nu het oranje van Boels Verhuur de boventoon voert lag een vestiging van Philips, een bloeiend bedrijf dat werkgelegenheid bood aan vele duizenden medewerkers. Bij Philips Sittard werden 60 jaar lang onderdelen gefabriceerd voor televisies, radio’s en scheerapparaten en het bedrijf werd daarmee een van de grootste werkgevers in onze regio.

Direct na de tweede wereldoorlog wilde Philips Eindhoven gaan uitbreiden. De concurrentie van Duitse zijde was tijdelijk uitgeschakeld. Philips startte met experimentele televisie en op 17 maart 1950 werd het eerst televisieprogramma uitgezonden. Daarnaast was er grote markt voor radiobuizen. Veel werk was handwerk dat vooral door vrouwen gedaan werd. In Eindhoven was gebrek aan ruimte maar vooral aan vrouwelijk personeel. Limburg lag op redelijke afstand van Eindhoven. Bovendien was bereikbaarheid een belangrijke voorwaarde. Bij de keuze ging het uiteindelijk tussen Heerlen en Sittard. Het werd Sittard omdat Sittard dichter bij Eindhoven lag, geen last zou hebben van mijnschade en vooral omdat Sittard beschikte over een burgemeester die er alles aan deed om nieuwe industrieën naar zijn stad te halen. Burgemeester Coenders besefte dat mijnbouwindustrie te eenzijdig was en bovendien alleen werk bood aan mannen. Er was echter nog één groot probleem te overwinnen en dat was het werven van vrouwelijke arbeidskrachten. De katholieke kerk wenste vrouwen uit het arbeidersmilieu vooral actief te zien in de huishouding en verzorging. Deze banen moesten meisjes voorbereiden op hun toekomstige taak als echtgenote. Bovendien had de kerk ernstige bezwaren tegen het feit dat deze meisjes zouden werken in een fabriek zonder katholieke signatuur.

Het toeval wilde echter dat de dochter van burgemeester Lène Dresen-Coenders onderzoek had gedaan naar het welzijn van fabrieksmeisjes voor haar doctoraalscriptie “De primitieve puberteitsvorm van het fabrieksmeisje”. Zij maakte het inzetten van meisjes voor fabrieksarbeid maatschappelijk aanvaardbaar door er voor te zorgen dat er naast de arbeid in de fabriek een goede begeleiding gegarandeerd was. Vanuit het huishoudonderwijs werden nieuwe onderwijsvormen ontwikkeld, speciaal afgestemd op jeugdige fabrieksarbeiders. In 1956 kwam er voor de meisjes de Mater Amabilisschool met middag- en avondonderwijs en voor de jongens was er de Levensschool. Een dag per week, gedurende 8 uur kregen de leerlingen onderricht in theorie, handenarbeid, sport, gymnastiek enz. terwijl hun loon doorbetaald werd.

Op deze wijze gesteund slaagde Coenders erin om de vooroordelen te overwinnen en werd Philips in de eerste helft van haar bestaan een bedrijf waar vooral vrouwen werkte. Er werd een fabriek gepland voor de fabricage van radiobuizen met arbeid voor 800 vrouwelijke medewerkers. Gestart werd in 1946 alvast met een montageatelier in het klooster bij de paters van het H. Hart in Leijenbroek. Het klooster had tijdens de oorlog dienstgedaan als Duitse school en was de oorlog niet schadevrij doorgekomen. Dankzij een oorlogsschadeclaim en steun van de gemeente vond restauratie plaats, zodat Philips met een minimum aan kosten, zijnde f 23.500 aan verbouwing en inrichting, het atelier kon opstarten. Dat geschiedde onder de leiding van de Amsterdammer Ben Koolhaas, een gewezen stuurman op de grote vaart, die toevallig verzeild raakte bij Philips. Koolhaas was een man met veel organisatietalent, tact en gemeenschapsgevoel en hij was dan ook de aangewezen persoon om hier in Sittard te starten met een montageatelier, het begin van 60 jaar Philips in onze stad. Hij begon met drie mannen en vier meisjes en zou het bedrijf laten uitgroeien tot

een volwaardige fabriek, die bij zijn afscheid in 1968 2200 werknemers telde. De top lag in 1964 met ruim 3.200 medewerkers waarvan de vrouwen met 70% de meerderheid vormden.

Koolhaas, zelf niet katholiek, toonde veel respect voor religie en geestelijkheid. Op 14 augustus 1946 werd het bedrijf aan de Leijenbroekerweg ingezegend door deken Haenraets in aanwezigheid van dominee Coolsma. Samen smeekten ze Gods zegen en bescherming af voor de medewerkers van dit bedrijf. Na een brief van de geestelijkheid waarin gewezen werd op de morele gevaren voor de arbeidersjeugd kwam er, dankzij bemiddeling van burgemeester Coenders, werd er een aalmoezenier van sociale werken aangesteld, Feiter. Een van de vele beschermende maatregels was het speciaal vervoer voor vrouwen. Vrouwen werden met bussen van en naar het werk vervoerd. In deze bussen mochten enkel vrouwen plaatsnemen en was op de chauffeur na voor mannen strikt verboden.

Het bedrijf moest meteen in 1946 ook al op zoek naar uitbreiding. Aan de Rijksweg Noord stond nog een lege tricotagefabriek. Deze fabriek was gebouwd door de Duitser Merz die in Sittard de basis had gelegd voor de tricotage industrie. Vanwege de Duitse eigenaar werd het bedrijf na de oorlog geconfisqueerd. Coenders wist dit bedrijf over te nemen. Merz trachtte na de oorlog zijn eigendom terug te krijgen maar zijn verzoek werd afgewezen en zo beschikte Sittard over een fabrieksruimte met een oppervlakte van 2000 m2 en werd het Koolhaas mogelijk gemaakt om Philips Sittard te laten groeien tot een groot bedrijf.

Bij zijn afscheid in de grote zaal van de Schouwburg werd Koolhaas niet alleen als fabrieksdirecteur, maar ook als actief verenigingsman belicht. Hij was president van de Philharmonie en bekleedde bestuursfuncties bij de Sociale Werkplaats, de HEAO, de MTS, het Ziekenhuis Sittard. Koolhaas vond het belangrijk dat zijn bedrijf geworteld was in deze stad. Hij vond het ook van groot belang dat Philips betrokken was bij het onderwijs in de regio en zorgde ervoor dat in de schoolbesturen Philips vertegenwoordigd was. Onderwijs had grote prioriteit bij Philips. Het bedrijf beschikte over interne opleidingen maar verlangde van de medewerkerkers ook dat zij steeds bijscholing bleven volgen.

Voor de kinderen van Philips medewerkers bestond het Philips-Van der Willigenfonds. Dit fonds verleende een bijdrage in de studiekosten aan universiteiten, hogescholen en scholen voor middelbaar beroepsonderwijs, zonder dat er de verplichting tegenover stond om bij het bedrijf te komen werken, hoewel een baan bij Philips veel zekerheid bood. Voorwaarde was wel dat men ieder jaar moest kunnen aantonen dat men voldoende studiepunten had gehaald anders verviel de bijdrage.

Philips was meer dan alleen maar een fabriek die werk verschafte. Philips was als een soort familie waar je bij hoorde. Philips zorgde voor woningen en naar gelang de rang op de fabriek werden mensen gehuisvest in bepaalde wijken. Soms was dat niet altijd een voordeel. Had je minder leuke collega ́s op het werk dan zag je diezelfde collega ́s na het werk ook weer in je buurt.

In de jaren 50 was er de jaarlijkse bloesemtocht. Tientallen bussen trokken in een lange slinger door het Limburgse land. Feesten werden samen gevierd. Er was altijd veel aandacht voor de jubilarissen en ook aan de kinderen werd gedacht. Voor hen was er ieder jaar weer het Sinterklaasfeest met prachtige cadeaus.

Voor de gepensioneerden werden er volkstuinen beschikbaar gesteld van 100m2 of 200m2. Jaarlijks werd de eerste opbrengst aangeboden aan de directeur. Daarnaast kregen ze de mogelijkheid om een eigen verenigingsgebouw “ Het Span” neer te zetten aan de Molenweg in Sittard voorzien minigolfbaan en tennisbanen waar tennisclub “ Electron” gebruik van maakt.

Philips Sittard heeft veel betekend voor de stad en de omgeving en produceerde tijdens deze 60 jaar onderdelen voor beeldbuizen en monitoren en displays. Er werden ooit ook halfgeleiders vervaardigd. Er werkten in 1975 nog 2150 werknemers, daarna daalde het aantal werknemers. Zelfstandig onder de naam LPD (LG Philips Displays) ging het verder maar de vraag naar onderdelen voor beeldbuizen stortte in en in mei 2009 ging het bedrijf, waar toen nog 65 mensen werkten, failliet, waarmee de laatste Philips-vestiging in Nederlands-Limburg verdween.

Bron: J.G.L. Theunisse “ Philips Sittard”