Vakonderwijs in Sittard

In de 19de eeuw was er geen school die jongeren de mogelijkheid bood om een vak te leren. Arbeiderskinderen gingen vaak alleen maar in de wintermaanden naar de lagere school omdat veel gezinnen in de zomermaanden naar Duitsland trokken om daar hun geld te verdienen als “brikkenbakker” in de baksteenindustrie. Hetzelfde gold voor kinderen van de landbouwers. Zij waren in de zomermaanden thuis hard nodig in het veld. Het meeste werk werd nog met de hand gedaan.

Deze leerlingen beschikten bij het verlaten van de lagere school over onvoldoende kennis voor een vervolgopleiding. Bovendien, een vak leren, dat deed je in de praktijk. Daar hoefde je niet voor naar school. Langzaam werd toch duidelijk dat ook voor een vakopleiding zoals timmerman of bouwvakker kennis van taal en rekenen hard nodig was. Daarnaast was ook vaktekenen voor veel beroepen vereist.

In 1875 ging de gemeenteraad akkoord met het voorstel om een tekenschool toe te voegen aan de al bestaande openbare stadsschool waar naast vaktekenen ook lezen, rekenen, kennis van maten en gewichten en vormleer werd gegeven. Bij de opening in 1875 waren er 44 leerlingen, schrijnwerkers, metselaars, kleermakers en twee boeren in de leeftijd van 16-35 jaar. De lessen werden gegeven van oktober tot maart van 19.00- 21.00. De eerst benoemde directeur de heer Eggen werd na diens overlijden in 1909 opgevolgd door architect Beurskens

In 1886 werd er bij notaris Palmen uit Valkenburg een geheim testament in bewaring gegeven. Het was de laatste wil van Ernest de Limpens, geboren te Doenrade.  Zijn vader droeg de titel
“Heer van Doenrade”. De familie woonde op huis Doenrade, was niet onbemiddeld en bezat vele landerijen en pachtboerderijen. Ernest en ook zijn broer Karel stierven ongehuwd en kinderloos.

In het geheim testament stond beschreven dat geld en goederen ingebracht werden in de “Weldadige Stichting Jan de Limpens” met o.a. het doel om “een derde deel dier inkomsten ten behoeve van kinderen of jonge lieden van beiderlei geslacht uit den landbouwenden of arbeidenden stand, om hen in staat te stellen behoorlijk onderwijs te genieten, hen te laten opleiden voor beroepen, handwerken, vakken of in den land- en tuinbouw te laten leeren; opgeleid te worden voor den Roomsch Catholieken Geestelijken stand of zich te bekwamen tot kunstenaars of om de schoone kunsten te leeren. Uitgezonderd zijn de studiën in de rechterlijke en geneeskundige vakken, behalve voor vroedvrouwen en veearts, die toegelaten zijn”.

Ernest de Limpens was in bezit van de Reuterbaand, een groot stuk grond gelegen tussen de binnenstad en Ophoven. Sittard had een spoorwegverbinding met Maastricht maar ook via Heerlen met Aken en Herzogenrath. Daarnaast was de Rijksweg een prima verbinding naar het noorden met Roermond en naar het zuiden met Maastricht.

De Limpens vond dit een uitstekende locatie om een school neer te zetten die vakonderwijs zou kunnen bieden aan jongeren uit Sittard en de regio. In 1888 had hij contacten gelegd met de broeders in Bleijerheide, een orde die ervaring had in het geven van vakonderwijs.

Met de deken werd overlegd en vervolgens met het gemeentebestuur. B&W waren niet zo enthousiast over de gekozen locatie. De Reutersbaand lag buiten de wallen en volgens hen te ver van de stad. De Parklaan bestond nog niet, er was nog nauwelijks bebouwing en bovendien was er aan deze zijde van de stad richting de Baenje en de Reutersbaand ook geen opening in de Wal.

Het plan van De Limpens is uiteindelijk ook niet doorgegaan. De stichting heeft ook nog enkele jaren processen moeten voeren tegen verre verwanten van Ernest de Limpens die aanspraak meenden te kunnen maken op de erfenis.

In 1899 nam B&W zelf het initiatief om een Tekenschool op te richten, niet in de Reutersbaand maar aan de Rijksweg Zuid. Niet alle raadsleden waren het eens met deze locatie maar de burgemeester verzekerde dat er langs de Rijksweg over een aantal jaren heel wat meer huizen zouden liggen. De penningmeester, Nicolaas Rutten, leverde de grond en voor het benodigde geld kon men bij hem een hypotheek afsluiten. Het duurde nog enkele jaren eer het zover was maar op 30 november 1906 kreeg Jean Laudy de opdracht voor de bouw van de nieuwe tekenschool die ontworpen werd door Nic. Ramakers, de architect die ook tekende voor de huizen gelegen tussen Baenje en stadspark.

Een van de volgende penningmeesters werd rector Jacobs en hij was degene die vond dat het tijd werd voor verbreding van het vakonderwijs. De mijnen waren in opkomst en hij voorzag dat er binnen enkele jaren een grote vraag zou zijn naar jongeren met een vakdiploma.  De gemeente was vóór maar wilde niet het initiatief nemen. Burgemeester Gijzels steunde de plannen. Gemeentesecretaris Constant Janssen en Emile Thissen leverden een deel van de grond, gelegen aan de Rijksweg Zuid/hoek Agricolastraat. In 1916 was de oprichtingsvergadering van de “Vereeninging Ambachtschool voor Sittard en Omstreken”. Rector Jacobs werd voorzitter en in het bestuur zaten Ferd. Arnoldts, Emilie Thissen, notaris Hanekamp, H. van Dooren, L. van der Heijden, V. Laudy en aalmoezenier van de Venne; stuk voor stuk geen onbekende in Sittard.

De raad wilde wel subsidie verlenen op voorwaarde dat ook zij vertegenwoordigd waren in het bestuur. Daarop volgde de goedkeuring maar door de oorlog waren materialen schaars. Kolen, nodig om stenen te bakken, waren nauwelijks te krijgen. De 1ste wereldoorlog was ook de reden dat het Rijk de aangevraagde subsidie weigerde. Van Dooren besloot om een eerste lening te verschaffen en de rest van het bestuur stelde zich garant voor deze lening.

Beurskens was de architect en in 1918 begon men met de bouw. Nog voordat schoolgebouw klaar was waren er al leerlingen en leraren aangenomen. Schurgers ging meteen aan de slag met zijn 15 leerlingen smeden-bankwerken en vrij kort daarna volgde Van Bommel als nieuwe directeur en Van Grunsven als leraar timmeren. Op 12 mei 1919 werd de school officieel geopend. De school groeide snel en al 10 jaar later 243 leerlingen en werd er in vijf vakken les gegeven, timmeren, meubelmaker (Schreijber), smeden/bankwerken, tekenen/schilderen (Van den Brink). Pas in 1920 kwam daar elektrotechniek bij gegeven door Paulissen. Daarnaast werd Storcken als conciërge benoemd.  Hij werd na de oorlog opgevolgd door Hub Graat, benoemd door De Rouw die vanaf 1939 directeur was van de Ambachtschool.  Kleurrijk figuur was moderator en godsdienstleraar pater van Amstel, organisator van o.a. de schoolkampen.

Het aantal leerlingen nam toe en ook het aanbod van de vakken werd uitgebreid. Er kwamen nieuwe richtingen maar ook volledig nieuwe afdelingen zoals de horecaschool en de school voor scheepswerktuigbouwkundigen.

De ambachtschool was een driejarige opleiding en met het diploma in de hand was men leerling af en kon men zich verder gaan bekwamen in de praktijk bij een leermeester en voor de theorie kon men terecht op de avondschool. Wanneer dit traject afgesloten was mocht men zich gezel noemen en daarna was het ook nog mogelijk om een meester-diploma te behalen. Voor zo ver het de schildersopleiding betreft moest men dan verder avondlessen volgen. Deze lessen werden door vakleraar Van Wesel aan huis gegeven en voor het examen kon men in Boxtel terecht. Daarnaast moest men nog een meesterstuk leveren.

Vanwege bezuiniging en in de veronderstelling dat de meeste leerlingen ook de vervolgopleiding zouden doen ging men in 1937 terug naar een tweejarige opleiding. Dit duurde tot 1954.

Nieuwe wetten zoals de Mammoetwet waren er de oorzaak van dat het vakonderwijs meer en meer op de achtergrond kwam te staan. Ook de naam ambachtschool verdween; het werd eerst nog Lagere Technische School en daarna LBO en vervolgens werd de MULO aan toe gevoegd en werd het VMBO genoemd.

Gelukkig is er nu een kentering en is er weer meer waardering voor jongeren die een vak leren.  Dat betekent dat een deel van de lesstof al behandeld wordt binnen de vmbo-opleiding, waardoor een versnelde route binnen het mbo mogelijk is.

Bronnen:

“ De Ambachtsschool van Sittard 1918-1998” en “Beelden van Scholen”  door Math Vleeshouwers

Foto’s  van de ambachtsschool