Oorlogsdagboek Wil Derhaag Limbricht Mei 1940.

Als ik terug denk aan het begin van het jaar 1940 dan komt steeds die soldaat voor mijn geest,welke toen aan ons spelende kinderen de weg vroeg naar het Julianakanaal. Wij waren aan het water van de kasteelvijver, langs de Alleezijde toen de bovengenoemde soldaat plotseling, met de fiets aan de hand voor ons stond. Gelukkig kwam op dat moment de groenteboer van het dorp Ed Daams er aan die de soldaat te woord stond. Later bleek die soldaat een Duitser te zijn geweest in Nederlands uniform. In die periode hoorde je als kind uit de gesprekken van de oudere mensen dat eer oorlog op komst was ik kon mij daar van geen vooirstelling maken

10-5-1940.
Het was een prachtige zomermorgen + 4uur toen wij kinderen gewekt werden door een harde ontploffing. Iedereen rende na zich een kleding stuk te hebben aan getrokken naar buiten. Er waren al overal mensen buiten en men wist al te vertellen dat die knal kwam doordat de brug over de beek bij MILLEN die door de soldaten was opgeblazen.

10-5- 1940 + 5 uur v.m
Vliegtuigen in de lucht, er vallen kogels in de straat waar wij woonden (Drekstraat)nu Steenstraat. Iedereen is buiten in de straat; men beseft niet hoe gevaarlijk het is met die schietende vliegtuigen (KRIJNTJES-BRINKMAN) raapten de kogels van de straat op.

10-5-1940 + 6uur v.m

Om 6 uur colonnes Duitse troepen trekken ons dorp LIMBRICHT binnen vanaf de noordoost kant via de Allee-Heistraat-Millennerweg enz. De oorlog is voor ons dorp een feit. Gelukkig hebben er geen gevechten in of om het dorp plaats gevonden. De Duitse troepen waren goed voorzien van materiaal, [paarden ontelbaar vierwielige huifkarren, kanonnen, rubberboten, vele soorten vrachtwagens en andere auto`.s en duizenden soldaten als voetvolk die zeer goed bewapend waren.

10 mei 1940 (ongeveer acht uur)
Het hele dorp was vol met Duitsers; de ene colonne na de andere trok via allerlei wegen door het dorp richting Julianakanaal en de Maas.
Zo als ik reeds vermelde, het hele dorp was vol met Duitse soldaten.
Deze soldaten hadden allen flink wat papieren geld ( marken ) op zak. T
Later zou blijken dat deze marken geen enkele waarde hadden.
(hier later meer over)
De soldaten waren dan ook spoedig de winkels aan het leeg kopen, met hun waardeloose marken. Leike Tummers, onze buurman, bakker en kruidenier, was dan ook spoedig uitverkocht.
Het ware gezicht van de Duitsers zag men al voor negen uur ’s morgens.
Bij de boeren werden wagens vol met stro en hooi gevorderd; paaiden moesten geleverd worden en de nieuwe vrachtwagen van buurman Krijntjes werd gevorderd. Deze vrachtwagen moest op bevel van de Duitse officier schoon voor twaalf uur geleverd worden.
Dus hebben de mannen uit de buurt samen die wagen gepoetst.
Diezelfde dag, tegen de avond zagen wij de vrachtwagen terug, helemaal overgespoten in militaire kleuren en met Duits nummerbord.

10 mei 1940.

Het viel wel op, dat er troepen bij die Duitse soldaten waren die erg klein van stuk waren. Men zei dat het Sudeten-Duitsers waren. Ook hoorde je in het dorp vertellen dat er aan het Julianakanaal gevochten werd.

10 mei1940

́s Avonds hingen overal in het dorp grote plakkaten met mededelingen aan het nederlandse volk, ondertekend door de bevelhebber in Nederland. (Duitse bezettingsgeneraal). De bevolking uit het dorp wist niet goed waar ze aan toe was. Ze stond wat te kijken want er bekend was gemaakt. Er stond dat men niet bij elkaar mocht staan; samenscholen was verboden.

10 mei 1940
Op de Beekst4aat, tegenover Molenbron, lag toen het oude gemeentehuis en de bewaarschool. Daar waren de Duitse staf en administratie onderdelen gelegen. Er kwamen op die plaats dus vele soldaten bij elkaar. Ik ben er ook eens gaan kijken en zag daar wat ik reeds eerder heb vermeld.( het maken van papiergeld ) Een soldaat draaide aan een zwengel van een machine en aan de andere kant kwamen de marken eruit. Zo meen ik mij de tiende mei 1940 te herinneren. Omstreeks vijftien mei kwam het bericht in het dorp dat een dorpsgenoot, Huib Philippen uit de Kerkstraat in Limbricht, als dienstplichtig soldaat van de Nederlandse strijdkrachten op de Grebbeberg gesneuveld was.

Toen de bezetting van Nederland compleet wat en de Duitser zich heer en meester voelden, kwamen ze met de mededeling dat de joodse mensen zich moesten melden, en de gele jodensterren moesten dragen op hun kleding. Ook werd hun verboden in openbare gebouwen, zoals café ́s

restaurant, postkantoren en winkel, te komen.
Deze genoemde zaken moesten de mededeling met opschrift: VOOR JODEN VERBODEN duidelijk zichtbaar vanaf de openbare weg hangen.

JOODSE FAMILIE WOLFF GEARRESTEERD IN LIMBRICHT.

Deze familie Wolff woonde op de hoek Provincialeweg – Bovenstraat. De familie bestond uit vijf personen: grootmoeder, (schoon)zoon, (schoon)dochter, kleinzoon Jozef en kleindochter Rosie. Ik kan mij nog goed herinneren een paar dagen voordat deze mensen werden afgevoerd naar de concentratiekampen. Dhr en Mw. Wolff naar de school in Limbricht. Daar werd door hen aan de kinderen van de school als afscheidscadeau zwart geweven bivakmutsen en sjaals uitgereikt. Meneet Wolff was eigenaar van een textielfabriekje gelegen te Sittard-Limbrichterveld, nabij de oude steenfabriek. Al met al, het waren keurige mensen. Er is na hun arrestatie nooit meer iets van hen gehoord.

ATTENTIE: opmerking betreft de familie Wolff.

In het voorportaal van de Sint Salviuskerk te Limbiicht in een gedenkplaat van in de tweede wereldoorlog omgekomen Limbrichtenaren. Waarom zijn deze mensen ook niet vermeld op deze plaat ?

1940 – 1945

In het dorp Limbricht waren maar enkele gezinnen die met de Duitsers sympathiseerden, en ook enkele die bij de N.S.B. aangesloten waren. Geregeld kwamen deze groepen marcheren en zingend door het dorp. Vaak schilderden deze groepen naziegezinnen leuzen op de straat, welke de Duitse heerschappij verheerlijkte,o.a

EEN V.W. ZOALS GIJ VERKIEST, NIET WAAR, HET IS KLAAR WINSTON VERLIEST; FUHRER
BEFEHL, WIR FOLGEN DIR.
Ook werd bekend gemaakt, dat men na zonsondergang alles verduisterd moest hebben. Zelfs auto’s en fietsen moesten de verlichting afschermen en ook de straatverlichting werd uitgeschakeld. Ook werd er een luchtbeschermingsgroep geformeerd. Deze mensen controleerden of de huizen goed verduisterd waren en lieten de sirenes loeien als er vliegtuigen in aantocht waren. De ramen werden meestal verduisterd met dik zwart papier. Als er luchtalarm werd gegeven ging men de kelder of zelf gemaakte schuilkelder in. De schuilkelders waren meestal gemaakt in de tuin of wei bij het huis door buurtbewoners. Deze schuilkelders werden gemaakt in de grond met een dek van boomstammen en daar takkenbossen, stro en liefst enkele meters grond erop. Een schuilkelder in het dorp Limbricht was gemetseld in een boogvorm, en was gelegen in de tuinen van Fijen en Cremers in de Kerkstraat.

Ook werden vele mannen gedwongen om in Duitsland te gaan werken. Vaak probeerden deze mannen onder te duiken, maar dat was gevaarlijk want er werden geregeld razzia’s gehouden. Toen de Duitsers in Nederland waren, kwam de verplichting dat iedereen vanaf de lee6tijd van 15 jaar een persoonsbewijs bij zich moest hebben. Er was geregeld controle op, vooral S.A. Bers en N.S. Bers controleerde dit geregeld.

De volgende maatregel kwam op zekere dag. 0fficiële bekendmaking via kranten en plakkaten dat iedereen die in het bezit was van een radio deze moest inleveren op het gemeentehuis. Het werd verboden naar de Engelse zender te luisteren.

De volgende stap was dat alle koper dat iemand in bezit had zoals koperen vazen en gewichten moesten worden ingeleverd. De duitsers hadden het koper nodig voor de wapenindustrie. Ook uit de kloosters en kerken werden de klokken gehaald.

Dan was er de zogenaamde spertijd: niemand mocht na acht uur nog buiten zijn, uitgezonderd de mensen die moesten gaan werken, deze kregen dan een zogenaamde AUSWEIS.

Als het donker was geworden zag je overal schijnwerpers de lucht afspeuren op zoek naar vliegtuigen. De Engelse en Amerikaanse vliegtuigen kwamen steeds vaker over ons dorp gevlogen; richting Duitsland om daar te bombarderen
Wij konden vaak de rode gloed tegen de tucht zien als het helden weer was. Dan stonden de steden die niet zo ven van de Nederlandse grens lagen in brand. En er werden door de Engelse en Amerikaanse vliegers veel fosforbommen gegooid op de steden Aken en Munchengladbach. Als een vliegtuig in de lichtbundel van de schijnwerpers was, begon het alweergeschut te schieten, vaak zag je dan brandende vliegtuigen neerstorten.
Als er weer een aanval op komst wan werd er van tevoren door de Luchtbeschermingsmensen alarm gegeven via de sirenes.
Enkele namen van de mensen die bij de luchtbeschermingedienst waren zijn: Dhr. H. Phitippen, Dhr. Rodegas, Dhr. Dreesen.
Bij alarm gingen wij met ons gezin bij de familie Goldstein, dat tegenover ons woonden, in de kelder. Daar waren wij meestal met de volgende gezinnen in dezelfde kelder bijéén:
familie Gotdstein – 8 personen
familie Kusters, – 2 p ersonen

familie Denie
familie Salden
Familie Krijntjes
familie Brinkman
Familie Dehaag
Het wanen twee kelders die via een doorgang in elkaar overgingen.
Het wanen de zogenaamde boogkelders, vroeger bestemd voor het toen daar gevestigde brouwhuis (panhuis). In de keldet, waren slaapplaatsen gemaakt van stro met daarop dekens.

Na de inval van de Duitsers werden de mijnwerkers (koelmen) verplicht langere diensten te maken, iedere dag meer dan negen uur. Ook zondags moest er om de veertien dagen gewerkt wonden. Daar kreeg de mijnwerker wet extra voedselbonnen voor, en bij zondagsdienst een halve liter jenever of snoep en twee pakjes sigaretten ( Concie )

Einde 1942, begin 1943 t&m 1945.

De oorlogsjaren begonnen omstreeks deze tijd toch voor de bevolking steeds moeilijker te wonden. Wij hebben geen honger geleden, en was brood en een paar maal in de week vlees op tafel. Maar suiker, boter, lucifers, stroop, kaas, kleding en schoeisel wanen bijna nergens meer te koop.
Wel op de zwarte markt, maar daar had de gewone man geen geld voor. Ook rookartikelen waren op de bon, veel tabak werd uit België naar de Limburgse dorpen aan de Maas gesmokkeld. Toch viel het op een dorp nogal mee, er woonde een behoorlijk aantal boeren, en daar was meestal melk, aardappelen en graan tegen een redelijke prijs te koop. De boeien moesten ook veel van hun verbouwde producten aan de Duitsers leveren.

29 en 30 Mei 1943

Het was de avond voordat ik de plechtige communie zou doen, wij kinderen 1agen al in bed. Het was omstreeks tien uur toen wij gewekt werden door onze moeder. Ze zei: “Kijk eens naar buiten, boven Sittard en Geleen zijn de schijnwerpers weer aan, wij moeten vlug naar de schuilkelder want er is wat op komst”.

Luchtalarm was er bijna iedere avond, er vlogen vele honderden vliegtuigen richting Duitsland om daar te bombarderen.
Wij waren al een tijd in de kelder en de mannen gingen zo af en toe eens naar buiten om poolshoogte te nemen.

Eén van hen kwam opeens weer de kelder, in gerend, en zei dat er een brandend vliegtuig boven Limbricht vloog. Ik ben toen direct buiten gaan kijken, het vliegtuig bleef maar boven ons dorp cirkelen, meer hoogte verliezende.
Wij stonden duizend angsten uit, bij één van die draaien leek het alssof het vliegtuig tegen de kerktoren aan zou vliegen. Het vliegtuig brandde als een fakkel, Limbricht was geheel verlicht door dat brandende

Gevaarte. leder die het gezien had, dacht op dat moment dat Limbricht een ramp te wachten stond. Niemand in het dorp wist of er nog bommen in het brandende vliegtuig zaten, op het laatst vloog het brandende toestel zeer laag over, en stortte net buiten het dorp neer.
Honderdvijftig meter van de toen door de familie Cremers bewoonde woning, gelegen aan de weg Sittard – Limbricht.
Het gebeuren trok daags daarna ( zondag ) natuurlijk veel bekijks.
Je kon et niet bijkomen, het terrein was afgezet door Duitse soldaten. Het neergestorte toestel was een viermotorige bommenwerper.

– 2 personen – 4 personen – 6 personen – 8 personen — 8 personen

Ondanks de bewaking van het toestel door de Duitse soldaten, wist men aan onderdeeltjes te komen. Vooral het mica was zeer geliefd, daar liet men kruisjes of ringen van maken. De bemanning van het vliegtuig, zegt men, is eruit gesprongen en enkelen zijn nabij Einighausen (huis op den Leeeuwerik) neergekomen. Hoe het met hen is a6gelopen is mij niet bekend.

1942 – 1943.

Welk jaar in mij niet precies bekend, maar het is in één van deze, twee jaren geweest. Op een middag zijn er toen twee Duitse vliegtuigen geland tussen Limbricht en Sittard. Deze toestellen moesten landen omdat ze brandstofgebrek hadden. Ze zijn geland midden in het Heinsche veld. Ook daar mocht je niet bij komen, de toestellen werden goed bewaakt dooi de Duitsers. Een paar dagen later zijn ze, nadat ze brandstof hadden bijgetankt weet opgestegen.

1942 – 1945.

Des te langer de oorlog duurde, des te meer vliegtuigen de Amerikaanse en Engelse luchtmacht inzetten. Dag en nacht hoorde en zag je honderden vliegtuigen. Ze vlogen op grote hoogte in formatie, en daar omheen de zogenaamde jagers (gevechtsvliegtuigen). Ook gebeurde het dat overdag vliegtuigen zeer laag over kwamen vliegen. Eén keer, kan ik mij nog goed herinneren, was ik met enkele buurjongens, in het veld tussen de Bornersteeg en het Limbrichterbos toen er plotseling zeven Engelse vliegtuigen zeer laag overvlogen. Wij zijn erg geschrokken. Je kon de piloten duidelijk zien zitten, en de nood – wit – blauwe cirkels op de vleugels en de staart waren eveneens goed zichtbaar.

Als wij op school waren en er werd luchtalarm gegeven, dan moesten wij onder de banken kruipen. Dat vonden wij wel fijn, want van gevaar had niemand nog besef.

Zoals ik al eerder vermeldde in Limbricht voor oorlogsgeweld gespaard gebleven, er zijn wel wat granaten gevallen maar die hebben geen noemenswaardige schade veroorzaakt.

Wel zijn er bommen gevallen nabij de Bonnerweg. Op deze plaats ligt nu de woning van de familie Loop. Op die plaats wan vroeger het kermisterrein, nogal diep gelegen ten opzichte van de daarnaast gelegen landbouwgronden en de straat. Toen de bommen vielen stonden er enkele woonwagens van de familie Scheffers; kermisexploitanten. Gelukkig stonden de woonwagens in het diep gelegen terrein, zodat de bomsplinters, en de luchtdruk over de wagen, heen gevlogen is.

1943.

In de late avond omstreeks half elf, voorafgaand aan de vijfde oktober, kregen we weer luchtalarm. Wij hoorden in de verte al vliegtuigen, en boven Geleen hing de lucht vol met gekleurde lichtkogels. Rode, gele en witte, dat hadden wij nog nooit eerder gezien. Maar spoedig wisten wij waarvoor die bestemd waren Geleen ging een verschrikkelijke nacht tegemoet. Toen de vliegtuigen alles hadden afgebakend met lichtkogels begonnen ze Geleen te bombarderen. Het was verschrikkelijk die inslagen en dat vuurwerk te zien en te horen in Limbricht. Ook zijn er bommen gevallen op de mijn Maurits. Geleen telde over de honderd doden en vermisten. Grote verwoestingen en branden dat was Geleen op vijf oktober 1943. Zoals ik reeds eerder vermeldde werd de mijn Maurits die nacht ook behoorijk getroffen. Op het moment dat het bombarderen begon was er juist de wisseling van de wacht voor de avonddienst. De stroom was uitgevallen dus de liften in de schachten werkten niet meer en de ventilatoren die voor de tuchtverversing in de mijn moest dienen evenmin. De ondergrondse mijnwerkers zijn toen van 660 meter naar 548

meter, vandaar naar 455 meter en naar 391 meter geklommen via de ladders in de schacht. Daar hebben de mijnwerkers zich verzameld en zijn toen naar boven geklommen. De badlokalen waren afgebrand en ook de fietsloodsen, dus zwart, moe en te voet naai huis, onzeker wat er die nacht thuis gebeurt was. Ook in Limbricht zijn enkele mijnwerkers bij het hierboven vermelde rechtstreeks betrokken geweest; onder andere Dhr. A. Philippen.

Vermeldenswaard is, dat er twee keer in de oorlogsjaren een Duitse militaire auto, op de spoorwegovergang Platz /Allee onder een trein gereden is. Gewonde militairen zijn hierbij gevallen.

Kasteel Grasbroek is ook niet van oorlogsgeweld gespaard gebleven. Het kasteel en de boerderij zijn op een nacht getroffen door fosfor en brandbommen. Het is toen gedeeltelijk afgebrand. ́s Morgens vond je overal in de velden en weilanden brandbommen die niet waren ontbrand.

1942 – 1944.

Praktisch iedere dag waren vliegtuigen in de lucht in de Limbrichtse omgeving. Je kon dan luchtgevechten zien. tussen de Duitse vliegers en de geallieerde vliegers. Als het dan weer veilig was gingen wij het veld in, koperen kogelhulzen en patronen banden zoeken. Die lagen overa1 verspreid. Later in de oorlogsjaren 1943 – 1945 toen de geallieerden de radar hadden uitgevonden, vond je overa1 in het veld zilverpapieren strippen. Die gooiden de vliegers uit om de radar van de vijand te storen; ook die verzamelden wij. Ook werden er pamfletten uitgeworpen met mededelingen aan de bevolking. Die pamfletten mocht je van de Duitsers niet oprapen of in je bezit hebben.

1944.

De winter van 1944 was nat en koud, de kleding was bij de meeste mensen aan vervanging toe. Toch gingen wij op klompen door weer en wind te voet naar de molen op de Nieuwstadt (molenaar. Loop) met een zakje graan om te malen. Dit malen gebeurde stiekem het was verboden door de Duitsers, anders moest het thuis gebeuren in de koffiemolen.

Als onze vader weer een zondag gewerkt had in de mijn en een half litertje jenever mee naar huis nam, dan wist je al dat je weet te voet naar Dieteren kon gaan. Die jenever had je nodig als gunst om een paar nog natte klompen te kunnen kopen.(klompenfabriek Klinker’s-Dieteren)

De laatste maanden van de oorlog was er bijna niets meer te koop. Iedereen had wel voedselbonnen, maat er was geen voorraad meer in de winkels. Slager Lendfers maakte in die periode een paar keer in de week soep die je daar kon kopen. Deze soep (of water) was klaar gemaakt van wat beenderen en werd uit een grote wasteil geschept.

Vliegtuigen schoten de laatste weken van de oorlog op alles; dorsmachine in het veld en treinen werden kapot geknald. Een locomotief die tussen het oude kerkje en het huis van de burgemeester reed, werd ook geraakt. Zelfs de poort van het kerkhof; dat is nu nog zichtbaar i.,s aan het kruis op de kerkhofpoort, er zit een rond kogelgat in.

1944.

Ondanks het verbod van enkele jaren was er toch nog een radiotoestel bij ons in de Drekstraat, (KRIJNTJES). Er werd geregeld naar geluisterd. Vooral radio 0ranje en de B.B.C. waren de meest beluisterde progamma ́s. Dus waren wij goed op de hoogte van de landing in Normandië. De Duitsers begonnen toen ook zichtbaat nerveus te worden. Mijn buurjongen Jo Brinkman en ik zijn eens gaan kijken aan de kop van de Allee Rijksweg waar de Duitsers en de mannen in burgerkleding schuttersputten en zigzag vormige loopgraven aan het maken waren. Duitse voertuigen, zoals auto ́s en motoren waren toen extra bemand met soldaten in zwarte uniformen. Die zaten op de motorkap met het geweer in de aanslag. Een paar Duitse auto’s zijn aan de S-bocht door een vliegtuig in brand geschoten. In die periode gingen wij niet naar school, dus konden wij alles goed bekijken. Ik mocht van mijn ouders niet uit de buurt want dat was hun veel te gevaarlijk. Maar mijn buurjongen en ik waren niet weg te krijgen bij die soldaten. Voor mij persoonlijk een prachtige tijd. Ik was toen 14 jaar. En wat wil je op die leeftijd nog meer: geen school, zwerven door velden en bossen, soldaten, enz.enz.

1944 omstreeks 12 september

De Duitsers trekken terug, geregeld komen groepen soldaten door ons dorp- Fietsen, kruiwagens en karren volgeladen met gestolen spullen gingen richting Duitse grens. Een colonne met auto’s, huifkarren en paarden heeft een dag of vier in de Allee gestaan, goed gecamoufleerd onder de bomen. Bij deze groep waren ook vrouwen, die Nederlands spraken. Van deze vrouwen is er één, met de bev4ijding, op het plein voor het gemeentehuis kaal geknipt.

16 september 1944

Je kon al dagen uit de verte de kanonnen horen schieten, en iedere dag kwam dat geluid dichterbij. De mensen wisten te vertellen dat de Amerikanen Beek al bevrijd hadden, men wachtte in spanning af wat komen zou. Wij verbleven al weken aan één stuk ́s nachts in de kelder, er was toch een angstige spanning ( onzekerheid )(gehoord van mijn moeder,). De avond van de 17de september omstreeks tien uur wist men te vertellen dat de Amerikanen al tot aan de kerk waren doorgedrongen.

17 september 1944.

’s Morgens hoorden wij van onze ouders dat de Amerikanen er waren.Natuurlijk gingen wij direct naar buiten en op de Platz zag ik de eerste soldaat, liggend op de grond in een slaapzak. Ook verschillende soorten auto’s, later wisten wij dat deze auto’s jeeps waren. Daar zaten ook soldaten in die op een kaart aan het kijken waren. Eén van hen was aan het roken, en gooide de brandende sigaret weg. Die grote peuk heb ik opgeraapt, en ik ben toen aan het roken gegaan. Even later was ik zo ziek a1s een hond, Die peuk was mij s1echt bekomen. Het hele dorp was die morgen in zijn geheel bevrijd, en overa1 zag je Amerikaanse soldaten die hele andere bewapening en kleding droegen dan de verdreven Duitsers. Van de soldaten kregen wij zeep, vlees uit blik, sigaretten en blikken met droge koekjes. Na een paar dagen kenden wij ook de eierpoeder en bacon uit blik. En de kauwgom, die was bij de jeugd zeer geliefd. Ieder Amerikaanse soldaat had van die grijze vettige dozen, de zogenaamde noodpakketten. Die waren bij ons jongens zeer geliefd. Daar zat van alles in o.a. chocolade, vie4r.sigaretten, thee, poedermelk en koekjes enz. Ik heb nooit witter brood gezien als toen, en het smaakte heerlijk. Op verschillende plaatsen in het dorp waren voor de militairen centrale keukens en kantines gemaakt o.a. bij het gemeentehuis en bij de zaal van café Pelzers. Op deze plaatsen was het goed te zijn, ik was er dagelijks; je kreeg er van alles. Wij hebben er thuis vaak smakelijk van gegeten.

De Amerikanen zijn tot en met Nieuwstad – Susteren door gestoten, toen lag het front stil. De toen geformeerde O.D.(orde dienst) begon diezelfde dag van de bevrijding de mensen die met de Duitsers geheuld hadden op te halen. Deze mensen werden bijéén gebracht op het terrein voor het gemeentehuis, met de handen in de lucht. Van de vrouwen die daarbij waren werden de haren afgeknipt en met verf werd een hakenkruis op hun hoofd geschilderd. Ook waren er mensen van de Nieuwstad gevangen genomen die met de Duitsers hadden samengewerkt. Ik wil geen namen vermelden van deze en eerder genoemde lieden. Voor één maak ik een uitzondering, dat was de door de Duitsers aangestelde burgemeester Frijns, al met al niet een moeilijke man. Deze oorlogsburgemeester is naar ik meen niet in Limbricht gearresteerd en niet op het plein voor het gemeentehuis door de O.D. aan de bevolking getoond. Er zijn toen toch wel dingen gebeurt die niet zo mooi waren.( Dit later vernomen van ooggetuigen).

De Amerikanen waren in het bezit van tanks en kanonnen die zich met een daar opgebouwde graafinstallatie zelf konden ingraven. Waar nu voetbal- en sportvelden en tennisbanen liggen, lagen de tanks en kanonnen in gegraven, ze schoten vandaar richting Nieuwstad. Susteren en Duitsland. De berichten kregen ze door van een verkenning,vliegtuigje. Dat vliegtuigje noemde men in de volksmond luije jan, omdat het zo langzaam vloog. De vijand schoot niet vaak op dat toestel omdat deze zijn eigen positie dan zou verraden. Limbricht had in die tijd een eigen vliegveldje gelegen tegenover het huis van de familie Cremers aan de Sittarderweg.

Zoals reeds eerder vermeld lag het oorlogsfront op de grens Nieuwstad Susteren Roosteren naar de Maas. Door de Amerikanen is toen een mijnenveld gelegd vanaf de Maas naar de Duitse grens. Dat mijnenveld was een paar honderd meter breed, het lag in de lijn vanaf Beukenboom langs het Limbrichterbos, kruiste halfweg de Allee en dan de Rijksweg richting Millen. Het mijnenveld was afgezet met stalen pinnen en daar doorheen prikkeldraad. Op het prikkeldraad hingen bordjes met opschrift: DANGER:MINES. Maar aangezien in die tijd de koeien niet konden lezen gebeurde het nogal eens dat uitgebroken dieren het mijnenveld in liepen. Dan hoorde je weet een flinke ontploffing als er een dier op een mijn liep. De kadavers gingen na een paar dagen behoorlijk stinken. Niemand durfde het dode dier uit het mijnenveld te halen. Enkele inwoners van Limbricht, die land in het mijnenveld hadden liggen probeerden met de riek de mijnen te verwijderen. Zoals de boeren Lemans, Gruizen en Horsmans. Boer Horsmans is met een boerenkar op een mijn gereden en de lucht in gegaan. De oudste zoon van Horsmans raakte gewond en is toen naar het ziekenhuis vervoerd. Ook H. Gruizen die aan deAllee land bezat, gelegen binnen het mijnenveld, is daar op een mijn gereden. Henk Colaris die daarbij aanwezig was, raakte gewond.

Oktober 1944.

In de maand oktober 1944 zijn de Amerikaanse militairen vervangen door Engelse troepen (woestijn ratten; divisie). Het oorlogsfront lag nog altijd stil, wel werden er geregeld granaten over en weer afgevuurd en gingen de soldaten op patrouille met kleine gevechtswagen en lichte tanks richting Susteren. Wij sliepen nog steeds in de kelder en vooraan de Allee stond een tank opgesteld en er stond een wacht bij. Geregeld werden vanuit Susteren-Echt-Sint Joost gevangenen aangevoerd. Dezen bracht men bij ons tegenover in de schuur van boer Goldstein. De woonkamer bij ons thuis gelegen aan de Drekstraat nummer 6 (Familie Derhaag ) was door de Engelse staf gevorderd en ingericht als verhoorkamer. In de gang stond altijd een gewapende soldaat en door een stukgeslagen ruit gingen verschillende telefoonkabels naar binnen. Om de beurt werden gevangenen uit de schuur gehaald. Met de bewaking werden deze dan naar de kamer bij ons thuis gebracht voor verhoor. Op zekere avond waren wij al in de kelder, omstreeks tien uur stond er opeens een soldaat in Duitse uniform bij Goldstein in de gang. Deze Duitser was door de linies

gekomen en kwam zich overgeven. Hij werd gevangen genomen door de O.D-er Sef.v.Cleef (Molenbron) Iedereen is danig geschrokken toen die Duitser daar in de gang stond.

Nog vermeldenswaardig in het gebeuren op de bevrijdingsdag. Het was na de middag omstreeks drie uur en er waren overal mensen buiten. Er liepen soldaten rond en plotseling was er geschreeuw. Amerikaanse soldaten kwamen met een vreemde man in burgerkleding aangelopen, de handen in de lucht. Het bleek een Duitse soldaat te zijn Bij het visiteren vond men een revolver in zijn broekspijp.(gevangen genomen in de Bornersteeg) Later vertelde men dat het een spion van de Duitsers was, en dat deze Duitser voorop een Amerikaanse tank is gezet en door Duits vuur is gedood.

Kerstmis 1944.

Omstreeks deze tijd was er een grote bedrijvigheid onder de anders zo rustige Engelsen. De meeste mensen in het dorp hadden soldaten ingekwartierd, bij ons thuis wan dat ook het geval. Wij hadden een soldaat in huis die een beetje Duits kon spreken, en die vertelde tegen mijn oudere dat ze spoedig weg moesten en dat de toestand zeer ernstig was. Later zou blijken dat de Duitsers een offensief in de Ardennen waren begonnen. Ook waren de Duitse vliegers die wij een hele tijd niet gezien hadden weer actief. In Limbricht zijn wij ook hier weer met geluk vanaf gekomen. Wel is in die periode, het was op een zondagmorgen, de Limbrichtenaar Piet Wagemans dood gegaan. Het is gebeurd tussen Limbricht en Sittard nabij de Groeneweg. Ik was toen in de kerk waar de Hoogmis werd gecelebreerd, deze mis begon om tien uur. De mis wan al meer dan een half uur bezig, toen wij in de kerk hoorden schieten en ontploffingen van granaten hoorden. Na de mis hoorden wij van het ongeluk van Piet Wagemans. Dus is Piet tussen 10.30 uur en 11.00 uur door een granaatesplinter aan de hals getroffen en daaraan overleden.

1945.

Begin van februari en maart zijn de Engelsen opgerukt samen met de Amerikaanse troepen. Nederland was toen begin 1945 bevrijd.

Opruimen van het mijnenveld.

De oorlog was nu afgelopen, Duitsland was verslagen en men ging aan het werk, alles moest opgebouwd en herbewerkt worden. Zo ook de landerijen waar de mijnen in lagen. Die moesten eerst opgeruimd worden hetgeen best een gevaarlijk werk was. Dat is ook door de Duitse krijgsgevangenen gedaan. De opgegraven mijnen werden bij elkaar gezet en een paar keer per dag tot ontploffing gebracht. Ook was er bij de opruimingsploeg een man uit Sittard. Deze man genaamd J. Limpens was een groot smal persoon. Hoe die bij de mijn opruimingsgroep terecht is gekomen is mij niet bekend.

Dit zijn in grote lijnen mijn herinneringen aan de tweede wereldoorlog. Ik ben ervan overtuigd dat er in Limbricht nog vele gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog hebben plaats gevonden waarvan ik niet op de hoogte ben.

C.W.M. Derhaag,
Sittard, 22 novembe4 1983.