Mevrouw Truuke Dunckel-Dols

Mevrouw Dunckel-Dols werd geboren op 9 februari 1916 als Truuke Dols. Het gezin Dols-Jaspers woonde in de Voorstad op no 24. Het gezin telde 6 kinderen, 3 jongens en 3 meisjes.

Vader Dols was geboren op de Bergstraat in het café aan de overweg. (er was toen nog geen ijzeren brug over het spoor Heerlen/Maastricht). Bij dit café was ook een paardenstalling. Vanwege zijn liefde voor de paarden werd hij na zijn schooltijd knecht bij Dieteren op de Bergstraat en in 1918 begon hij voor zichzelf; het werd een expeditie- annex verhuisbedrijf. Hij had een wagen, 6 paarden en had diverse knechts in dienst. Wagen en paarden waren onder gebracht in een stalling aan de Geerweg waar ook Schulpen, de paardenhandelaar, woonde.

Op een dag moest hij grote ketels afhalen in de haven van Maasbracht. Deze ketels waren bestemd voor het S.B.B. Halverwege, in Born, weigerden de paarden om verder te gaan. Pastoor kwam een kijkje nemen. Pastoor kon het probleem niet oplossen. Pas toen hij weg was en Dols eens flink kon vloeken, hetgeen in het bijzijn van pastoor onmogelijk was, kwamen de paarden weer op gang en kon Dols zijn tocht voortzetten.

Moeder was afkomstig van de Steenweg.
In de tijd dat ze in de Voorstad woonden had moeder Dols had een groentewinkel maar verkocht af en toe ook vis.

Toen Truuke 12 jaar oud was verhuisde het gezin naar de Bergstraat. Ze woonden daar naast Harrie Dieteren aan de kant van meubelzaak Geurts.

Vader Dols bouwde samen met zijn broers carnavalswagens voor de Steenweg en het waren zijn paarden die de wagen trokken. Hijzelf liep mee om de paarden te leiden.

Truuke speelde als kind het liefst met de jongens uit haar buurt, een balletje trappen op het grasveld bij de Geerweg.
Ze ging naar school bij de Ursulinen in de stad. Ze was niet altijd even braaf. Ze herinnert zich hoe ze op een dag een hoop bladeren bij Brouwers in de Begijnenhofstraat over de poort had gegooid. Daags erna stond de politie voor de deur en moest ze op school van Mère Jozef strafregels schrijven.
Vaak zat ze voor straf op haar knieën voor de klas als ze weer eens gekletst had en op zondag spijbelde ze vaak als ze naar de Vespers moest.
In de MULO had ze geen zin en ze ging werken in de winkel van Kleikamp, een zaak in ijzerwaren. Daar werkte ze 7 jaar.
Vervolgens werkte ze nog in een tricotagefabriek van Hofte. Deze was gelegen naast Arnolds op de Rijksweg Zuid (later garage Konings)
Bij Kleikamp leerde ze haar eerste man kennen, Jacob Dunckel. Dunckel was een Duitser; hij was smid van beroep en woonde in Wehr.
Het was intussen 1941, het was oorlog en Truuke was 25 jaar oud.
Vader Dols was tegen het huwelijk, moeder niet.
Truuke zorgde voor de benodigde papieren, trok op een morgen haar beste grijze mantelpakje aan en ging op de fiets naar Wehr. Samen met haar verloofde nam ze de trein naar Düsseldorf waar een zus woonde van Jacob en hier zijn ze getrouwd. Niemand van haar familie was aanwezig bij de bruiloft.

Jacob kon een baan krijgen in Düsseldorf als smid maar Truuke wilde liever terug naar Wehr en haar man ging werken op de mijn. Er werd in die tijd een zoon geboren, Willy
Jacob werd opgeroepen voor het Duitse leger. Nadat hij nog eenmaal met verlof was geweest werd er een dochter geboren, Gonny. Sinds 1943 heeft ze niets meer van hem vernomen en werd hij als vermist opgegeven.

Truuke bleef alleen achter in Wehr met haar zoon en dochter. Van een tante, die een café had in Wehr, kreeg ze sigarenstompjes. Zij haalde de tabak eruit en bewaarde die voor een Nederlander die ook in Wehr woonde. Met deze man trouwde ze uiteindelijk in 1961.
Op het einde van de oorlog werd Truuke met haar kinderen opgepakt. De Amerikanen hadden Wehr ingenomen en haar huis gevorderd en de inwoners zouden naar kamp Vught gebracht worden. Toen ze wist dat ze moest vetrekken belde ze naar huis om te vragen of ze naar Sittard mocht komen. Pa Dols antwoordde: “Je hebt voor een Duitser gekozen dan moet je ook maar met de Duitsers meegaan”. Later had hij spijt van zijn woorden en stuurde zijn vrouw en dochter naar de grens om Truuke hier alsnog uit de bus te halen. Ze waren te helaas te laat, de bus was al voorbij.

De bus vertrok vanuit Wehr, reed eerst naar Hillesberg en vandaar naar Vught. In Sittard aangekomen zag ze haar broer zag ze haar broer met paard en wagen maar ze mocht de bus niet uit.

Toen ze terugkwam uit het kamp Vught stonden pa en ma Dols bij de grens te wachten
Willy was inmiddels 5 jaar en toen zijn oma hem een stuk chocolade beloofde is hij met haar meegegaan naar het huis aan de Bergstraat. Hij bleef hier tot zijn 17de jaar.
Na de oorlog kreeg ze alsnog veel steun van haar ouders en familie.
Lang heeft ze geprobeerd om via allerlei instanties zoals het Rode Kruis te achterhalen of en waar haar Jacob overleden was. Ze heeft nooit antwoord gekregen op haar vraag.

Truke trouwde opnieuw maar bleef aan de andere kant van de grens wonen.