Jo Kohnen alias Jo van Veen

Een Zittesje sjnaak met een Duits paspoort

Jo werd geboren te Heerlen als zoon van een Duitse moeder en een onbekende vader. Vanuit Heerlen belandde Jo in een kindertehuis in Heel. Hij was 11 maanden oud toen hij bij zijn pleegouders kwam.
Zijn pleegmoeder was een echte Sittardse; haar naam was An Ronken.

Haar vader was kleermaker en ging in die tijd met paard en wagen de dorpen in de Maaskant langs om zijn kostuums te verkopen. An Ronken trok al klein kind met haar vader mee.
Naderhand ging vader Ronken werken bij Wolf en Herzdahl.
De familie Ronken woonde in een klein huisje in Stadbroek.

An trouwde met Gerrit van Veen; Gerrit was afkomstig uit Arhnem en hij werkte op de Oranje Nassau in Heerlerheide.
An en Gerrit hadden geen kinderen en besloten daarom tot de adoptie van dit kleine jochie met zijn Duits paspoort. Zo kwam Jo in 1935 in Sittard terecht in de Putstraat.

Zoals voor zoveel Sittardse kleuters begon zijn schooltijd bij de zusters in de Plakstraat. Lang heeft hij hier niet gezeten. Hij was er nog maar 3 weken toen hij samen met Jan Salveni op het idee kwam om een pot met plaksel in de vissenkom leeg te schudden. De andere morgen lagen de vissen stijf in de kom en een aantal kleuters was wel zo aardig om aan de zusters te vertellen hoe dat zo gekomen was. De zuster zei tegen zijn moeder: “ Mevrouw, het is baeter dat geer het menke toes houwt “ en zo kwam er al gauw een einde aan zijn verblijf op de kleuterschool. Samen met leeftijdsgenootjes uit de Putstraat en Plakstraat voltooide hij zijn voorschoolse opleiding al spelende in de Kolleberg.

Vervolgens ging hij naar de lagere school in de Baandert en kwam terecht in de klas van Juffrouw van der Bilt.
Toen Jo ruim 8 jaar was kreeg zijn moeder een officieel schrijven waarin stond dat Johan Friedrich Kohnen de Duitse nationaliteit bezat en dus uitverkoren en verplicht was om tot een model Volksduitser te worden opgevoed.

In het klooster in Leijenbroek was een speciale school voor kinderen met de Duitse nationaliteit en dat waren er in dit grensgebied behoorlijk veel. Ze kwamen uit de hele regio en werden met de bus naar school gebracht.
Moeder van Veen probeerde er onderuit te komen en vroeg de oude Garé, de bekende huisarts, om een verklaring waarin stond dat de gezondheid van Jo aan de zwakke kant was en dat het niet verantwoord zou zijn om hem helemaal naar Leijenbroek te sturen.
Ortscommandant Arets geloofde niet in deze gezondheidsverklaring en dreigde haar zoon af te nemen wanneer ze hem niet onmiddellijk naar de Duitse school zou sturen.
De Duitse basisschool was duidelijk anders de lagere school in de Baandert. De school begon ́s morgens om 8.00 uur. De leerlingen verzamelden zich dan op de Cour in carrévorm rond de vlag. Men groette de vlag en vervolgens volgden lovende woorden over de Führer om zo de leerlingen op te voeden tot goede Reichsduitsers.
De kinderen bleven tussen de middag op school en gingen om 2.00 naar huis.
De school was autoritair, de voertaal was natuurlijk Duits maar men droeg er geen uniform.
De kinderen brachten zelf brood mee en kregen drinken op school.
Jo belandde in de tweede klas bij Fraulein Hanssen uit Tüddern. Fraulein droeg laarzen maar sloeg nog net niet de hakken tegen elkaar als ze collega ́s groette.
De klas was verdeeld in drie afdelingen; de leerlingen met de minste perspectieven zaten in het donkerste gedeelte bij de deur. Dit gedeelte werd de Bummelzug genoemd. De iets betere

leerlingen zaten in het middengedeelte; dit gedeelte heette de Schnelzug en de beste leerlingen mochten bij het raam zitten in de Eilzug.
Jo startte, omdat hij het Duits nog niet zo goed beheerste, in de Bummelzug maar zat binnen 4 weken in de Eilzug en kwam te zitten naast Ger Bindels. Jo en Ger maakten samen huiswerk want Ger sprak beter Duits en Jo was beter in rekenen. De vader van Ger beschikte over een auto met chauffeur en Jo zat voor het eerst van zijn leven in een auto.

Gymnastiek was een belangrijk vak op deze Duitse school.
Vaak trokken de leerlingen er met zijn allen op uit, de natuur in en tijdens deze wandelingen leerden ze veel over het gebruik van geneeskrachtige planten. Die moesten ze verzamelen en vervolgens werden deze kruiden opgestuurd naar het front. Een keukenwagen met een aantal soldaten vergezelde de groep en uitvallers konden tijdelijk plaats nemen op de keukenwagen. Heel gebruikelijk was het ook dat de oudere leerlingen de jongeren op hun rug droegen wanneer de kleine beentjes niet meer wilden. Saamhorigheid en verantwoording voor elkaar waren essentieel binnen het schoolgebeuren.
Lang is Jo niet op deze school geweest en zijn moeder kreeg het toch klaar om hem van tijd tot tijd ziek te melden.
Begin 1944 kwam er een einde zijn Duitse schooltijd. Het was in de tijd van het bombardement op het station. In het klooster verbleven regelmatig soldaten die een week verlof hadden. Zij gingen niet naar huis omdat men bang was dat ze niet terug zouden keren van verlof. Daarom stonden er op de binnenplaats van de school vaak militaire voertuigen en ook deze werden regelmatig onder vuur genomen. Moeder van Veen vond het welletjes en hield haar zoon thuis.
Ze moest zich voor deze beslissing samen met haar zoon gaan verantwoorden in Maastricht. Ze was laaiend maar men liet haar geruime tijd wachten. Uiteindelijk werd ze binnengeroepen en wat er toen is gezegd weet Jo niet maar daarna is hij niet meer naar school gegaan.
Toen kwam de bevrijding; steeds meer Duitser trokken richting Heimat.
Vader ging op een dag te voet naar zijn werk in Heerlerheide; zijn fiets liet hij thuis omdat hij bang was dat de Duitsers deze alsnog zouden vorderen.
Op de terugweg liftte hij mee met een groep soldaten die in Amsterade achterbleven. Thuisgekomen vertelde hij dat de Amerikanen in aantocht waren en enkele uren later reden ze inderdaad Sittard binnen; Sittard was bevrijd.
Zodra Sittard bevrijd was, waren er ineens heel wat mensen die bij het verzet waren geweest en nu lid werden van de O.D. Er werden razzia ́s gehouden om de stad te zuiveren.
De kinderen hadden hier geen weet van.
Jo speelde met zijn vrienden op straat. Ineens zag een van zijn vrienden dat een groep mannen gewapend met geweren de straat bij het huis van Van Veen afzette en op de deur bonkte. Hij waarschuwde Jo die meteen naar huis ging. Bij de afzetting gekomen mocht hij door omdat iemand zei dat hij daar woonde. Bij de deur aangekomen hoorde hij zijn moeder zeggen: “doa kump dei Pruus; nump em uch mer mit” en tegelijkertijd sloeg ze met een stoel de O.D. de deur uit. Ze keken naar de 9-jarige jongen en zijn zwijgend vertrokken.
Jo heeft later gewoon zijn schooltijd afgemaakt en zijn Nederlanderschap aangevraagd.
Hij was en bleef gewoon een echte Sittardenaar die alleen, omdat hij een Duits paspoort had verdacht was.
Dit voorval heeft diepe indruk gemaakt en hij heeft het nooit meer vergeten.

Dank aan Bèr Smit voor het interview Marijke Geilen