Jan Jozef Alfons Franciscus Krekels, van beroep wielrenner.

Jan Krekels werd geboren in Sittard op 26 augustus 1947. Zijn vader had een zandgroeve op de Kollenberg tegenover de Kogelvanger. Het gezin woonde met 5 kinderen in de Putstraat no 90. Toen Jan 5 jaar oud was stierf zijn vader. Het werk in de zandgroeve ging door. Waar vroeger nog kar en paard het zand vervoerde reden nu de vrachtwagens af en aan en Jan zat aan de slagboom om te noteren wat er in en uitging. Later heeft zijn moeder de zandgroeve verkocht. Hij ging naar de lagere school bij meester Delsing aan de Odasingel.

Met zijn vrienden fietste hij vaak rondjes op de Kollenberg die hij meestal won. Ze waren meestal met tienen en niemand had een racefiets. Ook fietste hij wel eens in de Selfkant omdat daar vaker wielerronden verreden werden. Dan ging hij kijken naar de echte renners. Zelf heeft hij aan deze rondes nooit deelgenomen Daar deed bijvoorbeeld Nol Ehlen mee. Jan herinnert zich hoe ze gingen kijken in Wehr, bij Waldschenke, waar gestart werd. Vaak waren het ook trainingstochten. Zijn enthousiasme voor het wielrennen is hier ontstaan.

Hij verhuisde naar Born en fietste naar zijn werk. Een lokale kastelein, die hem iedere dag langs zag komen, vond dat hij een behoorlijk tempo had en adviseerde hem om mee te doen aan de ronde van Born. Zijn tegenstander had een echte racefiets en Jan had enkel een fiets met derailleur. De eerste twee keer werd hij geklopt maar de derde dag fietste hij zijn tegenstanders het licht uit de ogen. Daarna volgde de ronde in Kleine Meers en daar trof hij Ger Harings uit Scheulder die net als hij later beroeps is geworden. Dat was het begin van zijn carrière als wielrenner. Hij was 16 jaar oud en begon bij de nieuwelingen maar vanwege zijn rang in het Limburgse puntenklassement kon hij al gauw overstappen naar de amateurs. Daarvoor moest je 18 jaar zijn. Dat was in 1967. In 1968 volgde zijn doorbraak in de wielersport. Hij won onder andere enkele etappes in Olympia’s Ronde, de Omloop van de Kempen, de Ronde van Overijssel, de Ronde van Zuid-Holland en de Ronde van Limburg. Als amateur werd hij in 1968 eerste in het eindklassement van de Österreich Rundfahrt en won hij twee etappes in dezelfde ronde. Zijn grootste succes als amateur behaalde hij echter in 1968 op de Olympische Spelen in Mexico City waar hij samen met Fedor den Hertog, René Pijnen en Joop Zoetemelk de gouden medaille won op de 100 km ploegentijdrit. Hij deed ook mee aan de individuele wegwedstrijd en werd hierin 11e.

In 1969 werd hij profwielrenner. Het succes als amateur kon hij als prof echter niet continueren. Zijn meest aansprekende uitslag in dat jaar was een tweede plaats in de GP Fourmies. In 1971 won hij de 19e etappe in de Ronde van Frankrijk en in 1972 won hij twee etappes in de Ruta del Sol en werd hij tevens eerste in het eindklassement.

Jan fietste vooral graag in het zuiden. Hij hield van de warmte en was geen slechtweer renner. In dienst van Caballero heeft hij een keer meegedaan aan Parijs-Nice, een meerdaagse wielerwedstrijd die in het voorjaar verreden wordt. Het was koud en er lag nog sneeuw. Jan werd ziek en zat met koorts op de fiets maar rijden moest hij want halverwege opgeven betekende geen geld aan het eind van de tour. Drie keer heeft hij de tour de France gereden. Hij had een knechtenrol want een kopman hadden ze niet. Hij was in 1971 en 1972 in dienst de ploeg Goudsmit-Hoff. Het ging bij deze ploeg vooral om de etappewinsten. In 1971 won Jan de 19de etappe van Blois naar Versaille. Hij herinnert zich die etappe nog goed. Het parcours was hem op het lijf geschreven. Het gebied van de Chevreuse is heuvelachtig. Er was een kopgroep van 12 man weg maar hij sprong er naar toe en bleef bij deze kopgroep. Een sprint won hij normaal altijd dus ging hij ervan uit dat het deze keer ook lukken moest.

Zelfs Cyrille Guimard kon hem niet meer inhalen en eindigde die dag als tweede achter Jan. De dag ervoor was Jan tweede geworden in de etappe Bordeaux-Poitiers. Tegenwoordig krijgt iedere renner van te voren alle gegevens over het parcours maar dat was in die tijd nog niet gebruikelijk. De aankomst was op een gravelbaan waar nog een ronde gereden moest worden en dat wist Jan niet. Hij lag voorop en dacht dat de overwinning nabij was. Hij kon de finish al zien liggen maar werd gepasseerd door Jean-Pierre Danguillaume. Deze Fransman kende het parcours en wist, dat eenmaal op de gravelbaan, hij niet meer ingehaald kon worden. Jan nam niet het risico om onderuit te gaan maar nam de dag erna in Versailles revanche.

Volgens Jan kwam zijn motivatie vooral voort uit het streven naar het hoogst haalbare. Bovendien was fietsen zijn hobby en daar had hij zijn beroep van kunnen maken.

Hij vindt het jammer dat wanneer men het over het wielrennen heeft steeds weer het woord doping valt waardoor het wielrennen een negatief imago heeft en mensen het idee krijgen dat wielrennen zonder doping niet mogelijk is. Motivatie moet je ook halen uit de behaalde resultaten maar als je een paar keer met gezicht op het wegdek terecht komt dan wordt de motivatie toch minder. Het risico op valpartijen heeft bij hem uiteindelijk de doorslag gegeven om zijn loopbaan als beroepswielrenner vaarwel te zeggen. Dat was in 1978. Ook de sociale zekerheid speelde een rol. De wielrenners verdienden in die tijd niet zoveel. Jan was inmiddels getrouwd en de oudste van zijn drie dochters werd tijdens de tour geboren. Een gezin bracht ook verantwoordelijkheid mee.

De training en voorbereiding op de grote wedstrijden waren niet te vergelijken met nu. Trainingsschema’s bestonden niet. Om prestaties te kunnen leveren dan moest een renner gemiddeld 7 uur per dag continu fietsen en verder een goede verzorging en ’s avonds om 19.30 naar bed.

Zijn Olympische medaille geeft hem nog steeds een positief gevoel. Het is voor hem het bewijs dat hij iets bereikt heeft in zijn leven. Bij het 100jarig bestaan van het NOC NSF op 29 mei 2012 werden de 100 winnaars van goud uitgenodigd in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag en Jan was een van hen.

In 2006 deed de Tour de France Valkenburg aan en werd Jan uitgenodigd bij de presentatie Ook nu met het WK wielrennen in onze regio staat hij weer in de belangstelling. Hij fietst zelf nog graag, alleen of met zijn vrouw Suzanne. Regelmatig heeft hij heeft ook nog contact met de renners van toen.