Het augustinessenklooster in Sanderbout van 1953 tot 1991

Wie herinnert zich nog de zusters Augustinessen in Sanderbout? Ze hebben veel betekend voor deze wijk waar ze in 1953 terecht kwamen.

In Utrecht, liggen de wortels van de gemeenschap van de zusters Augustinessen van St.- Monica. Een kloostergemeenschap die zich, sinds de stichting in 1934 door pater Sebastiaan van Nuenen, met de leer van Augustinus als leidraad, inzet voor dakloze vrouwen, meisjes en kinderen.

De zusters zijn herkenbaar aan hun habijt met rond de hals een groene bies. In de zomer dragen ze een wit habijt en in de winter een zwart habijt.
Onder de naam “Meisjesstad” begonnen ze met de opvang van ongewenst zwangere meisjes en jonge vrouwen. Later boden de zusters ook onderdak aan vrouwen die dakloos waren, of geconfronteerd met huiselijk geweld, op zoek waren naar een veilige plek.

De Augustinessen stichtten vervolgens vanuit Utrecht diverse kloosters.

Sanderbout, met de komst van de mijnen aangelegd, was in de 50tiger jaren een groeiende gemeenschap met behoefte aan onderwijs voor de jeugd die tot die tijd in Ophoven naar school ging. In 1952 ging pastoor Smeets op stap om zusters te vinden voor de in aanbouw zijnde meisjesschool in Sanderbout-Kleindorp.

De pastoor klopte op vele deuren waar men hem wel vriendelijk ontving, maar niet helpen kon. „Ich trok dag-in-dag- uit door het land” zei deze parochieherder die van deken Haenraets het volgende advies kreeg: “ Jong, gank ens nao Utrech. Doa is ein jong congregatie die de welt gans anges bekik en die dich mesjien kan helpe. Doe maogs grös miene naam nuime aan de priorin”.

„We willen U graag ter wille zijn”, zei een dag later een jonge priorin Mater
Augustina vam Rijsen, de stichteres van de nieuwe congregatie tot de pastoor uit Sanderbout. En als een bevelhebber van een groot heir voegde ze er ondeugend aan toe: „We zullen graag troepen naar Limburg sturen. Maar ge moet wachten tot 1957!”
Gelukkig hoefde de pastoor niet zolang te wachten Al in 1953 waren de zusters beschikbaar. Men ging toen op zoek naar een onderdak.
„Ik heb niets voor U” moest de parochieherder aanvankelijk bekennen. Onvermoeid draafde de zuster uit Utrecht door de parochie. „Wanneer trekken jullie in de nieuwe kerk?” vroeg zij pastoor Smeets. „In de Kerstnacht”, zei de pastoor. Mater Generalis antwoordde:
„Dan nemen we de oude kerk.” Even heeft de pastoor nog tegen gestribbeld, omdat dit gebouwtje bedoeld was als verenigingsgebouw. Hij bleek evenwel tegen de strategie van deze volgeling van St. Augustinus niet opgewassen. „Dat maken we prima voor elkaar” zei de zuster en hij boog zich even later reeds over tekeningen die zij zo uit een potlood toverde. „U zorgt vliegensvlug voor een aannemer”, hoorde de verbaasde parochieherder, „en dan zijn we zo buurlui ….!” Zo ontstond in Limburg ’t eerste klooster „Maria van Troost” aan de Veestraat, in Sanderbout – Kleindorp onder leiding van zuster van Mil.

Van de noodkerk werd een gedeelte (het middelste) door middel van hardboard afgesloten van de rest van de ruimte; in dit gedeelte bevond zich de kapel. Rondom deze kapel en door een gang ervan gescheiden hadden de zusters kamertjes laten maken: het zogenaamde gastenkwartier met ruimte voor ieder die hier zijn of haar toevlucht zocht.

De zusters namen hun intrek in wat zij “De Keet” noemden en zetten hun deuren wagenwijd open. Iedereen was er welkom.
In „De Keet” bleef nooit een plaatsje onbezet en waar je geen kinderen zag lopen, kruipen, eten of spelen bevond zich een spreekkamertje, een uitstekend florerende uitleenbibliotheek voor Sanderbout, ’n kinderslaapzaal, een bed voor passanten, een kindercrèche en een eetzaal van enkele vierkante meters. Er zat een gat in de vloer maar dat werd bedekt door karton, er stond een kast die scheef hing door grondverzakking en het was uiteindelijk een „keet” die aan elkaar hing van ellende.

Nog in hetzelfde jaar werden aan de Anemoonstraat de kleuterschool en de meisjesschool, na te zijn ingezegend door pastoor Smeets, in gebruik genomen. De kleuterschool werd Gemmaheem gedoopt en de meisjesschool Maria Goretti. De leiding over de scholen werd toevertrouwd aan de zusters. Voor de jongens kwam er de Don Boscoschool en later de Augustinusschool met gemengd onderwijs.

In de bloeitijd, midden jaren 60, telde Sanderbout 20 klaslokalen, verdeeld over 3 scholen, met gemiddeld 48 leerlingen per klas.
In 1988 droegen de Augustinessen het bestuur van de school over aan de Stichting Katholiek Onderwijs Westelijke Mijnstreek. Er was toen nog slechts een zuster aan de school verbonden.

In februari 1963 wilden de zusters Augustinessen het feit herdenken dat ze al 10 jaar in Sanderbout actief waren. Graag hadden ze samen met wijk dit feest gevierd maar De Keet was er zo slecht aan dat de Priorin zei: ” Met de beste wil van de wereld kunnen we de buitendeur niet openzetten voor onze vele goede vrienden. We zitten zo vol dat er geen levende ziel meer bij kan. Bovendien zijn de vloeren in ons gastenkwartier zo slecht dat we elke bezoeker op zijn ponden moeten taxeren. Zwaargewichten mogen slechts even over de drempel stappen en hun wordt verzocht niet te lang op eenzelfde plek te blijven staan.”

In 1964 verhuizen de zusters naar het nieuwe klooster aan de Anemoonstraat.
In het klooster was er de permanente zorg voor iedereen die er onderdak zocht maar ook in de wijk waren de zusters enorm actief. Ze organiseerden er het jeugdwerk, waren actief in de ouderenzorg en in het onderwijs. Om in contact te blijven met de wijkbewoners organiseerden ze allerlei activiteiten voor jong en oud, met o.a. een naaiclub voor vrouwen en een kaartclub voor mannen. Ze vingen niet alleen mensen op in hun klooster maar namen ook de zorg op zich in gezinnen wanneer moeder, om welke reden dan ook, ontbrak.
Een groot gedeelte van deze zorg was vrijwilligerswerk en om toch wat inkomen te genereren gingen ze een keer per jaar langs de deur met loten die ze verkochten voor Meisjesstad. Dat is verleden tijd. Gebleven is hun tijdschrift “ De stad Gods” ( genoemd naar een boek van Augustinus) waarmee men nu hun werk kan steunen.

In 2016 sloot de Augustinusschool als laatste van de scholen haar deuren.

Deze kinderrijke buurt telde ooit 3 lagere scholen en 1 kleuterschool, opgericht en geleid

door de zusters Augustinessen. Het klooster werd in 1991 afgebroken. De zusters waren

toen al verhuisd naar het klooster in Utrecht en op de plaats waar het klooster heeft

gestaan verrees de Augustinessenhof met 38 woningen voor senioren.

Bron: Het Limburgs Dagblad
Math Vleeshouwers: Beelden van scholen in Sittard