Foto Dagblad De Limburger

Een interview met Gerard Houtakkers, gehouden op 10 juli 2009 door Mia Könings-Collombon

 

Gerard (Sjra) Houtakkers werd geboren in Venlo op 19 november 1926.

Hij volgde het gymnasium op het Thomascollege in Venlo waar hij bij zijn afscheid een lezing hield over wereldpolitiek. Zijn klasgenoten voorspelden hem al een toekomst in de politiek maar die ambities had hij toen nog niet.

Na zijn eindexamen – kort na de oorlog – ging hij rechten studeren in Nijmegen. In die periode richtte hij in Nijmegen het Bureau Werkende Studenten op. Door tussenkomst van dit bureau gingen werkstudenten in de wederopbouw van Nederland aan het werk om tijdens hun studie een zakcent te verdienen. Bij de laatste reünie van de rechtenfaculteit was hij de langstlevende van de studenten uit zijn afstudeerjaar. Hij ging nog heel lang naar reünies van de Nijmeegse universiteit waar later ook zijn beide zonen hun rechtenstudie afrondden.

Hij trouwde met Hent Ausems, afkomstig uit Nijmegen, en na zijn studie, in 1954, kreeg hij een baan als stafdocent aan de school voor maatschappelijk werk in de Gouverneur van Hövelstraat. Kinderbescherming en kinderrecht waren de vakken die door hem gegeven werden. Zij gingen wonen in de Engelenkampstraat, op no 26, in pension bij de familie Bronneberg totdat hun woning in de Bernardlaan gereed was.

Hij raakte door zijn baan al vrij snel betrokken bij het maatschappelijk werk. Hij wilde het maatschappelijk werk aanpassen aan de moderne tijd, dit tegen de trend van het armenbestuur en Vincentius in.

Hij werd voorzitter van de gezinsvoogdij en later ook voorzitter van het inter-parochieel centrum voor maatschappelijk werk, al een moderne vorm van maatschappelijk werk. Zo werd zijn netwerk in Sittard steeds groter. Men vroeg hem of hij geen belangstelling had voor de lokale politiek. Een taak als gemeenteraadslid zag hij wel zitten. Hij was in 1955 weliswaar advocaat geworden maar daar was volgens zijn eigen zeggen nog geen droog brood mee te verdienen. Hij werd lid van de KVP, een partij die vooral in het katholieke zuiden een grote aanhang had. Burgemeester Coenders adviseerde hem om zich kandidaat te stellen en hij kwam op plaats 17 van de lijst. Lijsttrekker Schrijen behaalde het merendeel van de stemmen maar Houtakkers kwam met voorkeurstemmen in de raad ofschoon hij nog maar 4 jaar in Sittard woonde. Verhagen (grootvader van Maxime Verhagen), Jessen en Denie twijfelden of het wel verantwoord was om een niet-Sittardenaar in de raad toe te laten en gingen om raad bij deken.  Ze hadden toen niet in de gaten dat ze bij de duivel te biecht waren want de toenmalige deken Höppener kwam uit midden Limburg en was kapelaan geweest in Venlo waar Houtakkers hem had leren kennen als Aalmoezenier bij de verkenners.

Max Krijn, wethouder en voorzitter van de fractie bood hem een post als wethouder aan. Na overleg met Coenders nam Houtakkers de post aan en was daarmee in 1958 met zijn 31 jaar de jongste wethouder van Nederland. De andere wethouders waren Schrijen, Vroomen en Cremers. Sittard telde toen ca 20.000 inwoners.

Wethouder zijn was nog geen fulltimebaan. Houtakkers gaf overdag les en ging iedere dag van 17.00 tot 19.30 naar het gemeentehuis om zijn taak als wethouder uit te voeren. Later heeft hij zijn baan als docent langzaam afgebouwd.

In zijn portefeuille had hij altijd onderwijs, cultuur en sport en was in die functie ook betrokken bij de plannen voor de schouwburg in Sittard. De schouwburg werd op 23 april 1958 geopend. Het was op dat moment de modernste schouwburg in de Benelux. Het besluit om een schouwburg te bouwen was al voor zijn tijd genomen. Hij volgde later Max Krijn op als voorzitter van de schouwburg.

Tot 1974 bleef hij wethouder. Hij was intussen geen lid meer van de KVP. Uit de KVP was in 1962 een nieuw partij ontstaan, Groot Sittard, later Nieuw Sittard.  Partij Sittard 70, met Schellen als voorzitter, werd zijn grote tegenstander en zo kwam Houtakkers in de oppositie terecht. Het beviel hem in het geheel niet maar helaas voor hem duurde deze periode toch nog 8 jaar. Toen in 1982, met de eerste herindeling, de fusie met Limbricht –Einighause n-Guttecoven en Munstergeleen overwoog Houtakkers om helemaal te stoppen want hij had het druk met zijn advocatuur en had inmiddels ook een kantoor in Brunssum geopend, maar het bloed kroop toch waar het niet gaan kon.

De KVP was opgegaan in het CDA en bij de verkiezingen behaalde de partij van Houtakkers, Partij Nieuw Sittard net als het CDA 11 zetels en daarmee kreeg Houtakkers opnieuw een wethouderszetel. Opnieuw zat in zijn portefeuille, onderwijs, sport en cultuur maar hij had tevens financiën erbij gekregen; een behoorlijke zware taak. Sittard moest bezuinigen. Tot 1990 bleef hij deze taak vervullen en heeft toen vrijwillig afstand gedaan van zijn functie.

Hij heeft 3 burgemeesters meegemaakt tijdens zijn politieke carrière. We laten Houtakkers aan het woord.

“De eerste was burgemeester Coenders. Laten we het zo zeggen; Coenders was een man van grote stijl en ik heb hem maar 6 weken mee gemaakt, maar ik kende hem al vanuit het maatschappelijk werk. Coenders was er altijd op gefocust om jongere mensen bij het bestuur te betrekken. Hij was zelf al in de zestig en hij was voor verjonging van de raad en zodoende ben ik erbij gekomen. Hij wilde ook jonge academici binnen halen. Hij was bovendien een van de grote stimulitoren van de schouwburg.

Toen kwam Dassen en dat was een hele andere man, was ook zeer betrokken bij de gemeente (dat waren ze alle 3.) Hij wist zeker wel een college te binden en was van een ietwat ander niveau en populairder, dacht ik, dan Coenders maar minder een regent, maar hij was wel een bestuurder.

Hij werd opgevolgd door Tonnaer met PPR-achtergrond en met hem kregen we in het bestuur een meer vertrouwelijke sfeer. Vroeger was het Burgemeester, Wethouder, men tutoyeerden elkaar niet, maar bij Tonnaer veranderde dat en inmiddels, in de jaren zeventig, was het tutoyeren het overleg binnen geslopen, hoewel ik dat nooit gewild heb. Met de oudere Pilgram en dergelijke zijn we met je en jou pas over gegaan toen ik wethouder af was.”

Een van de belangrijke beslissingen die tijdens zijn wethouderschap genomen werd was de afbraak van het oude stadhuis.

Dit zegt Houtakkers er zelf over:

“Dat gemeentehuis voldeed aan geen enkele eisen, behalve de gevel. En dat is hetzelfde als een mooie vrouw die niets te bieden heeft als alleen haar gelaat.

Men had getracht om grond aan te kopen achter het gemeentehuis om er een administratiekantoor neer te zetten, maar daar maakte een aantal mensen uit de Putstraat bezwaar tegen en zij kregen gelijk bij de Raad van State. Wij hebben toen alle mogelijkheden overwogen. Sittard was in die tijd een ingeslapen stad op winkelgebied en Geleen was een bloeiende winkelstad. Er moest wat gebeuren en zo zijn er toen onderhandelingen gestart met V&D. Er is uitgebreid in de raad over gesproken en het besluit in de raad werd unaniem genomen. Je had toen ook die club van Cobben tot behoud van Sittardse monumenten, de Kritzraedtstichting maar ook zij hadden hun verzet gestaakt en zo werd het gemeentehuis afgebroken.

Ik heb in 1990 bij mijn afscheid verteld dat ik inderdaad hierbij betrokken ben geweest en vind het nog altijd dat het economische noodzakelijk was, maar een architectonische blunder; dat had anders gekund. Ik heb ook, toen ik pas in het college zat, gepleit om het niet te doen maar als niet-Sittardenaar en jong broekie heb ik dat niet gehaald en heb ik mij daarbij uiteraard neergelegd. Dassen en Schrijen hebben dat door gedreven

Wij gingen toen naar de barakken (parkeerplaats Paardestraat) en hebben daar 10 jaar gezeten onder de meest ellendige omstandigheden en vooral in de zomer, als het warm was, werden er tropen diensten gedraaid. Op een dag liep ik met Schrijen over de Rijksweg, waar we toen beide woonden, richting Solanus waar later het CIOS is gekomen, door de gangen van het CIOS en kwamen op de markt uit en zagen daar de eerste beton blokken al verrijzen. Toen zei Schrijen tegen mij …”Dat zulle ze oos noojts vergaeve……”

Persoonlijk vind ik dat het absoluut noodzakelijk was om de stad opnieuw tot leven te brengen en dat gebeurde ook werkelijk. Als je mij nu vraagt of dit een juiste beslissing was dan denk ik nog steeds dat we het hadden moeten doen. We hadden het alleen anders moeten aan pakken maar het resultaat was, hoe men er ook tegenaan kijkt, dat Sittard weer helemaal opbloeide en de mensen gingen in groten getale naar V&D waar je zelfs nog voor de deur kon parkeren. Wat we nooit meer zouden doen denk ik is “Klein Venetië” afbreken. Het was wel erg vervallen, maar met de visie van vandaag hadden we er iets van kunnen maken, beter dan wat we nu hebben, want dit is helemaal niks.

Maar we moeten dus nooit vergeten dat het in de jaren zestig niemand, ook niet in de rest van Nederland, oog had voor monumentale schoonheid.”

Onderwijs had ook zijn grote belangstelling. De basisschool in Leijenbroek kwam er en hij vond het belangrijk dat er hbo-opleiding in Sittard kwamen om zo van Sittard een studentenstad te maken in de hoop dat deze studenten na hun opleiding ook in Sittard zouden blijven wonen. De HEAO kwam er en met de aankoop door de gemeente van de leegstaande kloosters aan Oude Markt kwam er ruimte voor Zuid-Limburgse Laboratoriumschool, het CIOS en ook de leergangen hadden onderdak gevonden in een van de kloosters.

En natuurlijk zat ook sport in zijn portefeuille. Sittardia kreeg een nieuw stadion in de Baandert. Er kwam een sporthal en het Nationaal Sportcentrum kwam naar Sittard.

Het betaald voetbal werd uit Geleen gehaald, daar waar nota bene de eerste prof voetbalclub, Fortuna54, ontstaan was. Dat hebben de inwoners van Geleen Sittard nooit vergeven en Houtakkers zelf had wel eens het idee dat hij zich maar beter niet in Geleen kon laten zien. Voor de naamsbekendheid van Sittard was het wel belangrijk. Nadeel was wel dat er altijd geld bij moest.

Ook toen al was er in Sittard een Sport Stichting die het beheer had over de sportaccommodaties.

Daarin zaten mensen als Albert Van der Sluis en Sjeng Sanders, Bovendaard en Benders, mensen die beroepshalve zich met sport bezig hieleden als trainer en/of docent. Voorzitter van deze stichting was de wethouder van sport, Houtakkers dus.

Houtakkers heeft zijn taak als wethouder altijd met veel plezier uitgevoerd en humor was zeker belangrijk hierbij. Hij hield ervan om iets voor de stad en de inwoners te betekenen. Hij vond een goede sfeer in het college zeer belangrijk maar zegt ook dat het vroeger vooral was “wij als College hebben dit gedaan” en nu is het voor Ik in plaats van Wij. Niet verzanden in tegenstellingen en politieke spelletjes maar samenbouwen aan de stad.

Hij was nooit een voorstander van de fusie met Geleen en had hier graag een referendum over gehouden. Bij de behandeling van de fusie in Den Haag zat Houtakkers op de tribune toen hij minister De Vries hoorde zeggen dat door deze fusie de bestuurskracht zou vergroten en Houtakkers had van de publieke tribune willen roepen: “En hoe dan??

Toen ze hem vroegen bij zijn pensionering vroegen naar zijn hobby’s zei hij dat Sittard zijn grootste hobby was.

Tot slot van zijn interview wilde hij nog de nadruk leggen op het feit dat sport, cultuur en onderwijs belangrijk zijn om de stad aantrekkelijk te maken voor nieuwe bewoners. Daar heeft hij altijd voor geijverd.

 

Gerard Houtakkers overleed 5 maart 2021