Dolf Simonis, oorlog en verzet in Sittard

Dolf Simonis werd geboren op 23 mei 1895 in Montfort. Hij ging er naar school en geïnspireerd door de nog jonge geschiedenisleraar, Munnichs, koos hij voor het onderwijs. Hij begon zijn loopbaan als onderwijzer in Urmond in 1915 maar verruilde deze post voor een baan in Sittard. Na zijn diensttijd ging hij naar Nijmegen maar kwam uiteindelijk in 1935 weer terug naar Sittard alwaar Coenen hem aannam als leraar Frans aan de MULO. Daarnaast was Simonis ook nog directeur van de Middelbare Handelsavondschool en gaf hij privélessen voor de acte L.O. Frans. Hij ging wonen aan de Leijenbroekerweg 68.

In Urmond leerde hij de Maaslanders kennen. Hij ging zich verdiepen in de geschiedenis en de folklore van de streek en kwam al gauw tot de ontdekking dat de vaderlandse geschiedenis weinig te maken had met de geschiedenis van onze regio.

Tijdens zijn verblijf in Nijmegen schreef hij zijn eerst boek over de regio “De Windhoek van Gelre”. Terug in Sittard ging al zijn aandacht uit naar de geschiedenis van Sittard.
Hij was lid van het hoofdbestuur van het LGOG en voorzitter van de kring Sittard en hij gaf veel lezingen over tal van Limburgse onderwerpen

Meer kennis van de eigen geschiedenis zou ook het zelfbewustzijn van de Limburgers opkrikken, zo dacht hij. Hij was er dan ook groot voorstander van dat er een universiteit in Limburg zou komen. Het maakte hem niet uit of deze in Nederlands of Belgisch Limburg zou komen. Hij schreef o.a. mee aan het boek “Sittard, Historie en Gestalte” dat in 1971uitgegeven werd.

Voor de oorlog werkte hij al samen met burgemeester Corbeij van Broeksittard die hoofd was van de militaire inlichtingendienst en net als Simonis anti Duits; Simonis vanwege de praktijken van de Duitsers tijdens de eerste WO in België en Corbeij vanwege zijn uit België afkomstige echtgenote. Vanwege zijn anti-Duitse houding was hij een van de eerste die de radio moest inleveren.

Na de inval van de Duitsers kon hij niet volstaan met toekijken hoe de vijand ons land bezette. Op 11 mei 1940 maakte Simonis een kuil in zijn tuinhuis en begroef hierin revolvers en geweren. Daarvan was alleen zijn 10-jarige dochter Jeanne op de hoogte. Alleen haar had hij verteld, dat als hij niet meer terug zou komen en iemand zou ernaar vragen, zij deze plaats moest aanwijzen.

Simonis gaf tijdens de oorlog leiding aan de knokploegen en maakte de plannen.
Een knokploeg bestond uit circa tien mannen. Hij was vooral de man op achtergrond met veel contacten, onder andere met de mensen die hij nog kende van de kweekschool.

De activiteiten van de knokploeg bestonden uit inbraken bij distributiekantoren om distributiekaarten te verzamelen voor de onderduikers. Er moest geld ingezameld worden. Er werden pilotenlijnen opgezet om piloten weer naar veilig gebied te leiden. Het was tevens het distributiepunt voor illegalen kranten. Zijn dochter bezorgde deze dan op de verdeelpunten want het viel immers niet op wanneer dit door een kind gedaan werd. Jeanne wist niet om welke krant het ging omdat deze gevouwen waren. Ze bracht ook andere kranten rond.

page1image628018096

De knokploeg vergaderde o.a. in de garage van Matrai aan de Heerlenerweg in de smeerput of tussen de oude banden.
Zijn dochter bracht wel eens briefjes naar de garage als ze melk ging halen bij de boerderij er tegenover, bij de familie Queisen.

Als dekmantel voor zijn aanwezigheid zat Dolf Simonis meestal het landschap te schilderen, onder andere naast garage van Matrai, waar hij dan de omgeving observeerde.

In de oorlog kreeg hij veel
inlichtingen van de politie in Sittard. Politieman Leentjes waarschuwde Simonis wanneer er weer een overal op komst was.

Kunstenaar Charles Eijk maakte voor hem pasjes in de vorm van twee identieke koetjes, die verzetsmensen, die elkaar niet kenden, konden tonen op afgesproken plaatsen.

Op 21 december 1943 deed de KP Sittard een overval op het postkantoor van Sittard. Daarbij werden distributiebonnen en kasgeld buitgemaakt.

Ze overvielen ook wel eens gemeentehuizen om blanco persoonsbewijzen te stelen. Simonis had contact met de heer Derks die op de afdeling voor persoonsbewijzen werkte.

Overvallen op gemeentehuizen in vreemde plaatsen voor persoonsbewijzen behoorden ook tot het ‘normale’ werk van de KP. Het werk was niet zonder gevaar. Een keer werd er een brandweerauto gebruikt voor de terugtocht van de KP naar Sittard na een succesvolle overval op het gemeentehuis van Puth-Schinnen. In hun haast vlogen de overvallers in Nuth uit de bocht. De Lange (alias Math. Van Cleef) raakte zodanig gewond aan een oog dat hij niet meer inzetbaar was.

Simonis en Witte (Zef Ronde) gingen ook wel naar de Zwarte Plak (de Peel) in Noord Limburg waar gewonde piloten werden ondergebracht in afwachting van vervoer naar het ziekenhuis in Sittard waar ze door dokter Van der Hoff geopereerd werden om ze vervolgens via het station van Maastricht naar station Maarland ( Eijsden) te brengen.

Twee keer was zijn leven in gevaar.
Een man uit de Selfkant was binnen een verzetsgroep geïnfiltreerd onder naam Louis Brassé, een naam die ook wel door Simonis gebruikt werd. Simonis werd daardoor vals beschuldigd en zou daarvoor moeten boeten tijdens een vergadering in Brabant. Zodra hij de deur binnenkwam zou hij geliquideerd worden. De schutter die deze taak op zich genomen had ontdekte echter bij de binnenkomst van Simonis dat dit niet de verrader was maar zijn oud leraar en zo werd zijn leven gespaard.

In augustus 1944 raakte Simonis zwaargewond bij een nachtelijke verkenningstocht in de omgeving van Susteren nabij de Duitse grens. Het ongeluk gebeurde in het IJzeren bos tussen Nieuwstad en Susteren. Er kwam een Duitse patrouille aan met pantservoertuigen en een daarvan reed Simonis met opzet aan. Henk Huybrechts, zijn metgezel, vluchtte het bos in en nam het pistool van Simonis mee.

page2image618248624

Simonis had een vals persoonsbewijs op zak op naam van iemand uit Susteren in een niet bestaande straat.

De Duitsers kwamen terug maar lieten Simonis liggen. Ze hebben waarschijnlijk gedacht dat ze een stroper of smokkelaar
aangereden hadden.

Huybrechts is hulp gaan halen en samen hebben ze hem naar het ziekenhuis in Sittard gebracht hebben waar dokter Van der Hof hem opereerde. Na zijn operatie heeft hij ondergedoken gezeten bij de zusters in het ziekenhuis.

Het herstel heeft lang geduurd, zelfs tot na de bevrijding. Met de bevrijding kwam de Phil hem nog een serenade brengen waarvan hij vanachter het raam heeft genoten.

Zijn directeur, Coenen, heeft hem altijd de hand boven het hoofd gehouden. Hij was vaak niet aanwezig bij vergaderingen op school maar Coenen verzon altijd wel een uitvlucht waardoor nooit iemand ooit van zijn verzetsactiviteiten heeft geweten.

Na de bevrijding van Sittard fungeerde Simonis als de gezaghebber over de gevangenkampen in Limburg, waar Duitsers en meelopers geïnterneerd waren met als hoofdkantoor kasteel Amstenrade. Daarna trad hij met de rang van kapitein toe tot het Engelse leger in de functie van verbindingsofficier.

Daarnaast fungeerde hij ook nog als secretaris van het Tribunaal Maastricht in het kader van de bijzondere rechtspleging na de bevrijding.

Bij de onthulling van het Nationaal Monument 1940-1945, op 4 mei 1956, op de Dam in Amsterdam was Simonis de afgevaardigde van de provincie Limburg. Daar ontving hij de penning die bij deze onthulling werd uitgereikt.

Dolf Simonis overleed te Sittard 19 september 1975.

Op 19 december 1980, ter gelegenheid van de 35ste herdenking van de bevrijding, ontving Simonis postuum het Verzetsherdenkingskruis, geen koninklijke, maar nationale onderscheiding, die was ingesteld bij Koninklijk Besluit.

Met dank aan Mevrouw Jeanne Hage-Simonis voor interview en aan Stans van Wesel voor het uitwerken van het interview

page3image618561248