De Steenweg

De Steenweg was vroeger een van de belangrjkste wegen van Sittard. De naam dankt ze aan het feit dat in de tijd dat de meeste wegen nog onverhard waren, deze weg al geplaveid was.
Tot de 19de eeuw waren de belangrijkste verbindingswegen oost-westverbindingen.
Sittard behoorde nog niet tot de Nederlanden en had daarom weinig contact met het Noorden. De Steenweg verbond Sittard via de haven in Urmond met de Maas en rivieren waren in de middeleeuwen belangrijker voor het transport dan de wegen.

In 1839 werd Limburg deel van het koninkrijk der Nederlanden en in 1844 werd een brede nieuwe Rijksweg aangelegd vanuit Maastricht via Sittard naar Roermond. Deze weg doorsneed de oude wegen in Sittard zoals de Wilhelminastraat, de Steenweg en de Linj. Heette vroeger dit, buiten de wallen gelegen gebied, in zijn geheel Voorstad, nadat het werd onderbroken door de Rijksweg heette voortaan alleen het gedeelte vanaf de Bonenbrug tot aan de Rijksweg Voorstad en werd het vervolg van deze weg Steenweg genoemd.
De protestantse begraafplaats is het oudste monument dat aan deze weg gelegen is.
In 1611 stelde de onderwijzer van de protestante school zijn huis aan de Steenweg beschikbaar als toegang tot de begraafplaats van de nieuwe Hervormde gemeente. Dit huis is later afgebroken en de begraafplaats, die nog steeds bestaat, is nu toegankelijk vanuit de Wilhelminastraat.
Op de Steenweg woonden voornamelijk boeren zoals Bisschops, Bergmans, Ber Eyckeler, Vroome, Andreas Beumers, Peter Nicolaas Rutten, Mart Eyckeler, Deuts, Sjenke Janssen, en de weduwe Geurts. De akkers lagen aan de Bergerweg of in het Limbrichterveld en aan de weg naar Overhoven lagen de fruitweien en moestuinen. Op de Steenweg was vooral veel verkeer van kar en paard van en naar de akkers en overlast van het vee dat dagelijks naar de wei werd gebracht.
De boerderijen hadden in die tijd allemaal nog een gemengd bedrijf, dus zowel vee als ook landbouw. Bergmans, om er maar een te noemen, had 2 paarden, 12 koeien, 6 varkens en kippen en her en der verspreid in het gebied tussen Limbricht en Sittard stukken land Het gezin telde 10 personen en verder hadden ze nog 2 knechten en 2 meisjes in dienst. Ook de mensen die geen boer waren hadden toch allemaal wel een varken en wat kippen. Als het varken rijp was voor de slacht dan kwam slager Thissen uit de Voorstad en werd er aan huis geslacht en het vlees ter plekke verwerkt.
Achter de hof van Bergmans, in de Overhovenerstraat, stonden de wagens van de zigeuners die hun geld verdienden met messen slijpen of het ophalen van lompen en metalen.
De bewoners van de Steenweg vormden een gesloten gemeenschap die zich afzette tegen de bewoners van de stad. Door de bewoners van binnen de wallen werden ze “boeren” genoemd. Het agrarisch karakter van de Steenweg veranderde met de komst van de spoorlijn. In 1865 werd het nieuwe station geopend en Sittard was verbonden met Maastricht, Luik, Roermond en Venlo. Er kwamen steeds meer reizigers per spoor naar de stad, zowel mensen die hier hun inkopen kwamen doen als bedevaartgangers op weg naar de basiliek.
Deze dagelijkse stroom van reizigers die via de Steenweg naar de stad kwamen zorgde voor grote veranderingen in dit deel van de stad. Er kwamen winkels, cafés en hotels.
De reiziger die in Sittard het station verliet zag al meteen twee grote hotels liggen, hotel St. Jozef en Haartmans, aan de ingang van de Stationsstraat. Terwijl hier in 1800 nog maar 60

huizen lagen nam dit aantal na 1865 snel toe en de Steenweg werd de snelst groeiende wijk van Sittard. Rond 1900 telde men er al 205 huizen. De grote poorten van de boerderijen maakten plaats voor winkels en bedrijven. De Steenweg telde nogal wat meubelmakers zoals Meisen en Geurts en van heinde en verre kwam men naar hier om meubels te bestellen. De meubels werden afgeleverd door vrachtrijders als Dols en Dieteren uit de Bergstraat.

Sjaak Meisen, zoon van de meubelmaker, vertelt hierover:

Het werk war in dae tied niet zo simpel. Eine gouwe vakman moos alle ongerdeile van het vak door en door kenne, niet allein in de wirkplaatsj het hout bewirke mer de buim mooste eesj gekoch waerre.
Daoveur ginge de muibelmackesj in de wenjter nao ein houtveiling of nao Rutte in Sjwaamme. Houwwe ze de boum gekoch dan moos dae op de meule in Ophaove gezaeg waerre. Es dat gebeurt waar moos ’t hout nog ei jaor dreuge en dan koos ’t pas verwirk waere tot muibele. Ich weit nog dat in dae tied ein eike sjlaopkamer 185 guije kosde. Dan waar die gans kompleet mit sjniewerk van Karel Boetskes, dreewerk van ’t Smitje en marmer van Thuur Laudy. De sjpeigels koume natuurlijk van Salveni.

Dat waar dan ’t sjoonste hout waat doe besjtong: slavonisch eiken.
Eine driedeurs kas, ein wesjtaofel mit alles drom en draan, ein tweepersoons bed, twee nachkesjkes en ei taofelke mit twee sjtuil.
Zoon sjlaopkamer woord dan door Sjeng Deitere mit paerd en wage tot bie de klanjte gebrag en dat waar auch nog bie de pries inbegrepe.
De Steenweg had een eigen carnavalsvereniging en zelfs een eigen kermis. De attracties stonden op de plaats waar nu het politiebureau ligt. De meubelmakersknechten mochten van hun baas het kermisgeld verdienen door in hun vrije tijd stoelen te maken. Deze stoelen werden op handkarren geladen en verkocht in Maastricht voor 85 ct.
Er waren natuurlijk ook bakkerijen en slagerijen (Vink, Konings, Zeligman), winkels in koloniale waren en daarnaast nog vele andere grote en kleine winkels zolals de verfwinkel van Tinus Dols, de kolenhandel van Rutten, de boekhandel van Pfeifer (tevens uitleen van boeken) en het snoepwinkeltje van jufrouw Wildenbeest. Een winkel die nog een speciaal vermeld moet worden is de schoenenzaak van Tummers. Tegen Pasen kwam iedereen uit de omgeving hier schoenen kopen. De fietsen stonden dan rijen dik voor de deur en de politie moest eraan te pas komen om de orde te handhaven.
Met de komst van het Frans klooster, het latere ziekenuis, kwamen er ook nieuwe straten zoals de Walramstraat en rondom het ziekenhuis werden overal nieuwe huizen gebouwd. Weg was het Drakenveld waar de jeugd van de Steenweg speelde en verdwenen waren ook de moestuinen en de fruitweien.
Toen steeds meer bezoekers met de auto naar Sittard kwamen verdwenen de grote hotels op de Steenweg. Vervolgens kwam V&D aan de Markt en dat betekende dat het winkelend publiek zich meer ging richten op dit gedeelte van de stad en zo werd het langzaam stiller op de Steenweg.
De laatste jaren heeft men getracht om het tij te keren; er zijn nieuwe zaken naar de Steenweg gekomen in de hoop dat het publiek er terugkeert naar de Steenweg.