Van Nuje Waeg tot Boulevard
De rijksweg van Noord naar Zuid.

Sittard maakte van de 15de eeuw tot eind 18de eeuw deel uit van het Gulicks hertogdom. Het was de meest westelijk gelegen vestingstad, vooral gericht op het Rijnland met verbindingen naar het Maasland. Dat betekende dat de belangrijkste doorgangswegen oost-west georiënteerd waren met de Maas als belangrijkste noord-zuidverbinding.
Het was Napoleon die daar verandering in bracht. In 1810 maakte Napoleon als eerste werk van een samenhangend wegennetwerk. Er werd een plan opgesteld voor een netwerk van rijkswegen, ingedeeld in verschillende klassen. De wegen van de 1e en 2e klasse werden door de staat aangelegd, de aanleg van de overige wegen door de lagere overheden. In 1821 omvatte het Rijkswegennet zo’n 500 km weg, die in de daaropvolgende decennia vrijwel geheel werd bestraat. Ook Sittard zou deel gaan uitmaken van dit wegennet.

In 1839 werd de provinciale weg derde klas van Sittard naar Heerlen gerealiseerd. Over deze kiezel- of gruisweg werden de steenkolen van de Domaniale mijnen te Kerkrade naar Sittard vervoerd. Het verder transporteren van de kolen in noordelijke richting was niet mogelijk, want de weg over Nieuwstadt en Susteren was slechts drie maanden in het jaar enigszins te gebruiken. De weg naar Maastricht was in de winter niet bruikbaar. De noodzaak om een goede noord-zuid verbinding te realiseren was groot. Door het ontstaan van Rijksgrenzen tussen Nederland en Pruisen (1814) en tussen Nederland en België (1839) was onze streek geïsoleerd komen te liggen. Het regeringscentrum Holland was enkele dagreizen verwijderd.

Al in 1823 werd door het gemeentebestuur berekening gemaakt over de kosten die de aanleg van deze weg zou meebrengen. Deze begroting werd naar de Staten gestuurd. Volgens opgave in die tijd zou de weg als volgt aangelegd worden: “ een weg van 1072 en 1/2 el lang aan ieder kant, maakt op 2 kanten 2145 ellen” of wel in huidige maten; de grote weg door Sittard, zou ca 1500 meter lang worden. Totaal begrote kosten: frs. 351.75 of 166.20 Nederlandse guldens

Het aanvankelijk plan van de regering was om deze weg langs de stad over de Graetheide aan te leggen, maar de Gemeenteraad heeft zich destijds tegen dit plan verzet en wel met succes. In 1828 was door de raad besloten, om een bijdrage te verlenen van ƒl. 3000 voor de aanleg van de nieuwe weg.

In een schrijven van 27 Juni 1828 aan Ged. Staten, wees de raad erop, dat het voor de streek en de regering van belang was, dat de weg door Sittard zou lopen, omdat op deze wijze de inwoners van de regio voortaan hun kolen op de kolenmijn van ’s Hertogenraad zouden kunnen halen in plaats van via de Maas te laten aanvoeren, zeker als deze weg zou aansluiten op de weg naar Heerlen. Voor Sittard, dat door de grenscorrecties zijn achterland verloren had zou de aan te leggen weg tevens van groot belang zijn voor de bevordering van de handel.

Intussen werden door Ged. Staten aan de regering twee plannen ingezonden.
Plan A: De nieuwe weg zou lopen via de Limbrichterstraat dwars over de markt en de stad verlaten via de Broekpoort in de Putstraat.

Plan B: het traject van de nieuwe weg zou de Steenweg ( nu Voorstad) en de Linj doorsnijden en de stad ten westen passeren.
Ged. Staten gaven aan plan B de voorkeur omdat dit aanzienlijk goedkoper zou zijn maar de raad richtte op 12 Juli 1830 een verzoek aan den Koning, om in het belang der stad het eerste plan te bevorderen.

De regering voldeed echter niet aan het verzoek van de stad en projecteerde de weg dwars aan de zogenaamde Steeg, terwijl de richting was vastgesteld van Susteren af op de toren van Sittard.
In de vergadering van de raad van 2 oktober1839 werd nogmaals besloten om de regering te verzoeken, de weg door de stad te leiden in plaats van slechts dwars door de voorstad, ten einde de weg in verbinding te brengen met den weg naar Heerlen. Ook dit verzoek mocht niet baten, want de regering handhaafde plan B, dwars door de Voorstad.

Eind 1843 werd begonnen met de aanleg van ‘de groote weg der eerste klasse van Maastricht door Sittard naar Roermond’. Deze Rijksweg werd in de volksmond lange tijd ‘de Nuje Waeg’ genoemd. Hij sloot aan op de weg naar Venlo en Nijmegen.
De nieuwe weg liep zo’n 250 meter ten westen van de oude binnenstad van Sittard en dwars door de gemeente Geleen. Delen van oude wegen zoals de grote Steeg in Sittard en de Trichterweg in Geleen werden in de nieuwe route opgenomen. De aanleg van de nieuwe weg werd door Sittard toegejuicht. In 1862 schreef de Sittardse historicus Jos Russel: ‘Wanneer wij een twintigtal jaren terugkeeren, en zien hoe afgezonderd destijds Sittard lag en hoe verstoken van middelen zoowel voor personen als goederen, om naar elders vervoerd te worden, dan mogen wij voorzeker grooten dank zeggen aan eene regering, die alle thans bestaande groote wegen daarstelde.

Toen de rijksweg klaar was, werd in 1846 besloten, om aan den Koning te verzoeken, om de toegezegde subsidie van ƒl. 3000 te mogen aanwenden voor de bestrating binnen de stad, alsmede voor het afbreken en opbouwen van de grote brug over de Geleen om zo een verbinding tot stand te brengen tussen de rijksweg en de weg van Sittard naar Heerlen.

Van de nog bestaande bebouwing lang de Rijksweg dateren de oudste gebouwen van begin vorige eeuw. In 1917 besloot de raad dat bebouwing een afstand van 20 meter van de as van de weg moest aanhouden. Zo kon er later, indien nodig de weg nog met tien meter verbreed worden en zouden de huizen altijd nog een voortuin van 5 mtr. diep overhouden. De firma Beursgens zorgde voor de aanplant van bomen langs de Rijksweg.

Lagen de hotels aanvankelijk in de buurt van het station om de reizigers op te vangen, nu moesten ook de reizigers langs de nieuwe weg onderdak kunnen vinden. Hotel de Prins, het Oranje hotel en ook hotel St. Jozeph verrezen langs de nieuwe weg. In 1907 bouwde Laudy naar het ontwerp van Ramakers de tekenschool en ook de ambachtsschool naar een ontwerp van Beurskens en gebouwd door een firma Stulemeier uit Breda. Langs de rijksweg zuid kwamen voorname villa ́s. Ook langs het noordelijke tracé werd gebouwd.
De Rijksweg werd een van de drukste wegen van Nederland omdat alle verkeer van noord naar zuid dwars door Sittard reed. Slechts een enkele keer was het heel stil op de weg, zo stil dat de kinderen voor een keer midden op de weg konden spelen. Dat was op de autoloze zodat ten tijde crisis rondom het Suezkanaal eind 1956.

Daaraan kwam pas een einde toen de A2 tussen Eindhoven en Maastricht in de 60tiger jaren werd aangelegd. In 1965 werd het traject Born/Urmond opgeleverd en vanaf die tijd werd het stil op de Rijksweg. Alleen het lokale verkeer maakte nog gebruik van de Rijksweg. Dat werd nog minder toen de randweg werd aangelegd in 1986.

Een aantal jaren geleden besloot de gemeente dat de Rijksweg als doorgaande weg overbodig was geworden en voor heel veel geld veranderde de ooit zo belangrijke doorvoerweg in een boulevard en verrees langs de boulevard weer een nieuw project, Ligne genaamd met de Zuyd Hogeschool, een bibliotheek, het filmhuis, een nieuw museum en lege winkelpanden.