De Jezuïeten

In de kloostergebouwen aan de Oude Markt werd in de laatste drie eeuwen geregeld onderwijs gegeven.
In de eerste helft der zeventiende eeuw vestigden de Dominicanen aldaar hun Collegium Albertinum, dat tot den Franse tijd bestaan heeft en toen opgeheven werd. Ook de kerk werd gesloten, maar in 1802 weer geopend. De Dominicanen waren verdreven.
In een deel der kloostergebouwen kwam later weer een school en in 1831 vestigde Andreas Kallen er een College.
Pogingen in 1841 gedaan om de Dominicanen weer terug te krijgen mislukten doordat de plaatselijke kerkelijke en wereldlijke overheden hoopten het Klein-Seminarie hier te kunnen vestigen.
In 1842 stichtte Prof. Hensen er een College, maar zocht spoedig hulp bij de Nederlandse Jezuïeten met de vraag om het College over te nemen. De jezuïeten twijfelden maar stuurde toch twee paters naar Sittard om het College over te nemen in het voormalige dominicanerklooster. De ingang kwam aan de Oude Markt. Het Aloysius College, ” St. Louis” werd een groot succes. In 1853 leverden de Jezuïeten voor die tijd bijzonder modern onderwijs. Er kwam een handelsafdeling met de nadruk op moderne talen, wiskunde en boekhouden. Het aantal leerlingen groeide en het gebouw werd te klein. De Jezuïeten kochten het gebouw van de overheid in 1871 en de jezuïet A. Slootmakers ontwierp een noordvleugel, haaks op de pandhof.
Beneden waren de studie en recreatiezaal en op de eerste verdieping, klassen, ziekenzaal en bibliotheek en nog een verdieping hoger bevond zich de slaapzaal.
Tot augustus 1900 hebben de Jezuïeten er hun bekende college gehad, maar dat vervolgens overgeplaatst werd naar Nijmegen. De gebouwen waren in deze vijftig jaren veel verbeterd en het grote College aan de binnenplaats was tot stand gekomen. In 1888 was een tweede uitbreiding noodzakelijk.
Tot verdriet van Sittard verlieten de Jezuïeten de stad om in Nijmegen het college (dat nog steeds bestaat) voort te zetten onder de naam “Canisius College

Toen de Nederlandse Jezuïeten vertrokken was de Duitse Jezuïetenorde geïnteresseerd in deze grensplaats en zij namen het College over. Op 29 december begonnen zij met hun lessen. In de jaren die volgden hadden ze gemiddeld 120 tot 150 leerlingen. De paters bedienden net als hun voorgangers de Michielskerk. Ten tijde van de eerste wereldoorlog devalueerde de Duitse Rijksmark en vanwege de beroerde financiële situatie waren ze gedwongen Sittard te verlaten. Op 2 mei 1920 vertrokken ze naar Godesberg bij Bonn. Daar openden zij een nieuw College.