De Bergerhof of Binsfelderhof

De hoeve ‘Bergerhof ‘ook wel ‘Hoff zu Bergh’ geheten is gelegen op ca. 900 meter van de stadskern van Sittard, in zuidelijke richting op een kleine hoogte in het drassige dal van de Geleenbeek. Ten oosten van de hoeve ligt op ca 250 meter afstand de zeer vruchtbare helling van de Kollenberg. De oppervlakte van de voormalige schuur, ca. 350 vierkante meter, geeft aan dat de vermoedelijke opbrengst van de bijbehorende landerijen aanzienlijk moet zijn geweest. De Bergerhof was ongeveer 50 bunder groot.

De Bergerhof behoorde tot de grote Bornse lenen. Het ontstaan van de Bergerhof valt op geen enkele wijze af te leiden uit een middel­eeuwse burcht. Er zijn geen sporen van eventuele grachten aangetroffen zoals bij de Lahrhof. Uit het oogpunt van veiligheid tegen plunderingen, die gezien de vele onlusten in deze streken nogal een voorkwamen, denk maar aan b.v. de Bokkenrijders, was het gebouwencomplex vrijwel rondom gesloten. Alleen de poort aan de oostzijde geeft toegang tot de gebouwen.

 Enige eigenaren:

Diederich van Berghe blijkt al in 1385 land te bezitten in deze omgeving. Hij geeft de naam aan deze hoeve.

In 1530 gaat het leen over naar Werner von Binsfeldt, leenman van het Ambt Born. Daarom wordt deze hof ook wel Binsfelderhof genoemd.

De laatste eigenaar, Graaf Etienne de Cornet-d’Elzius, verkoopt de boerderij in 1919 aan de grondmaatschappij “Tijdig” uit Heerlen. In 1949 wordt de Bergerhof met aanliggende terreinen verkocht aan de gemeente Sittard ten behoeve van woningbouw op de omliggende terreinen. De boerderij zelf wordt in 1982 doorverkocht aan de firma Laudy.

De bewoners

De eigenaars waren zelden zelf op de hoeve aanwezig. De boerderij werd verpacht en de eerste pachter die we kennen is Johan van den Berg in 1606. De laatste waren de gebroeders Jan en Frans Jeurissen.

De Bergerhof was o.a. pacht schuldig aan de Munsterkerk in Aken en moest jaarlijks 2 mud rogge afdragen.

Het gebouw

Volgens een kadasterregister van de gemeente Sittard uit 1822 waren er in de buitengevels slechts 16 ramen en een toegangspoort. Alle meerdere ramen in de buitengevel zijn dus uit latere perioden.

De hoeve ‘Bergerhof’ heeft een bakstenen voorvleugel met een woning en een ingangspoort, waarboven een torenkamer met vierkante spits. Ze bezit een met natuursteen omblokt kruisvenster en een ionisch nisje met een Mariabeeld. Deze torenkamer of ‘herenkamer’ was voorzien van mooie schouw en bestemd voor de eigenaar die hier tijdens jachtpartijen verbleef.

De pachters woonden in het linkerdeel van de voorvleugel. In de linkerzijvleugel bevond zich het ‘bakkes’ ofwel bakhuis. Het bakhuis ligt dus in het hoofdgebouw en niet zoals we vaak zien los van de boerderij. Boven dit ‘bakkes’ lag de meidenkamer en deze dames lagen er in de winter dus warmpjes bij.

Het rechtergedeelte werd het ‘Heerenhuys’ genoemd en dit gedeelte was tot ca. 1866 bewoond. Ook hier was een mooie schouw aanwezig.

Zowel onder de linker als onder de rechtervleugel bevonden zich gewelfde kelders.

De kelder in het pachtersgedeelte was zowel van buiten als van binnen toegankelijk. De kelder onder het ‘Heerenhuys’ was enkel van binnenuit toegankelijk en deze werd dan ook in laatste oorlog als schuilkelder gebruikt.

De achter- en zijvleugels zijn van baksteen met hardstenen kozijnen. Hier tussenin ligt de binnenplaats met de stal. Hier bevond zich in vroegere dagen ook de mestvaalt, goed zichtbaar voor het bezoek want een goed gevulde mestvaalt betekende rijkdom. De achtervleugel diende als opslagruimte.

De verplaatste gevelsteen vermeldt het jaartal 1660 en een andere gevelsteen het jaartal 1766.

Deze boerderij uit 1660 moet een voorganger gekend hebben, daar Pastoor Agricola in zijn doopregister op 13 juli 1618 een zoon van de pachter van de Bergerhof noteert die tijdelijk in Leyenbroek woont omdat de hof is afgebrand.

De gevelsteen uit 1660 is dus waarschijnlijk geplaatst nadat de hof herbouwd is. De stalvleugel draagt aan de kapgebintankers het jaartal 1662. Men heeft in dat jaar op de binnenplaats de stalvleugels gebouwd tegen de zuidelijke muur. Dit zou erop kunnen wijzen dat men in die tijd naast landbouw ook veeteelt ging bedrijven.

Dat deze stal niet gelijktijdig gebouwd werd met de voor- en achtervleugel blijkt ook uit de afwijkende bouwconstructie.

Op de linker hardstenen bovendorpel van het deurkozijn uit de stalvleugel vinden we het jaartal 1766. In deze tijd was W. Wehrens pachter en bewoner van de Bergerhof.

Sinds 1935 gaf deze deur toegang tot het “huske’ ofwel het toilet.

 

In 1862 is de Bergerhof geen boerderij, maar exploiteert Godfried Delhougne hier een buitencafé. Vanaf nu wordt de Bergerhof ook wel Casino genoemd. Deze naam is nog te zien op de oude foto.

Ook de stadsschutterij vindt onderdak in het Casino evenals de landbouwvereniging die hier lessen en tentoonstellingen organiseert.

Aan de noordzijde, buiten het complex, werden beugel- en kegelbanen aangelegd.

Er was een groot buitenterras en mooi aangelegde perken met bloemen.

In 1889 is Hubert Joseph Damoiseaux de nieuwe pachter en hij maakt van de Bergerhof weer een boerderij.

In 1866 werd een groot gedeelte van de achtervleugel door brand verwoest. Omdat hierdoor een deel van de opslagruimte verloren was gegaan werd er tegen de noordelijke muur een overkapping gebouwd. Deze overkapping werd echter afgebroken in 1944 i.v.m. een grote bomschade.

Rond de pachtersvleugel lag een grote moestuin en aan de rechterzijde de huiswei. Bij de boerderij hoorde ca. 80 ha grond. Deze was voor een groot gedeelte rondom de boerderij gelegen en voor de rest op de Kollenberg.

Nadat het ‘Heerenhuys’ niet meer bewoond werd en als opslagruimte aan de boerderij toegevoegd was, kreeg het op de begane grond een grote poort van ca. 5 meter breed en aan de bovenzijde voorzien van stalen balken. Tevens werden de overbodige ramen dichtgemetseld en werd de bovenverdieping uitgerust met een hijsbalk.

Toen de firma Laudy het gebouw kocht van de gemeente Sittard bleek dat de jarenlange leegstand het gebouw geen goed had gedaan. Wat nog over was werd nauwkeurig opgemeten en op tekening gezet. Van het gebouw bleven alleen de gevels nog overeind. Al het andere moest gesloopt worden. Maar aan de hand van oude gegeven en bouwhistorisch onderzoek werd de Bergerhof op verantwoorde wijze gerestaureerd en kreeg een nieuwe bestemming.

Bron:

‘Bergerhof’ door A.J.G. Ruigt

Fam. P. Jeurissen Limbricht