Dagboeknotities Leonie Dieteren-Meyer 1940-1 945

Nol (PeterArnold) Dieteren*17-9-1896 te Sittard, zoon van het echtpaar Jan Hendrik Dieteren en Anna Geertruida Rutten was in zijn geboortestad Sittard opgegroeid. Als jongeman werd hij ingeschakeld in het transportbedrijf van zijn ouders. ln die periode leerde hij Truke ( Maria Johanna Geertruida Josephina,*1-3-1896 te Sittard) van Neer kennen, die al werkzaam was in de kledingzaak van haar ouders. Ze had ongeveer dezelfde leeftijd als Nol, die een half jaar jonger was.

Het werk in het transportbedrijf Dieteren bracht de nodige risico’s met zich mee. Er werd gewerkt met paarden en grote transportwagens en de vrachten zelf brachten ook hun gevaren met zich mee, bijvoorbeeld vanwege extreem zwaat gewicht of de aard van het materiaal. Bijvoorbeeld buskruit ! Aanvang 1921 belandde de 24-jarige Arnold Dieteren in het ziekenhuis van Maastricht, “Calvarieberg” waarschijnlij k door een ‘bedrijfsongeval’.
10 jaar na hun huwelijk overleed op 27 maart 1938 Maria Johanna Gertruda Dieteren van Neer, drie weken na haar 42ste verjaardag. Zij liet haar treurende echtgenoot achter met hun drie jonge kinderen en een modezaak, waarvan zij de dagelijkse leiding had gevoerd Op 9 augustus 1939 hertrouwde in de gemeente Rotterdam Nol, de weduwnaar van Maria Johanna Geertruida Josephina van Neer, met Leonie (Elisabeth Leon Maria Colet Meyer)*11- 10-1899 te Rotterdam, dochter van Martin Fernand Friedrich Meyer en Wilhelmina Maria Leuven.

De eerste jaren van het huwelijk van het echtpaar Dieteren Meyer werden vooral getekend door de oorlogsdreiging en daarna de Duitse inval op 10 mei 1940 en de jarenlange bezetting die daarop volgde.
Nol Dieteren speelde een belangrijke rol in het plaatselijk verzet.

Zakelijk gezien waren het moeilijke jaren, waarin de bevoorrading zowel van de modezaak als van de brandstoffenhandel zeer moeizaam was. Bovendien mocht alleen worden geleverd volgens een zeer beperkt distributiesysteem. Het zilveren- en gouden geld was vervangen door zinken munten en papieren zilverbonnen. Na de bevrijding van Sittard op 18/19 september 1944 kwam weer nieuw geld in omloop. Weliswaar keerden de oude zilveren en gouden munten niet meer terug, maar verscheen er papiergeld met de beeltenis van de Koningin erop!

Leonie Dieteren-Meyer maakte over deze spannende periode in haar leven in haar zakagenda notities, die zowel een beeld geven van de actuele oorlogssituatie in Sittard, als van de zakelijke en persoonlijke gebeurtenissen binnen de stad, straat en de familie, die hier vrijwel letterlijk zijn weergegeven; daar tussen door zijn diverse zaken vermeld, die te maken hebben zowel met het lmportbedrijf in Benzol, olie en benzine van Nol Dieteren als zijn ‘verzetswerk’ zowel gedurende de oorlogsjaren als in de periode na de bevrijding.

Dagboek 7 t/m 23 mei 1940
Dinsdag 7 mei 1940: Verloven worden ingetrokken; treinverkeer beperkt.
Woensdag 8 mei 1940: Spanning wat ons boven het hoofd hangt.
Donderdag 9 mei 1940: Bericht dat zaterdag de treinen weer zullen lopen; enige opluchting.

vrijdag 10 mei 1940
Om half 4 opgeschrikt door motorengeronk en hevige knallen. Voor 4 uur trekken Duitsers binnen, met oranje doeken op de auto’s en borden met “niet schieten”!
Eerst is alles in nachtgewaad. Kwart over 4zijn we allen aangekleed, en hangen met alle buren uit ’t raam. ’t zin de Pruusen!’ Motorbrigade”, paardenvolk, voetvolk tot 6 uur aan één stuk’ Dan de hele dag trekken met alle mogelijke voertuigen en infanterie zingend voorbij. Vóór half 6 gaat Nol de kinderen al halen, die allemaal aangekleed bij elkaar in de recreatie staan als bange vogeltjes.
Dan naar Van Berkum, Kleyne, Schmeets enz. Pappa is onvermoeid en hij denkt aan alles. om 1 uur komen Duitse militairen benzine vorderen. Een hele wagen vol. Niets te doen in de winkel. Niemand in staat om te werken. Voetvolk trekt van kwart over 4 tot half 7 ‘s avonds aan één stuk voorbij. Tot diep in de nacht horen we vrachtwagens en manschappen voorbij komen. Onze meisjes zijn bang o, nààr om naar bed te gaan. Al die emotie; het leven op straat en van de vliegtuigen houdt ons wakker. Nol heeft geen rust en is er om half 5 alweer uit.

zaterdag 11 mei 1940
We hebben geen idee, dat het vigilie voor pinksteren is. we leven in een angstige spanning. Op de Markt en andere plaatsenstaat aangeplakt dat de Mark voor 2/3 van onze gulden aangenomen moet worden. Iedere gulden dus dus 1,50 M. Ze komen onze winkels bestormen, vooral bij de kruideniers, maar ook wij hebben steeds soldaten in de winkel en het gaat ons aan het hart om ons mooie goed tegen nieuwe “markscheine” af te moeten staan. Ook onze eigen klasnten kopern veel uit angst dat later niets meer te krijgen is. Wat een vooruitzicht, leeg vewrkocht te zijn en niets meer bij te kunnren kopen. We zorgen zelf nog gauw voor ieder een paar schoenen te bemachtigen. De kerkklok luidt niet meer. In ’t College komen militairen. Al de 750 jongens moeten voor half twaalf weg zijn. Ook bij de Ursulinen komen militairen; arme zusters, wat zullen ze in angst zitten
’s Avonds horen we dat alle lichten uit moeten zijn, iedereen plakt papieren banden op de ruiten en we zien allerhande maatregelen voor het afweren van vijandelijke vliegtuigen. Zouden Engelsen of Belgen de stad komen bombarderen? Hier is schijnbaar het hoofdkwartier gevestigd. Vlak tegenover ons in Hotel de Zwaan zitten 14 hoge militairen. Goddank, gaat ook deze nacht rieer zonder sirenegeloei voorbij, toch hadden we alles klaar gelegd om gauw de kelder in te kunnen vluchten.

Pinkstezondag 12 mei 1940:
Geen feestelijk klokgelui, wel stralend voorjaarsweer. Dit is al de derde dag dat het zulk stralend mooi weer is, terwijl onze stemming meer is om grauw regenweer te hebben. Nol is er na de mis alweer op uit om voor het eén en ander tàzorgen.
lk neem voor ons alleen nog ’t een en ander uit de winkel in reserve. Dan pakken wij de allernoodzakelijkste dingen in een koffertje, voor het geval dat wij zouden moeten vluchten. Opeens worden wij opgèschrikt door een slag vlak bij ons. We lopen haastig naar de voordeur en zien nog juist.dat een grote tankwagen over onze stoep rijdt en ons hele zonnescherm meeneemt. In flarden!! We krijgen een bonnetje van de chauffeur en kunnen

het opgeven aan feldpost no 09765. We laten de hele dag de flarden hangen en dekken de etalages met doeken.
Na het lof maken we een wandelingetje door de stad. Alles vol Wehrmacht-auto’s en militairen. We gaan ’s middags naar Jan en horen dat Fiena uit huis is gevlucht met haar hele kinderschaar want in hun veld stond zelfs afweergeschut opgesteld. We krijgen hun zoontje van 10 jaar bij ons, ’n prettig rustig kind.

Tegen souper tijd komt Arnold thuis met het ontstellende bericht dat er 8.000 krijgsgevangenen, Hollanders en Belgen onderweg zijn, te voet vanuit Maastricht, die nog niets gegeten hebben. Hij spant er zich voor in om voedsel in te zamelen voor de arme kerels. Met zijn auto en nog enkele andere en inderhaast bijeen getrommelde heren trekken ze erop uit om huis aan huis levensmiddelen in te zamelen. En er wordt royaal gegeven hoewel de meeste niets meer hebben of hun laatste brood geven. Kwart over 2 s’nachts komt hij pas thuis, diep onder de indruk van alle ellende die hij gezien heeft. Er waren er bij die 3 dagen niets gegeten hadden en van 4 uur ’s morgens gelopen hadden. In diverse kloosters zijn circa 4.500 man ondergebracht. Ook in het mooie nieuwe Gemmaklooster waar we pas het feest van de Heiligverklaring hadden meegemaakt.

2de Pinksterdag 13 mei 1940
Moeten we de hele dag open zijn om aan die Duitsers ons
goede goed tegen waardeloze marken te verkopen? Als we om 11 uur een tjokvolle winkel hebben, komt de politie ons aanzeggen dat we nu open mogen hebben, maar van 1 tot half 4 verplicht zijn om open te houden; we sluiten maar helpen de klanten nog af en het blijft binnen druppelen. Cato heeft het eten niet op tijd klaar en om 1 uur moeten we met ons allen de stoot opvangen. Middageten schiet er bij een paar bij in. Tot half 4 druk, dan sluiten wij.
Koffiedrinken, kinderen en personeel naar het lof en ik kas opmaken. De kinderen hebben de vliegtuigen geteld, er zijn er meer dan 200 overgekomen. De avond brengen we weer met gissingen wat deze nacht ons zal brengen door. Arnold heeft een bewijs gekregen om 600 zakken meel in Roermond te halen. Hij gaat naar Mathieu om zijn hulp voor de volgende dag te vragen.

Dinsdag 14 mei 1940
Luik is gevallen en hoeveel Nederlandse steden? Rotterdam wordt
sterk gebombardeerd. s’ Morgens krioelt de stad van militairen en na 1 uur zien wij nog slechts een enkele, maar weer trekken auto’s met materiaal en benzine enz. in onafgebroken
rijen voorbij. ls de Koningin naar Engeland? En de regering ook, zou ’t waar zijn? Ons trouwe Hilversum zendt niet meer uit. De Duitsers scheppen op dat ze de macht in handen hebben, maar wij horen geen tegenberichten. Toch horen wij over de Franse zender dat de Duitsers de Luxemburgs-Franse grens hebben overschreden.
Nol heeft al 200 van de 600 balen meel verkocht. Onze schuilkelder wordt gasdicht gemaakt. ïegen 10 uur komt de Verkeersinspectie van de Rijksban die ons komt meedelen dat we zijn ingedeeld bij Kreis Aachen Spoorwegen. We moeten de totale voorraad benzine aan de Reichsinspector bekend maken.
We hebben het razend druk gehad in de winkel, zodat we tussentijds voor de maaltijden hebben moeten sluiten. Totale ontvangst ruim 1000 gld.

Woensdag 15 mei 1940
Quatertemperdag, maar vanwege de buitengewone
omstandigheden is dispensatie verleend in vasten zowel als onthoudingswet.
Nol trekt er voor dag en dauw op uit om meel in Roermond te halen. 4 x heen en weer en tussen door afleveren en van alles bedisselen. De mensen schijnen allemaal hun wisselgeld vast te houden, want we hebben extra werk om guldens en rijksdaalders bij te halen.
Om half 8 morgens horen wij via de Parijse radio een herhaling van Generaal Winkelman’s radioboodschap, die hij de avond te voren gehouden heeft, en waarin hij meedeelde, dat de strijd opgegeven is. Tegen een dergelijk grote overmacht vooral br1 het luchtwapen was niet meer te vechten. Toch duurt de strijd in Zeeland nog voort. Wat verschrikkelijk dat we hebben
moeten zwichten. ln 4 lz dag overwonnen en ingepikt! Hoelang zal het duren eer we die schooiers weer kwijt zijn en wat zullen ze ons aan doen. Zolang we alleen onder militair bestuur blijven, gaat het wel, maar o wee als ze de SS of SA sturen. Toch is het hun vooral te doen, om van ons uit Engeland gemakkelijk te bereiken en laten ze onze bevolking misschien met rust. lk weet nog niets van de zussen en broers. Hoe gaat het in Rotterdam dat zo onmenselijk gebombardeerd is. En hoe stelt Oda het in Nijmegen en Angelien in Hulst en Maria met haar huishouden in Tilburg?
De militairen willen Arnolds auto in beslag nemen maar hij laat hen het bewijs zien, dat hij op last van de gemeente meel moet halen in Roermond en dus zijn
De hele nacht door horen we zwaar geronk van vliegmachines en trekken auto’s voorbij. Slapen maar kort en zijn doodmoe als we opstaan.
Toch ben ik iedere morgen weer dankbaar, dat ik de nacht niet in de kelder heb hoeven doorbrengen.

Donderdag 16 mei 1940.
De drukte in de winkel neemt wat af, hoewel we toch nog genoeg te doen hebben. Weer sjouwt Nol met meel, zodat hij ’s avonds als resultaat heeft dat hij ruim 1000 balen meel gekocht heeft en er al meer dan 400 verkocht zijn. Nu denkt hij over margarine. Sips komt werken en zegt dat alles gewoon doorgaat, we moeten ons belastingbiljet invullen alsof er niets gebeurd is.
Avonds komt de Limburger Koerier weer uit met één enkel blaadje. Alleen Duitse berichten en geen commentaar. We zullen in de toekomst evenmin iets aan de krant hebben
als aan de radio en horen de berichten niet naar waarheid. We zijn nu geïmponeerd door de geweldige legermacht van de Duitsers en vlugge troepenverplaatsing en al die ontelbare vliegmachines, maar zijn ze nu werkelijk zo sterk, dal ze zo’n groot front kunnen blijven verdedigen? Er komen weer massa’s geïnterneerden door de stad; er wordt weer een inzameling levensmiddelen gehouden.

Vrijdag 17 Mei 1940
Anneke Welen (winkel juf) krijgt vandaag een kaart van haar broer die militair is,
waarin hij vertelt dat hij nog fris en gezond is. Nu zit ze nog in spanning over haar zwager. De kaart is door kennissen meegenomen. De meeste mensen hier, weten nu nog niet of hun familie nog leeft of niet. ’t 13de regiment van de Limburgers heeft zich bijzonder onderscheiden en dus zullen er ook wel erg veel daarvan gesneuveld zijn. Leida-Besseling, die uit Maastricht is, heeft al gehoord dat haar familie het nog goed maakt, maar dat in

dezelfde straat als waar zij wonen verschillende huizen in puin zijn. De geruchten zijn het ergste, er wordt zo veel verteld en misschien overdreven.

Zaterdag 18 Mei 194
Rotterdam moet verschrikkelijk gebofnbardeerd zijn; wat zal er geworden zijn van Ferd en Mary ( broer en schoonzus), de Jungerhansen, Stuver en Oom en Tante Bidomans.
Wist ik er maar iets meer van. Ze stelen wéér vaten vanuit ’t benzinelager, 5 volle en 7 lege zijn er nu weg.

Zondag 19 Mei 1940
Heel Sittard en Zuid Limburg zit zonder margarine. Arnold laat z’n papieren bij de Orts- Commandant van Maastricht in orde maken om vergunning te krijgen, om in Rotterdam bij de Unilever Blue Band te halen. ln vliegende haast wordt alles klaar gemaakt en om half vier vertrekt hij met z’n vrachtwagen naar Rotterdam. Hoe zullen de wegen zijn en waar zal hij terecht komen? Als er ’s nachts maar niet gebombardeerd wordt wanneer Pappa niet thuis is. Gelukkig hebben we een goede nacht. De 2 zussen slapen in Pappa’s bed.

Maandag 20 Mei 1940
Om 9 uur is Arnold al terug. Goddank. Een wagen vol margarine kistjes en manufacturen. Kousen, waar we zo om verlegen zaten en diverse kleinvak artikelen, die goed van pas komen.
Ferd en Mary waren tijdens het bombardement met de jongens in Huize Lidwina te Hillegersberg; van de zaak en het woonhuis is niets meer over. Ook de zaak van Jungerhans is helemaal vernield. Bij Kuyper alles in orde. Homobonus ( inkooporganisatie, directeur vander van Leonie Ferdinand Meyer) heeft ook geen noemenswaardige schade. Wel is het vroegere pand op de Goudse weg verloren gegaan.
Heel het centrum van de stad is één puinhoop. Arnold wist de weg niet meer te vinden. Hij heeft bij Kuvper gelogeerd en z’n knecht in het tuinhuisje. Bij HB wordt aan de daklozen, soep, kleding enz. uitgereikt. 22 Van de Rotterdamse Homobonus-leden hebben hun zaken verloren, zij krijgen de voorkeur bij het kopen van de voorradige goederen.
Reeds voórdat Nederland rechtstreeks betrokken werd bij de 2de wereldoorlog, werd er reeds op uitgebreide schaal gehamsterd. Na de Duitse inval in Nederland nam dat alleen nog maar verder toe.
Direct na de inval was er in Nederland nog veel voorradig. Met de onzekere toekomst in het vooruitzicht, werden ook bij de familie Dieteren-Meyer maatregelen genomen om een voorraad op te bouwen van allerlei producten, waarvan te venrvachten was, dat ze spoedig schaars zouden worden, of helemaal niet meer verkrijgbaar waren. Deze voorraden werden niet op één plaats opgeslagen, maar verspreid door het gehele pand. Hier volgt een opsomming uit het zakboekje van Leonie Dieteren Meyer:
Bonnenkast: 1 ham, 3 droogworsten
Kelder bij ingang rechts: Onder 3de vak: 3 x spliterwten à 30 p KG, 2 KG witte bonen à 48, 1 KG rijst, 1 busje peper
4de vak: 1 KG rijst, 3 1/2 KG suiker à 52, 1 busje nootmuskaat, 3 KG zout, 1⁄2 KG rijst
7de vak:1KG rijst, 8 pond koffie à 46, 5 pakjes vanille suiker à 4 c, 4 stokjes vanille à 15 c, 20 ons thee à 38.
8ste vak: 7 KG suiker à52,2pak havermout à 25,6 blikjes zalm à 45, 1 blik maggiblokjes 145, 2 blik koffiemelk à 35, 10 blik leverpastei à28, 1 kI. blik koffiemelk

Rechtsboven: 6de vak: 8 KG suiker, 3 KG suiker.
Rechts onder de toonbank: 6 blik appelstroop 2de rij 3de lade: 6 blik boenwas, 2 pakken Palmolive, 1 pak Palmolive, 17 KG Suiker à 52, 1KG zout.
Middenvak 2e vak 2 ontbijtkoeken à 28, 4 pak H.O. à 25, 3 pak macaroni à 30, 3 pakjes vanillesuiker à 4, 1 KG abrikozen 1.50, 6 doosjes kaas à 48, 1 pond pruimen à 80
Links: 3de vak onder: 2 doos Palmolive
3de vak boven: 3 blik zalm à 45,2 blik spinazie à 30, 4 kl blik doperwten à 44,5 blik sperziebonen à 32, 5 blik snijbonen à 38
Onder de trap: 10 dozen ankerzeep, 1fl. Mocca ,2 fl. pap.

Dinsdag 21 Mei 1940
ln één dag tijd is hij z’n margarinevoorraad kwijt. De vertegenwoordiger van de Unilever maakt er aanspraak op en Arnold draagt een groot gedeelte aan hem af tegen vergoeding voor vracht (fl. 2,00 per 100 kg) De benzine komt op de bon. Niemand mag meer rijden zonder vergunning v.d. burgemeester en zonder bon voor benzine. Enige blikken worden bij Tuus Vleugels-Dieteren gedeponeerd die de kleinere hoeveelheden kan afgeven. lntussen hebben wij het razend druk, want er gaan geruchten dat ook textielwaren gedistribueerd worden. We moeten tussendoor sluiten om op te ruimen en te kunnen eten.
Zo gaat het al dagen.

Woensdag 22 mei 1940
De Maasbode verschijnt weer, gedrukt op de persen van de Nieuwe Rotterdamse Courant, want ook het gebouw van de Maasbode is vernietigd. Arnold weer naar Rotterdam. Hij neemt Pater Vernooy van de Walenburgerweg mee en nog een heer uit Broeksittard. Met de nodige adressen van personen waar hij naar moet informeren gaat hij weer op weg. ‘s Avonds komt Mevr. Buyzen, die van haar zoon vertelt; hij helpt bij hetopruimingswerk in Rotterdam als officier van gezondheid; hij alleen heeft al 165 lijken begraven. ’t Moet er verschrikkelijk zijn. Gelukkig verloopt de nacht weer rustig.

Donderdag 23 mei 1940
Sacramentsdag en Martha’s ( zus van moeder) verjaardag. Nog voor de H. Mis schrijf ik haar een brief en Elly in de loop van de dag. Van M heb ik een kaart ontvangen, maar van de zussen Angela, Elly en Oda nog niets. Maandag heeft Arnold nieuws uit Tilburg meegebracht. Ze zijn er nogal somber gestemd, omdat ze veronderstellen dat het met de uitgeverij niets meer is.
Van Oda in Nijmegen hadden ze al bericht. Daar is alles weer rustig. Arnold komt pas om 10 uur thuis. Voorspoedige reis gehad. Goede zaken gedaan. Hij weet te vertellen dat Ferdinand ( vader Leonie) al een pand op de N. Bindenweg gehuurd heeft en weer opnieuw zal beginnen.
Hij is er met Zijlstra op uit om goederen in Twente te kopen. Dat is goed nieuws, gelukkig heeft hij dus nog moed.

Aantekeningen 23 mei-19 augustus 1940
Hiermee eindigen de notities, die Leonie Dieteren Meyer maakte in haar zakagenda, over de eerste weken van de 2de wereldoorlog. Wel vermeldt zij elders in haar zakagenda nog beknopte informatie, voornamelijk met betrekking tot hun zaak.
1940.

19 Mei: 5000 A.D. meegenomen uit winkelkas. 23 Mei: zeer druk; veel Duitse militairen.
25 Mei: voortaan om 8 uur gesloten op Zaterdag. 26 Mei: voortaan ’s Zondags gesloten, zalig.

29 Mei: zeer, zeer druk.
30 Mei: idem.
12 Juni: 1ste beurs na het begin van de oorlog in Amsterdam; per bestelwagen naar Rotterdam; logeer bij Jungerhans.
13 Juni: HB-beurs (vermoedelijk Hiushoudbeurs) in A’dam. Stands, stoffen, eigen beheer, kousen en handschoenen; heb hard moeten dooruverken om klaar te komen.
14 Juni:Arnold koopt massa’s zeep.
20 Juni: Geweldige vraag naar zeep.
8 juli: Per bestelauto naar Rotterdam; nemen Pater Rector van Overhoven mee en halen meubelen voor Ferdinand op in Oirschot en Tilburg.
9 juli: Laden ze in Berg af. Slapen in Central slecht vanwege het lawaai van trein enal het lugubere om ons heen. Nemen alle HB goederen in de wagen mee naar Amsterdam.
Matig drukke beurs.
16 juli: Krijgen mantelstof binnen die binnen enkele dagen uitverkocht is.
24 juli: Ontvangen op één dag ruim 1000 gld.
25 juli: ldem.
29 juli: Deze hele week ontvangen we iedere dag meer dan 1000 gld. Het is abnormaal.
30 juli: We werken over en beginnen vroeg en komen toch niet klaar. ledereen is bang later niets meer te kunnen kopen. Mantelstoffen en alle wollen stoffen mogen we deze week niet verkopen. Ondanks dat toch grote omzet.
Zaterdag 3 Augustus: Hebben om half 3 nog geen tijd gehad om te eten. Sluiten, maar blijven toch tot avonds laat bezig.
5 Augustus: Deze week zijn wij gesloten voor de opname van de inventaris, maar we hebben t/m heden nog geen formulieren. Met heel hard doorwerken komen we vrijdagavond klaar met opnemen.

8 Augustus: Personeel vraagt vakantie, ieder krijgt 3 dagen, volgende week te beginnen.

11 Augustus
Met de kinderen naar Houthem, laten Anny en José.achter. Kan dan rustiger aan de staten werken. Puntensysteem ingevoerd, toch nog veel klanten, maar alleen kleine en vrije artikelen worden gekocht. Het loopt niet meer zo lekker op. We geven nog maar 2 stukjes zeep per klant, de venters hebben ze hier met dozijnen weggehaald. Bij anderen is niets meer te koop. Gelukkig dat wij nog iets hebben, dat brengt zondag nog loop. Anny en Jose amuseren zich goed en willen graag blijven in Houthem.

Zondag 18 Augustus: Werk de hele dag aan de inventaris. 19 Augustus: Eindelijk: maandagavond klaar.

ln hetzelfde boekje noteerde zij later haar belevenissen in de laatste periode voor de bevrijding en de eerste maanden daarna.

Drie maanden na de Duitse inval werd in bezet Nederland de textieldistributie ingevoerd. Dat bracht voor iedereen beperkingen met zich mee en voor de familie Dieteren Meyer tevens veel administratieve rompslomp. Van oudsher werd bij de firma van Neer Eyckeler een beperkte eenvoudige administratie van de zaak gevoerd. Dat was ook het geval tijdens de 2de wereldoorlog. De financiën, met de inkomsten en uitgaven, van bijna de gehele oorlogsperiode werd bijgehouden op een tweezijdig velletje papier. Uit deze cijfers blijkt dat de financiële positie, ondanks de beperkte leveranties, zich zeer gunstig had ontwikkeld. Het beginsaldo van fl. 4331 .96 aanvang 1940, was op 1 oktober 1943 gegroeid tot fl. 1 02491

ln de loop van 1942 krijgt Nol Dieteren van de burgemeester bij hoge uitzondering vrijstelling van inlevering van zijn herenrijwiel t.b.v. transport van zijn importbedrijf in olie etc.
Nol wordt door de bezetter per 12-6-1943 op basis van de luchtbeschermingsverordening 13/1942 opgeroepen om als dienstplichtige verplicht deelte gaan uitmaken van de evacuatiepost, gelegen in het Bisschoppelijk College. ln artikel 12 wordt hem uitdrukkelijk geheimhouding voorgeschreven aangaande aangelegenheden welke de weermacht in gevaar zouden kunnen brengen en overtreding van deze voorschriften kan hem komen te staan op hechtenis ( van enkele maanden tot 8 jaar !), geldboetes (van f.1000 tot extreem) en in zeer ernstige gevallen zelfs de doodstraf of tijdelijke/levenslange tuchthuisstraf.

Op advies van Hr. Hennekens hoe te handelen sturen een aantal gezag hebbende Sittardenaren t.w. Arnoldts, Beckers, Cremers, de Bruyn, Kallen, Storms en Nol Dieteren op 17 september 1943 een brief aan Strobel/Seys-lnquart om deken Hanraets vrij te krijgen vanwege zijn onmisbaarheid in Sittard. Tal van prominente Nederlanders o.a. prof. Schermerhorn en deken Hanraets zaten geïnterneerd in gijzelaarskamp Beekvliet in St. Michielsgestel. Nol had vanuit zijn’verzetswerk’ veelvuldig contact met al deze mannen en verzorgde tal van attenties voor hen, b.v. ook nieuwe brillenglazen voor de deken.
Nol reed op terugweg van St. Michielsgestel langs de Napoleonsbaan waar een gewonde Duitser lag. ln zijn bakkerswagentje zat geen bodem meer. Er werd een ‘vaeke” (hek) uit een wei gesloopt en de Duitser erop gelegd. Met hem naar ’t Frans klooster en daar afgeleverd. Garage Charles Könings (verzet) laste in zijn garage een nieuwe plaat als bodem. ln de naden van het wagentje zaten echter kogels, die de Duitser onderweg verloren had en die bij het lassen plotsklaps tot ontploffing kwamen. Zij kwamen met de schrik vrij!

1943 t/m 31 December 1944
Leonie Dieteren-Meyer was met haar ‘oorlogsdagboek’ op 23 mei 1940 gestopt. Na ruim drie jaren pakte zij de draad weer op, zij het met grotere tussenpozen: 3 drukke jaren, waarin de ene dag na de andere ons ergernis brengt over de maatregelen van de bezetters. Ons land wordt finaal leeg geplunderd op alle gebied. Manufacturen worden maar steeds bij de fabrikanten gevorderd. De winkeliers krijgen mondjesmaat, naar rato van hun inkopen in het basisjaar. Ons basisjaar is niet groot, in 1938-1939 was weinig gekocht. Toch weet Arnold overal veel meer wat vandaan te halen, zodat we ongeveer de drukste zaakvan Sittard hebben. 1ste Halfjaar 1943 een puntenomzet van ’n half miljoen punten. We hebben soms weken van 22.000 punten.
Voor benzol leveranties moet Arno veel naar Twente, die tochten zijn gewoonlijk de moeite wel waard. Vandaar dat onze magazijnen goed gevuld zijn en we toch nog veel kunnen verkopen. Op 5 oktober 1943 krijgen we onverwachts bezoek van 3 wachtmeesters van de

Duitse SS-politie vanuit Maastricht om huiszoeking te doen. Ze moeten alles en alles zien en doorzoeken, kelder, woning en zolder en moeten ook in het oliemagazijn en het huis aan de beek alles zien. Wat ze zoeken, vertellen ze niet, maar ze vinden niet waar ze voor kwamen. Toch zitten we in angst. ln de loop van die jaren hebben we al van alles moeten inleveren, zoals: koper, gouden munten, vuurwapenen en radio. Wat moeten ze nu hebben? En wie heeft ons verraden? Het is een opluchting als ze over 5 uren weer weg gaan. Door bemiddeling van Jan Merkus komen we te weten, dat we deze huiszoeking te danken hebben aan Arets, waarmee we het bij de vordering van wollen goederen aan de

stok gehad hebben. Nol moet zich verantwoorden op het Witte huis in Maastricht en maakt er kennis met een schappelijke S.D.-man’Ruhm’.
Enige weken later, November 1943 krijgen we plotseling een inval van 10 tot 12 mannen van de beruchte vliegende brigade. Ze doorzoeken het hele huis, van kelder tot zolder en op het zien van de grote voorraden willen ze alles in beslag nemen. Maar’t is te veel om weg te slepen, en ze besluiten alles uit kelder en winkel over te brengen naar het aangrenzende huis. Nol is die dag niet thuis, heb voor hen naar Den Bosch opgebeld, hij komt niet voor de avond terug. We moeten de mannen laten begaan, ze hebben met hun veertienen van 2 tot 8 uur werk om alles naar het andere huis te dragen. Als ze bezig zijn de deur te verzegelen, komt Nol thuis. Hij spreekt met de wachtmeester die dat doen moet en vindt uit, dat het een schappelijk mens is. Disten wordt er van in kennis gesteld, we krijgen iemand van de Centrale Textiel lnspectie die de inventaris moet komen opnemen. Maar we hebben een week lang werk, om alles weer in de rekken te krijgen en te sorteren. Crebolder geeft ons de woorden in de mond om goederen weg te slepen en maar juist voor 5000 gld. waarde meer op te geven, zodat voor dit bedrag goederen geblokkeerd zouden worden. ln Januari 44 zijn deze goederen, die bij ons lagen opgeslagen, pas vrijgegeven nadat wij er 12%:625 gld. boete voor hebben moeten betalen.

Vrijdag I september 1944.
De Wehrmacht begint uit Noord-Frankrijk en België terug te trekken. ln grote colonnes trekken ze voorbij, Duitsland in. Wat zijn we gelukkig dat ze op de terugweg zijn, sommigen zeggen: “wir kommen zuruck” maar we geloven het niet. ’s Middags cirkelen er Engelse vliegtuigen en zien we ze duidelijk duiken en op de colonnes op de Rijksweg schieten. Ook op ’t station wordt danig geschoten. ’t ls angstig en toch mooi om te zien. We verwachten Belt van de Centrale Textiel lnspectie, die de hele week al geweest is
om inventaris en boeken na te zien. De trein waarmee hij zou komen, werd ook beschoten. De volgende morgen, Zaterdag, komt hij echter weer (per fiets). We spreken af, dat we de volgende week zullen sluiten om te inventariseren en alleen goederen op vergunningen zullen afgeven. Maar’t loopt anders als we denken.

Zondag 3 September 1944
Dan is het troepentransport op z’n hoogtepunt. s’ Middags komen de Engelsen weer om de colonnes te beschieten; 5 locomotieven worden er stuk geschoten. De moffen vorderen alles wat wielen heeft. Niemand waagt zich met een voertuig op straat. Fietsen en auto’s worden gevorderd. Arnold heeft Zaterdag nog goederen bij Muyres in Stein gebracht, maar hij kreeg bericht dat Duitsers de goederen gezien hadden en dat de marechaussee’s ze weg gehaald hadden. Omdat de motor van een SS-man onklaar gemaakt was, werden er 10 radio’s, 10 motoren en 50 mannen gevorderd. Arnold verdwijnt. Ze stellen de mof tevreden met een wagen van de brandweer.

Kees v.d. Heyden, de NSB-er brengt 2 mannen op, die illegale blaadjes verspreiden; ze worden gruwelijk vermoord. Arnold gaat, nadat hij op de Emma benzol gehaald heeft, de broer van Lies Frisse uit het Sanatorium in Heerlen halen.
Terug in Sittard wordt hij aangehouden en vorderen ze de wagen. Hij moet zelf mee als chauffeur, maar Goddank komt hij weer vrij doordat hij zegt, dat hij ‘verheiratet’ is. Daar gaat z’n trouwe Opeltje met 600 ltr. Benzol! Deze auto, met kenteken P 4644, was het die hij, waarvoor hij van Hauptscharführer Ruhm op 19-6-1944 een vrijstelling had gekregen om de grens te mogen passeren, benutte om onderduikers Wauben en Roppe in België te bezoeken.

Een troost dat hij nog ergens z’n Ford heeft staan, die bedrijfsklaar gemaakt kan worden, zo gauw als de moffen hun hielen gelicht hebben. lntussen zien we tot onze schrik, dat de legers werkelijk terug komen,

4, 5 en 6 september 1944.
’t ls een gaan en komen van belang, je ziet de colonnes alle richtingen uittrekken. ln de dorpen rondom zijn ze ingekwartierd. Opeens het bericht, de Amerikanen zijn al in Maastricht. ’n Opwinding onder de mensen, niemand werkt meer, alles gaat naar huis maar … …je kunt nog niets. We horen al dagen kanongebulder en het lijkt dichterbij te komen. Anneke en ik schrijven de kaartjes uit voor alle mogelijke goederen die we op de vergunningen kunnen afleveren. Zo nu en dan wordt dit werk onderbroken door luchtalarm. De andere meisjes laten zich de hele week niet zien, alleen Betty is Vrijdag en Zaterdag verschenen toen we de vakken eens flink gevuld hebben. De post in de stad wordt nog bezorgd, dus de kaartjes gaan op de post.
Het gerucht gaat dat de Amerikanen al op de Kruisberg staan, weer opwinding onder alle stadgenoten. Allen in onze straat staan voor de deuren, niet meer in staat om rustig te werken. Wachten en wachten en weer komt er niets. Ze zeggen dat er al 3 dagen over Maastricht heen geschoten wordt, dat de moffen alles aan het leeg plunderen zijn in Heerlen, dat ze de mijn in de lucht willen laten vliegen, enz. Er wordt veel gezegd, maar juiste berichten krijgen we niet. We leven in een verschrikkelijke spanning.
Wel werden de eerste dagen alle NSB’ers opgepikt en de vrouwen werden op de Markt kaal geschoren. ’t Volk genoot er van, maar het spel duurde niet lang, iedereen bleef angstig thuis. Als dit werkelijk nog lang duurt, komt er een groot gebrek aan de noodzakelijke levensmiddelen en dan zal er door de kleine man honger geleden worden.
Ik heb m’n radio op m’n kamer en blijf op de hoogte van de krijgsverrichtingen. Arme parachutisten die in Arnhem geland zijn. Ze hebben een ongelijke strijd tegen de Duitse overmacht en de geallieerden zijn niet in staat de nodige versterkingen aan te voeren. Er wordt zwaar gevochten. De brug bij Nijmegen komt onbeschadigd in Engelse handen zodat de troepen er over kunnen trekken ondanks veel tegenstand. Gelukkig, nu kunnen de Engelsen de luchtlandingstroepen te hulp komen. Maar dat is te laat. Arnhem is vast in Duitse handen en de overgebleven Engelsen zijn s’ nachts over de Rijn teruggegaan.

14 september 1944
Midden in de nacht, worden we wakker van zwaat kanongebulder, dat
klinkt nu zo dichtbij, dat Nol het beter vindt dat we opstaan. Maar we hebben sinds gisterenavond 14 september geen electrisch licht meer. We moeten ons met de petroleumlampen helpen. Alle kleren en alles van waarde brengen we naar de kelder. Tegen

5 uur is het schieten niet zo hevig meer en gaan we dus maar weer slapen. De volgende dag slepen we de serviezen en ’t kristal ook maar naar de kelder. De vluchtkoffertjes van ieder van ons liggen al langer klaar.
Arno’s verjaardag (12 jaar) gaat zonder feestelijkheden voorbij. Zouden we op pappa’s verjaardag bevrijd zijn? Maar weer: we moeten nog geduld hebben. We horen steeds schieten en we weten niet waar dat vandaan komt. Maandagmorgen begin ik met Jos en Arno aan de ramen van de voorkamer in ’t nevenhuis. We kunnen prachtig op straat kijken, er komt nog een Duitse wagen in grote vaart langs; verder is het vreemd stil. Politie komt nog gewoon voor ons, al hoort ze de kogels en granaten fluiten. De gasten eten in de kelder en wij eten haastig in de keuken. ’t Licht gaat weer uit, maar gelukkig slechts voor een uurtje. Om 4 uur verse koffie in de kelder. Men zegt dat de Amerikanen al in Leyenbroek staan. We zijn er opgewonden van. Arnold blijft steeds boven, opeens zegt hij, er staan tanks op de Parklaan en ja, Jos en Arno gaan kijken en zien er het eerste een.

We komen allemaal boven en staan aan de deur, een gedenkwaardig ogenblik.

Maandag 18 September 1944.
’s Avonds om 7 uur rollen de kolossale Amerikaanse tanks door de Brandstraat, diverse manschappen te voet er achter. We grijpen het oranje wat al lang klaar ligt en tooien er ons mee, juichen, zingen en huilen tegelijk. Ach, wat zijn wij gelukkig.
Het Volk host, arm in arm met de Yankees door de straten. Op de Markt kent onze vreugde geen grenzen, ze zijn de burgemeester halen, wat blijft hij toch lang weg. De auto van de witte garde gaat naar het ziekenhuis om hem te halen, op de treeplank gaat Pappa mee. Opeens komt er een schreeuw, de Duitsers zijn er weer, naar huis, naar huis. We geloven het niet. De mensen blijven zingen ‘oranje boven’, een schot, en de markt stroomt leeg. Waar blijft Nol, de wagen van de witte garde komt terug, om versterking te vragen aan de politiepost. Ze zeggen dat het op de Voorstad tot aan Wijnhoven onveilig is. lk durf niet alleen naar huis, en er is haast niemand meer op de markt. lk moet wel gaan. Vlak bij de Limbrichterstraat ontmoet ik een stelletje dat naar v. Binsbergen moet, we zullen samen gaan. ’t ls intussen heel donker, opeens horen we moffenschoenen. We vluchten een huis binnen en vinden daar diverse bekenden. Als alles weer stil is, gaan we met z’n allen naar huis. Gelukkig zijn de kinderen en Nol ook thuis. We gaan de kelder in. Tante Annie met 2 kinderen is ook bij ons, ze kan haar huis niet meer bereiken. Tot circa 11 uur zitten we onrustig in de kelder, dan proberen we te slapen. Nol en Jan de Wever blijven op. Sommigen gaan op matrassen in de kelder slapen, anderen in de voorkamer en wij in onze eigen bedden.
De brug over de Geleenbeek bijVoorstad-Brandstraat vormde op die bewuste 18de september “de frontlijn”. De Brandstraat was reeds bevrijd, toen de Duitsers in de avonduren in de Voorstad terugkeerden.
Om half een schrik ik wakker van zware tanks; een stopt er voor Roppe, bij de hotel De Zwaan. lk luister welke taal er gesproken wordt. ’t is Engels. Lk naar beneden. Nol is al op zijn manier aan ’t praten met ’n paar soldaten. Ze komen de winkel binnen. Tante Nel komt er ook bij, ze geeft er één een zoen. De buren komen ook. lk wek Ans ook, want’t is een gewichtig moment. Ze moeten hier de wacht houden, zeggen ze.To zet een
grote pot koffie, we presenteren in de winkel en ook op straat. Op de brug aan de beek staat nog een tank. Daar ook heen met de koffie, maar ojee, er ontploft iets. lk val op de grond, sta zelf weer op, maar schreeuw verschrikkelijk. Ondersteund door Nol en een Amerikaan

kom ik thuis, verschrikkelijk bloedend aan m’n been. Nol is licht gewond, maar is zo akelig, dat hij van zijn stokje gaat. Er zijn nog 3 yankees gewond, één heel erg. ln alle rust en kalmte worden door hen de noodverbanden gelegd. Henk Losers en ’n Amerikaan verzorgen mij. Ze wachten op de colonne-arts die radiografisch ontboden is. Na ’n uur is hij er nog niet en nu vraag ik maar of zij mij naar bed willen brengen. lk krijg het zo koud. Op een brancard hijsen ze mij naar boven, maar het gaat lastig, zodat ik mij maar op de bank in de voorkamer laat leggen. Om 6 uur komen er twee jonge kerels van de U.S.A.-Rode Kruisdienst een nieuw verband leggen. Onder vriendelijk gepraat doen ze het vlug en goed. Ze brengen mij ook nog een trap hoger op bed naar Nol, die al gelukkig een paar uurtjes geslapen had. Hij heeft 3 kleine wondjes. De kinderen en de meisjes zijn niet naar bed geweest, wat zullen die moe zijn. Math komt Annie halen, maar hij zegt dat het levensgevaarlijk is op de Rijksweg, we horen ook steeds schieten. We hebben de kinderen op het hart gedrukt thuis te blijven, maartoch horen wij ze steeds bij de yankees, ze zitten boven op de tank en laten zich fotograferen.
Men raad ons aan een dokter te laten komen. Binnen 5 minuten. Nadat iemand een boodschap gegeven heeft naar iemand op straat, is Dokter Garé er. Hij acht het noodzakelijk, naar het ziekenhuis te gaan om te laten hechten. De Wever geeft een seintje aan een Rode Kruisman om een brancard en nog voordat Nol aangekleed is (hij gaat met mij mee) staan
de mensen met de brancard voor onze neus. lk wordt er netjes op vastgebonden en daar gaat het de 2 steile trappen af. De Wever, die er inmiddels oefening in heeft gaat mee. Buiten staat de fiets en ze leggen mij er op. Alle buren staan buiten en zeggen mij goeden dag. ’t ls mooi zonnig weer en langs een hele grote rij Amerikaanse tanks rijden ze mij naar het ziekenhuis.
Daar neemt Dr. De Jong mij onderhanden, na aanwijzingen van Dr. v. ’t Hof. ’t Doet aardig pijn al hebben zij ’t ook plaatselijk verdoofd. M’n been en voet komen in ’t gips. ’n Dag of 5 heb ik tamelijk veel pijn en wat verhoging, later niet meer. Vrijdag 29 September komt het verband er voor het eerst af.

19 september 1944.
Intussen is ’t in onze stad nog niet pluis. ln de namiddag host alles door de straten met oranje en steken de vlaggen uit, maar de volgende dag verzoeken de Amerikanen ons de vlaggen in te halen. Totaal onvenwachts gooien de Duitsers telkens granaten op onze stad. De 19de worden er 8 gewonden binnen gebracht, de 20ste weer 8. We horen nog steeds de kanonnen van beide kanten, en we worden bang en teleurgesteld dat het zo lang duurt eer we werkelijk kunnen genieten van onze vrijheid.

20 september 1944.
lk lig met een gewonde voet in het ziekenhuis en heb nu de tijd enkele gebeurtenissen van de voorgaande dagen 1 t/m 19 september op te tekenen. NSB’ers worden opgebracht.

29 september 1944.
Vandaag is Nieuwstadt bevrijd. Arme mensen daar, die hebben nog 11 dagen langer

moeten wachten op bevrijding. M’n been is opnieuw verbonden, maar het moet nog 14 dagen in het gips blijven. Geduld dus. Acht dagen later 5 Oktober komt de dokter en zegt opeens dat het gips er wel af kan en dat ik naar huis kan, maar als ik ’s middags probeer te lopen val ik haast om. ln overleg met Soeur Josefine, het hoofd van de afdeling, dat mij erg

fijn verpleegt, blijf ik nog maar een weekje langer om eerst te leren lopen. Het is maar strompelen eerst, op m’n verjaardag loop ik voor het eerst alleen, maar het gaat nog ongelukkig en het doet nog pijn.

9 Oktober 1944.
’s Avonds komt Nol met de 2 kinderen Coenders Kyta en Trees bij m’n bed.
Hij was zeer ontdaan want hij heeft hen in Meijel waar ze gelogeerd waren, moeten halen en die plaats werd danig beschoten door de moffen. Hij dacht dat zijn laatste uur geslagen was en hij niet levend meer uit Meijel zou komen. De granaten vielen op nog geen meter afstand van hen. De mensen daar leefden al 14 dagen en nachten in de kelder. Het ontbrak hen aan alles en ze verlangden ontzettend om uit die hel te komen. Ze waren dan ook erg blij toen Nol hun kwam halen. Ook de familie waar zij waren heeft hij meegebracht, die in Einighausen familie hebben. De volgende dag komt ook Mevr. Coenders terug met de andere kinderen, maar ze kunnen nog niet in hun huis, omdat het afschuwelijk vuil is, doordat er nadat Marius Welters er uitgetrokken is, 40 SS mannen in gehuisd hebben. Telkens vallen er op de meest onverwachte momenten granaten; gisteren werden 4 doden waaronder Roos v. Wessem, de oudste dochter van de notaris die een granaat splinter in de hersens kreeg … hier binnen gebracht en dezelfde nacht overleden, en een zuster uit Broek- Sittard. De mensen slapen weer allen in de kelders en durven haast niet op straat. Hoe lang zal dat nog duren. Er komen ontstellende berichten uit Holland en in Zeeland, Brabant en de Betuwe wordt zwaar gevochten. Afschuwelijk.

14 Oktober 1944
Weer naar huis; moet het been nog zo veel mogelijk hoog houden.

Oktober/December 1944
lntussen is het nu 31 December en kom ik er weer eens toe een paar aantekeningen te maken. We hebben veel beleefd. Soms was het weken achtereen rustig en dan kwamen er weer inslagen van Duitse granaten. Er zullen niet veel huizen in Sittard zijn, die onbeschadigd zijn. Op 23 November gaat Nol voor 2 dagen naar Brabant en juist in die dagen laten ons de moffen niet met rust. Onophoudelijk vliegen de granaten. Aan het middagmaal zijn we 3 x naar de kelder moeten hollen. We besluiten ons serviesgoed enz. naat de kelder te verhuizen. lk ga nu ook maar in de kelder slapen.
Nol acht het nog niet nodig maar in de nacht van 24 op 25 November is het zo angstwekkend, dat hij de volgende nacht toch ook maar een bed in de kelder laat zetten. En juist die eerste nacht, nu we allen in de kelder slapen, slaat er een granaat de nok van het dak af. Wat een schrik. Kort nadat het gebeurd is, is Nol al op inspectie. Wat een geluk dat hij thuis is, hij zorgt direct voor alles. Bemachtigt 2 grote dekzeilen en zorgt dat voor donker de boel voorlopig dicht is.
Het huis is verschrikkelijk vuil. De meisjes nemen het flink onderhanden en dan valt er zondagmorgen om 9 uur, terwijl we allemaal in de kelder aan het ontbijt zijn, op de wal, achter het huis een bom, met als gevolg, dat aan de achterkant bijna alle ruiten stuk zijn en aan de voorkant de 2 grootste etalageruiten en het glas in lood. Wat een ravage!
Alle mensen van de Brandstraatzijn hun gebroken glas bij elkaar aan het vegen. Jan de Wever heeft maar één ruit stuk en komt hier helpen. Nol gaat Jan en Harry halen en met vereende krachten zijn juist voor donker de ramen dicht getimmerd. We merken van een zondag niet veel, zijn op verzoek van de Deken niet naar de kerk geweest. De kerk heeft al 3

voltreffers gehad en de pastorie nog meer. St. Nicolaas vieren we in de kelder. Ondanks alles toch zeer gezellig, we hebben verschillende verrassingen voor elkaar.
M’n been wilde maar niet genezen. lk laat het aan Dr. v. Acker zien die mijwitwater voorschrijft. Nu verdwijnt de ontstoken rand en heb ik ook niet veel pijn meer. lk ga gewoon m’n gang en begin met de kinderen met het opnemen van de inventaris, eerst in de kelder, waar het een genot is, de stof eens weg te halen. Toch komen we voor 1 Januari niet klaar en moeten we de 1ste dagen van Januari sluiten. We hebben deze maanden weinig hulp van de winkelmeisjes gehad. Soms stond Anneke er maar alleen voor. Lies Frisse hebben we laten gaan en nu op’t eind van December komen Betty Ekermans en Berti Salden weer geregeld.

Zondag 17 December ga ik voor’t eerst uit, en nauwelijks de deur uit, horen we weer inslagen, we gaan bij Annie Dieteren-Klinkers in de kelder. Als ’t voorbij is, gaan Jos en ik naar Rutten Janssen. Oom Arnold is bij het herstellen van zijn dak gevallen en kort daarna in het ziekenhuis gestorven. Op weg er heen zien we juist een luchtgevecht en ook daar gaan we weer in de kelder. Daarna brengen Rita Coenders, die bij ons was, naar huis. Ik kom er voor het eerst. Mevrouw laat mij verschillende kamers zien, ’n prachtig groot huis en mooi geïnstalleerd.
’s Avonds horen we, dat de moffen een groot offensief begonnen zijn in België en Luxemburg, vandaar die activiteit ook bij ons. Er zijn die dag langs de hele grens bommen gevallen. De familie De Wever zoekt hun toevlucht bij ons. Ze zijn bang in hun eigen keldertje. We schikken het zo, dat er voor allen plaats is, zodat we er nu met zijn twaalven liggen. De Duitsers dringen in België tot bijna aan de Maas. Het weer is slecht die eerste week, er kan haast niet gevlogen worden, maar met Kerstmis klaart het op. Mooi, droog vriesweer, nu zijn de geallieerden aanhoudend in de lucht en zijn ze ook in staat de Duitse opmars te stuiten.
De berichten van 31 December zijn zeer gunstig; de Amerikanen zijn weer in ’t offensief, goddank. We waren hier ook bang voor een offensief. Veel verdediging was hier niet meer en de grens is zo dichtbij. Nu is het beter, er liggen in en om Sittard 2 divisies tanks en infanterie. Toch zouden we het nog wel eens lastig kunnen hebben bij een Duits offensief. Al met al kunnen we met dankbaarheid op ’t afgelopen veelbewogen jaar terug zien.
We zijn nog alle 5 bij elkaar.

Met deze van dankbaarheid vervulde uitroep eindigt het dagboek van Leonie.

ln het familie-archief van Miny Dieteren Driessen treffen wij vanaf het moment van de bevrijding van Sittard 18119 september 1944tal van doorlaatpassen en vergunningen aan voor de koopman Nol Dieteren voor het vervoer van benzine en levensmiddelen t.b.v. de distributie, afkomstig van tal van officiële instanties zoals het Militair Gezag, de Militaire gevolmachtigde in Limburg, de koninklijke Marechaussee, de Burgemeester van Sittard. Het tekent Nol Dieteren. Als hij maar kon handelen, dan was hij in zijn element en deze vergunningen voor tochten kris kras het land door tekenen de ondernemingsgeest van deze dynamische Sittardenaar.