Even een terrasje pikken

Dat kon een aantal maanden geleden nog. Nu is dat niet meer zo vanzelfsprekend en in het ‘nieuwe normaal’ zal het ook niet meer zijn zoals vroeger en daarom is het is misschien goed om nog eens even terug te gaan naar de tijd van toen.
We gaan naar de Stationsstraat. De straat dankt zijn naam natuurlijk aan het station dat in 1865 Sittard een snelle verbinding bood met het Noorden en het Zuiden en dat betekende een belangrijke impuls voor Sittard, centrum voor de handel in onze regio. Met de reistijden van toen was het voor handelsreizigers en zakenlieden vaak niet mogelijk binnen één dag Sittard te bereiken, zaken te doen en vervolgens weer de trein terug naar huis te nemen. Niet alleen handelsreizigers kwamen van heinde en verre naar Sittard maar vanaf het einde van de 19de eeuw kwamen ook de bedevaartgangers met de trein naar Sittard en trokken vanaf het station in processie naar de basiliek. Hotels en restaurants verrezen in de buurt van het station richting Steenweg met klinkende namen als L’Empereur, Riche, Modern en Grand Hotel- Restaurant Royal. Ook restaurant “Onder de Linden” stamt uit deze tijd. Het café dankt zijn naam aan de zes prachtige lindebomen die er voor het terras stonden en zoals we op een oude foto kunnen zien stond het echtpaar Schurgers-Plaum in die tijd achter de tap.

Een van de bekendste kasteleins was Ernest (Nes) Bronneberg, opgegroeid in het café van zijn vader, gelegen op de Steenweg, hoek Overhovenerstraat. Dit café was bekend onder de naam Bronnenberg-Tummers.
Van een café alleen kon men in die tijd niet leven en dus bezat de familie Bronnenberg ook nog een timmerfabriek op de Bergerweg (nu Bergstraat). De broers van Nes werkten allen in de timmerfabriek. Nes was de jongste van de 6 kinderen en had op het bisschoppelijk college gezeten en omdat hij gestudeerd had deed hij dan ook de administratie van zowel het café als ook van de timmerfabriek. In mei 1941 trouwde Nes met Jeanne Schelberg en zij hebben toen het café “Onder de Linden” overgenomen. Ze kregen drie kinderen, twee dochters en een zoon en omdat beide ouders werkten was er altijd een dienstmeisje/kindermeisje in huis.

In 1948 werd het café verbouwd en is het restaurant erbij gekomen en werd de “goede kamer”, toegevoegd aan het café.
Nes was alleen kastelein en had verder geen baan buitenshuis. Zijn vrouw Jeanne zwaaide er de pollepel van 1941 tot 1969 en was bekend vanwege haar culinaire kwaliteiten. Veel gasten waardeerden dat en wisten de weg naar “Onder de Linden” te vinden. De cafébaas zelf was in zijn tijd al een geluidsfreak. Hij experimenteerde voortdurend met de nieuwste mogelijkheden op geluidsgebied. Vele aanhangers van het toen nog in de kinderschoenen staande stereogeluid, behoorden daarom tot de vaste stamgasten. Toen in 1953 de televisie kwam had Café Onder de Linden als een van de eerste televisie, een kleine zwart-wit tv waarop naar (buitenlandse) voetbalwedstrijden en zesdaagse wielerwedstrijden gekeken kon worden.

Als het voetballen werd uitgezonden op de tv zat de tent helemaal vol. Alle stoelen stonden dan in rijen voor de buis. ́s Zondagsavonds kwam er een vaste kliek televisiekijken. Zij aten eerst wat en bepaalden daarna samen wat er op de tv kwam.

Vanaf 1961 heeft dochter Janneke haar moeder bijgestaan en meegeholpen in de keuken. Zus Elly heeft niet echt in het café gewerkt, maar wel meegeholpen als dat nodig was. Zeker als er een koud buffet gemaakt moest worden dan gingen de gasten voor en mocht ze pas uitgaan als alles klaar stond.

Het café ging ’s morgens om 10 uur open. Dan werd er eerst gepoetst en opgeruimd. Voor de vloeren en ander zwaar werk kwam er een poetsvrouw.
Ook in de keuken begon de dag al vroeg. Dochter Janneke moest ’s morgens een emmer aardappelen schillen en omdat een afwasmachine nog niet bestond vergde de afwas heel wat mankracht en tijd.

Meestal hielpen de dienstmeisjes ook mee bij de voorbereidingen in de keuken maar vaak was het zo druk dat zelfs Janneke en Elly ingeschakeld werden.
Omdat er geregeld een klant kwam die geen biefstuk maar enkel ossenhaas wilde eten moesten de meisjes tussen de middag naar slager Eyckeler op de Steenweg om ossenhaas te halen want boodschappen deed je natuurlijk in je eigen buurt. Rond 12.00 uur kwamen de eerste “reizigers” binnen zoals men die noemde. Hetrestaurant beschikte over een uitgebreide kaart waarop vooral gerechten uit de echte degelijke Hollandse keuken voorkwamen. “Onder de Linden” stond bekend om de eigen gemaakte tomatensoep met balletjes, worstenbroodjes en de kalfskroketten. Deze laatste waren voor de vaste klanten die ́s avonds na het stappen gaan steevast 2 kalfskroketten met brood kwamen eten.

Naderhand werden er zelfs ook nog speciale stamppotten geserveerd. Op dinsdag was dat boerenkool en op donderdag “zoermous”

Officieel sloot het café om middernacht maar meestal was het toch 01.00 uur voordat iedereen het café verlaten had. Als er ’s avonds om 23.00 uur nog iemand binnen kwam en het was een bekende die nog graag wilde eten dan was Jeanne niet te beroerd om nog wat klaar te maken.

Ze beschikten over alle vergunningen, schonken sterke drank en het bier van brouwerij De Leeuw uit Valkenburg. De frisdranken kwamen van de Molenbron uit Limbricht, alles geleverd in kleine flesjes.
Zondag ’s morgens stond Louis Schelberg achter het buffet. Hij genoot altijd ontzettend van alle “sjèle kal”. Na de hoogmis kwamen de vaste klanten zoals Math en Jean Dieteren van Dieteren-Klinkers, Frits en Bèr Eyckelaer (de sjlegter en de sjoester), Bèr Dirks, allemaal van de Sjteivig maar ook Schreurs uit Limbrichterveld. Nèrd Steuns van de Stationsstraat kwam iedere morgen een cognacje drinken.
Een bekend figuur was de vrijgezel de “patsj” Martens uit de Paardestraat. Hij kwam iedere dag een praatje maken en “get vreigelen”.

Vaste gasten waren artsen en verplegend personeel uit het nabijgelegen ziekenhuis.

Andere regelmatige bezoekers waren de woonwagenbewoners die ’s morgens aan de achterdeur kwamen. Eerst boden zij elastiek- pleisters en knopen aan en daarna vroegen ze om een boterham. Kregen ze een boterham dan keken ze naar het beleg en klaagden vervolgens dat er geen roomboter op zat.

Met Carnaval was het restaurant gesloten maar dan zat het café afgeladen vol. Veel café gasten kwamen speciaal voor de carnavalsmuziek die Nes zelf had opgenomen op de bandrecorder.

Sjang Welters hoofd van de mulo en ook Dolmans, docent aan het College kwamen er de krant lezen. In het café lagen de “Hollandse gazetten” voor de reizigers, de Telegraaf en de Volkskrant. De meeste mensen in Sittard hadden alleen regionale kranten.

Op een dag kwam Jochem Ehrens uit Hasselt op het station in Sittard aan. Hij had in Hasselt radio opnames gemaakt en of dat de reden was is niet bekend maar in café Onder de Linden klom hij op een stoel met zijn gitaar en begon te zingen. Het was voor de klanten een onvergetelijke avond.

Toen Bisschop Gijsen tot priester werd gewijd was de koffietafel bij Nes en Jeanne en Janneke mocht een versje opzeggen.

Een keer per jaar op 15 augustus (Maria hemelvaart) had het gezin Bronneberg een vakantiedag.
Dan ging de hele familie een dag met de trein op stap. Ze gingen naar de Efteling of naar Aken en ook een dag Valkenburg stond wel eens op het programma of samen met de trein naar Heerlen, om daar bij Venezia ijs te eten.

In 1969 hebben Nes en Jeanne hebben het café overgedaan aan Sjeng Dieteren en na hem volgenden nog verschillende ondernemers.
Vanaf 2018 is in Onder de Linden een Indonesisch restaurant gevestigd.