Bevrijding 18 september 1944.

Het was stil die dag. Althans op straat. In heel Sittard echter gonsde het van het nieuws. De Amerikanen zijn onderweg. Bij ons thuis, Putstraat 3, ging de bel van de winkel. Sjeng Mouche, de verloofde van Ria Maessen, onze winkel juffrouw stond te trillen op zijn benen. Hij was juist vanuit Geleen via Sanderbout en Ophoven door het front gerend om thuis op Stadbroek naar zijn ouders te gaan. Hij vertelde over mitrailleur schoten en over Amerikanen die de Duitsers verjaagden. Ze kwamen met tanks en jeeps zo vertelde hij. Als 12 jarige stond ik met open mond te luisteren. Ik wilde naar buiten om te kijken hoe een en ander zou verlopen. Maar een verbod van mijn vader voorkwam dat.

Mijn vader was destijds voorzichtig om niet te zeggen angstig. Hij had in de winter van ‘42/’43 in Scheveningen in de cel gezeten en later in de concentratiekampen van Amersfoort en Vught. Waarom? Hij had als ambtenaar op het distributiekantoor in samenwerking met de vroedvrouw Frusch onderduikers voorzien van stamkaarten om zo bonnen te kunnen krijgen voor hun voedsel en wat dies meer zij. Dat was de reden waarom hij en wij niet naar buiten mochten. De Duitsers zouden hem nogmaals kunnen opsluiten was zijn redenatie.

Tegen de klok van half zeven klonk er kabaal op straat. De mensen stroomden vanuit de Putstraat de Markt op. Er was geen houden aan. Ondanks vaders verbod, lukte het mij met de massa mee te glijden richting Markt. Daar kwamen de Amerikanen vanuit de Oude Markt. Een jeep en een paar tanks. Een van de soldaten werd bij slager Suylen op de hoek van de Markt en de Putstraat naar binnen gehaald. Ik achter hem aan. Hij werd aan de tafel gezet en de fles jonge klare kwam tevoorschijn. Geen mens sprak zijn taal. Alles ging in het dialect. De goede man deelde sigaretten uit. Ik kreeg er ook een.

Met de sigaret in mijn mond stapte ik naar buiten en mengde me onder de hossende meute op de Markt. Plotseling tikte meester Fiddelers, mijn onderwijzer van de lagere school in de Baandert, mij op de schouders en vroeg: “Wil jij die sigaret met mij ruilen voor een foto van onze koningin?” Hij haalde het portret uit zijn zak en hield zijn hand op. Ik had nooit gerookt en zag die deal wel zitten. Mijn meester die een sigaret wilde en dat ook nog heel lief vroeg.

Wat later werd ik door mijn vader opgepikt en naar huis gedirigeerd. “Binnen blijven”, was het devies. En gelijk dat hij kreeg want later in het donker werden een aantal Sittardnaren door de nog in de donkere stad verblijvende Duitsers meegenomen. Drie van hen zijn nooit teruggekeerd. Ze zijn in de buurt van Maasniel geëxecuteerd. Te weten Clemens van het Kerkplein, Chedron van Stadbroek en Eyck van de Putstraat. De anderen hebben kunnen ontvluchten onderweg.

In 1983 zijn mijn vrouw en ik voor het eerst zonder caravan op reis geweest. Wij waren 25 jaar getrouwd en het werd Indonesië. Elke avond schreef ik een brief naar onze kinderen, waarin o.a. het verzoek de brieven te bewaren, zodat ik later een dagboek had, bij het maken van een diavoorstelling. Op het eiland Bali had ik geen envelop en ik ging naar de receptie om er een te vragen. Daar schreef ik ook ons huisadres , destijds in Heerlen, op de omslag. Een man stond over mijn schouder mee te kijken en zei, toen hij het adres zag: “Heerlen that’s the south of the Netherlands.” ’t Verhaal is bijna niet te geloven maar hij kende Zuid-Limburg op zijn duimpje. “Do you know Sittard?, “ was zijn volgende vraag. Ik keek hem stomverbaasd aan en beaamde dat. “Wel”, zei hij,”ik was een van de bevrijders van Sittard.” Hij wist nog precies hoe hij via Ophoven etc. op de

Markt was gekomen. Het bleek een lid te zijn van een verkenning en inlichtingen dienst. Hij had het later over de church op de Markt, over de tramrails tussen Sittard en Heerlen. Niet te geloven wat die man nog wist.

Ik heb hem uitgenodigd om in 1984 mee te komen vieren dat wij veertig jaar bevrijd zouden zijn. Dat zag hij niet zo zitten. Hij werkte bij Shell op Sumatra, was op weekend op Bali en de oorlog was ver weg.

Augustus 1984 ging de telefoon in Heerlen. “This is George Sneyder we are in Amsterdam en we will stay for a month in Maastricht hotel de l’Empereur. Will you be my guide? “

Hij kwam om het veertig jarig feest mee te vieren. We hebben door Zuid Limburg gecrost. Waren ook bij fort Eben-Eymael, waar hij huilde omdat hij daar een kameraad had verloren tijdens zijn veldtocht. Op weg naar Sittard liet hij mij stoppen, boven bij de Windrakerberg. “Daar beneden”’zei hij ligt een boerderij en een klooster.” Over geheugen gesproken.

In hotel de Prins werd hij met vele anderen als liberator gefêteerd en bedankt door de voortrekster van die feestviering Mimi Corbey.

Tien jaar later, wij woonden toen weer in Sittard, vonden wij na thuiskomst van de vakantie in Frankrijk een briefje in de brievenbus: George Sneyder zoekt jou. Hij is in Heerlen geweest. Jammer genoeg was hij weer vertrokken.

Ik eindig met zijn woorden bij onze kennismaking in Bali: “Yes sir it’s a small world.” Baer Smit maart 2018