Albert Sluijs; zijn sport, zijn stad en zijn taal

Albert Sluijs werd geboren in Ophoven in 1921 als zoon van Johannus Bartholomeus Sluijs, afkomstig uit Harmelen bij Utrecht en geboren op 1 december 1890. Zijn ouders hadden er een boerderij.

Sluijs senior kreeg als tiener TB en het advies om in een gezondere omgeving te gaan wonen. Hij had een tante in Valkenburg waar hij op vijftienjarige leeftijd naar toe ging. In 1916 kwam hij naar Sittard en hij werd tuinman bij de zusters in Sittard in de Plakstraat. Daar leerde hij zijn toekomstige vrouw kennen tegen met wie hij in 1920 trouwde. Zijn kost verdiende hij als melkventer. Hij sprak een mengeling van Limburgs en Hollands dialect. Zijn kinderen hebben echter nooit Hollands met hem gesproken, enkel Sittards dialect.

Het gezin woonde eerst in Ophoven. Daar werd Albert geboren. Vader ging als melkboer langs de deur in Overhoven en in de spoorkolonie in het Limbrichterveld. Intussen droomde hij van een boomgaard vol met fruitbomen. Toen Albert 7 jaar was kocht zijn vader land in Beekdal en bouwde een huis in het veld aan de Geleenstraat. Deze straat liep toen nog van Ophoven door Munstergeleen naar Abshoven. De dichtstbijzijnde buurman woonde op een afstand van 110 meter. De boerderij heet Victoria. Deze naam kreeg de boerderij in 1944 omdat het als eerste huis in Sittard bevrijd werd. Het huis staat er nog steeds.

Hij plantte 140 fruitbomen met allerlei soorten fruit. ‘s Morgens ging hij met melk langs de deur. Eerst haalde hij de melk op bij de melkfabriek; hij was altijd nummer een en dus ’s morgens als eerste aan de beurt en zo had hij tijd om ’s middags om met fruit langs de deuren te gaan. De rest van het fruit ging naar de veiling. Deze lag dicht bij het station, daar waar nu AH ligt.

Ook Albert bracht in zijn vrij tijd melk rond als kind en verdiende daarmee een zakcentje. Hij ging in Ophoven naar de jongensschool, vervolgens op het Kleesj naar de HBS. Na de HBS, tijdens de oorlogsjaren, ging Albert op woensdag en zaterdag naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Tilburg. Het was een deeltijdopleiding. De reis met bus en trein duurde 5 uur en hij reisde samen met een jongen van Dullens. Het was vooral veel zelfstudie die bestond uit boksen, schermen en turnen. Ze gingen naar Heerlen om te zwemmen.

Hij ging lesgeven in Helmond. Door zijn heimwee naar Sittard hield het maar een half jaar vol. In de avonduren trainde hij diverse clubs. Zijn vriendin, Lida Schulpen kwam hem iedere woensdag opzoeken om het heimwee wat te verzachten.

Albert kreeg een part time baan als gymleraar op het Sint Michiel lyceum in Geleen en gaf ook nog les op St. Jan in Hoensbroek. Tot aan zijn pensioen heeft hij op het Sint Michiel lyceum lesgegeven.

In 1942 studeerde ook aantal vrouwelijke studenten uit regio Sittard in Tilburg. Zij trainden onder leiding van Albert Sluijs in allerlei spelen en atletiek. Men wilde graag in teamverband gaan korfballen of handballen. Korfbal viel af omdat het gemengd gespeeld moest worden en het kon niet in R.K. verband werd gespeeld. Dus koos men voor handbal. Er kwamen twee teams, o.a. een team uit de Kollenberg, die met en tegen elkaar speelden.

Ook bij andere sporten was Albert betrokken zoals bij de aanleg van de atletiekbanen. Sittard had 8 banen, twee meer dan alle andere atletiekcentra. Zo kwamen alle grote wedstrijden in die tijd naar Sittard. Er ontstond een groot sportcentrum. In 1962 kwam er zelfs een opleiding voor

sportonderwijs, Het CIOS. Ook kwam er een speciaal hotel voor sporters. Het gebeurde hier dat Amerikaanse basketbalspelers van soms meer dan 2 meter moesten er op de knieën onder de douche moesten omdat die te laag was

Een mooi moment voor Albert was dat Mia Gommers, een meisje uit zijn club, op zijn baan een nieuw wereldrecord had gelopen. Het was haar thuisbaan, van AV Unitas Sittard waar ze op 24 oktober 1967 het wereldrecord op de 1500 m voor vrouwen in Sittard met een tijd van 4.15,6 verbeterde. Mia Gommers zette de 1500 m voor vrouwen internationaal op de kaart. Daarna ging ze naar Mexico, naar de olympische spelen, waar ze een bronzen medaille won op de 800 meter.

Hij richtte ook een club jeu de boules op en werd voor de gek gehouden omdat het een Franse sport was. In de winter kon men op een baan spelen in de steenfabriek van zijn schoonvader Schulpen achter station aan de Geerweg. Later kreeg de club een echte baan achter het oude stadion in de Baandert.

Albert schreef ook heel wat handboeken voor de sport zoals de serie “Ken uw sport” met daarin aandacht voor Softbal, Zaalhandbal, Zaalspelen. Het deel “zaalhandbal” is drie keer herdrukt, 18.000 exemplaren in Nederland en België.

Hij gaf ook les aan de Mater Amabilisschool en voor de meisjes schreef hij de boeken: Sport voor jonge meisjes en Meisje, blijf fit. Op velerlei verzoek schreef hij oefeningen om thuis te doen met diverse attributen als handdoek, kussen, stok, hoepel, stoel, bal en partner.

Naast sport was Albert ook betrokken bij de VVV. Bij de oprichting van de VVV in Sittard, in 1971, had hij zich als eerste aangemeld samen met Hub Geurts. Jo Thijsen had een oproep in Maas en Mijn geplaatst waar hij redacteur was. Hij werd voorzitter, opgevolgd later door Theo Oberdorf. Hub Geurts werd secretaris en Albert werd vicevoorzitter. Het was al gauw duidelijk: wilde het jonge bestuur een VVV oprichten, dan moesten ze dit – letterlijk genomen -zelf doen. Zelf de straat opgaan en “Sittard verkopen” in de ruimste zin van het woord. En dat op de eerste plaats aan de Sittardenaren zelf. Dat leek de enige mogelijkheid.

Albert is 10 jaar bezig geweest om de naam Sittard op verkeersborden te krijgen zodat de mensen de weg naar Sittard letterlijk konden vinden. Na 10 jaar kwam eindelijk de naam Sittard op het bord van autoweg bij de rotonde Kerensheide. Albert kreeg een prachtige bedankbrief van de gemeente Sittard. Daarna heeft hij nog 5 jaar nodig gehad om de naam Sittard ook op de borden in de buurt van Maaseik te krijgen.

Het Sittards dialect had ook zijn aandacht. Hij verzamelde meer dan honderd Sittardse bijnamen zoals De Patsj Martens, De Futtel Thissen, Bölke Niesten en nog veel meer. Maar ook Sittardse gezegdes zoals Hae dreet wie eine wumpel of me kan häör op ein teijerke dreeë. Ook schreef hij verhalen in het dialect.

Zijn laatste huis stond in de Charles Beltjenslaan, duidelijk herkenbaar aan de Olympische ringen op de gevel. Schoonvader liet aparte stenen bakken voor dit huis. In die tijd werden de opnames gemaakt voor de film “Flodder”. Er werd hen gevraagd om hun huis wit te schilderen omdat de buurt wit moest zijn voor de opnames. Maar dat wilde de familie Sluijs niet doen. Ze wilden ook geen witte lakens aan hun huis laten plakken en zeker geen spijkers in de muren.

Hij overleed in 2007 en liet zowel voor de sport als ook voor zijn stad en zijn taal veel herinneringen na in de vorm van boeken.